Author Archives: admin

In katzwijm voor Johan

Het op een dramatisch nippertje missen van de finale van de Champions League opent de deur naar die keer dat het wel lukte en die nog gewonnen werd ook.

Het was een stralende, zonovergoten dag, zoals dat heet. Op het vliegveld van Wenen landde het een na het andere toestel uit Amsterdam. Het ware rood-wit kleurde het beton en de hal van Schwechat Airport en drong de bussen in naar de oude keizerstad. We schrijven 24 mei 1995. Voor de derde maal staan Ajax en AC Milan tegenover elkaar, nu in de wedstrijd waar het er echt op aan komt: de finale van het ‘financiële gedrocht’ (dixit Van Gaal) wat Champions League is gaan heten. Niet zo lang geleden genoten we van het bruisende en soms ook druistige spel van Justin Kluivert, toen was het zijn dan ook nog piepjonge vader die geschiedenis schrijft. Een puntertje op aangeven van zijn toenmalige mentor Frank Rijkaard brengt de ‘cup-met-de grote-oren’ (dixit Beenhakker) naar Amsterdam. Het is voor eeuwig geschreven in harten en hoofd van elke Ajax-fan en elke andere voetballiefhebber. Zeker bij diegenen die er getuige van waren in het Ernst Happel Stadion. Zoals ondergetekende, samen met de vier andere bestuursleden van de twee jaar eerder opgerichte Bobby Haarms Fanclub. En met good old Bert Haanstra, de fameuze cineast. Wij hadden voor twee dagen kamers geboekt en konden zo ook na afloop uitbundig de zege meevieren in het hotel waar de spelers de bloemen fors buiten zetten. De andere ochtend zaten we volkomen voldaan, maar nog onder de naweeën van adrenaline en alcoholische versnaperingen in de vertrekhal van Schwechat te wachten op een oproep ons naar onze gate te begeven.  Voor taxe free shoppen ontbrak elke puf en sommigen van ons dommelden weg. Ik was nog fris genoeg om op gegeven moment Johan Cruijff te zien lopen, ogenschijnlijk recht op ons af. Ik stootte Bert Haanstra, die naast me zat, aan. Zij kenden elkaar uit de tijd dat de jonge Johan met dat iele lijf tegenstanders en toeschouwers ondersteboven speelde en zich ontwikkelde tot beste speler ter wereld. Haanstra, fan gemaakt door zoon Rimko als schooljongen, draaide een film ( Polygoon-opdracht) over Ajax in hun tweestrijd tegen Real Madrid in 1967 (Retour Madrid) Johan was zeer geïnteresseerd in Haanstra’s werk en kwam bij hem thuis in zijn studio in Laren, gebouwd met het geld dat hij verdiend had met Alleman. Daarna ontmoetten ze elkaar nog wel eens. Op het moment dat Haanstra Cruijff ziet, ziet de laatste Haanstra en komt hij  op ons af. De hele groep is uit de dommel herrezen. Nu zaten er rechts van ons ook een paar journalisten stukjes te tikken op hun laptop. Onder hen Willem Vissers, nu Volkskrant, toen ANP. Zij hebben inmiddels Cruijff ook ontdekt en voegen zich bij ons, waar Cruijff vooral in gesprek is met Haanstra. Zij dringen zich op, bestoken Johan met vragen. Maar hij negeert ze volkomen en blijft zich met ons, nu ja met Haanstra dus, onderhouden. Dan klinkt door de hal de oproep voor reizigers naar Barcelona. Cruijff neemt afscheid en loopt weg. Het groepje journalisten achtervolgt hem, met achterlating van hun laptops. Even flitst door mijn hoofd om achter één er van te kruipen en een stukje te tikken. Nu schiet me te binnen dat ik een beetje geschiedenis had kunnen schrijven door wat nepnieuws aan het scherm toe te voegen.

 

Het luistert nauw!

Ruim twintig jaar heb ik een bestaan buiten de kerk geleefd. Toen ik twaalf jaar geleden terugkeerde op kerkelijk erf, waren niet lang daar voor twee belangwekkende nieuwe vertalingen verschenen: de zgn. NBG en de Naardense Bijbel van collega Piet Oussoren. (Naardense, omdat er  prachtige foto’s in staan van gewelfschilderingen van de Grote Kerk van Naarden; inmiddels zijn er ook uitgaven van de zelfde vertaling met foto’s uit kerken in andere plaatsen, zoals Gouda en Amsterdam)

Bij mijn terugkeer maakte ik direct deel uit van het Amstelpreekteam, een gezelschap predikanten en theologen uit Amsterdam en omgeving, dat zich wekelijks buigt over een Bijbelgedeelte. Het gaat er vooral om  dat zo zorgvuldig mogelijk te vertalen.

Om de beurt leverde een deelnemer een vertaling. Andere vertalingen kwamen ook ter tafel. Het was daar en toen dat me wat betreft de NBG-vertaling de schellen van de ogen vielen. Elke week weer stuitten we op een vertaling die de wenkbrauwen deden fronsen, soms tot hilarisch gelach leidden, soms zelfs tot verontwaardiging. 

Een goede vriend is een uitnemend vertaler Italiaans-Nederlands. Van hem had ik al geleerd dat je altijd eerst recht moet doen aan de auteur van de tekst en dat in  mooi en soepel lopend Nederlands moet zien over te leveren. En dat is een grote worsteling, want vertalen kan heel snel verraden worden. In de overlevering wordt de ziel prijsgegeven, het eigene weggegooid, als een kind met het badwater.

En dat was wat ons overkwam in dat preekteam, waar het bepaald geen koekkoek-eenzang was. In de NBG vertaling, ik merk het nog steeds, wordt soms zo vrij omgesprongen met het oorspronkelijke, dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Karel Deurloo en Nico ter Linden hebben talrijke voorbeelden verzameld in hun boek: Het luistert nauw!. Ik was dan ook behoorlijk verbaasd dat ik merkte dat onze kerk deze vertaling zo geruisloos als standaard heeft aanvaard en dat hij vrijwel overal tot kanselbijbel dient.  En toegegeven , het is een soepele vertaling en soms ook mooi van stijl. Aan het tweede criterium van mijn bovengenoemde vriend is voldaan.  En ik hoor altijd: ‘ hij is zo begrijpelijk’.  Maar je wekt  dan mijns inziens  het misverstand dat daarmee de Bijbel een begrijpelijk boek is. En dat is het niet en nooit. Het zijn ons vreemde verhalen, het is een ons vreemd Woord. Het is tegen-natuurlijk. Het gaat onze pet te boven en ons hart kan het niet aan. Maar  juist zo wil het heilzaam zijn, wil het raken en ons hervormen. Zo blijft het  Woord van Hem en niet van ons. Als het een boek wordt waar wij zo lekker mee uit de voeten kunnen, dan dreigt gevaar. Dan verwordt de kerk tot een club religieus gevoeligen, gelijkgestemden die hun gelijk willen halen, als je niet uitkijkt niet alleen goedschiks.

Is dan de Naardense Bijbel beter? In z’n uitgangspunt zeker, meestal in z’n uitwerking ook. Inmiddels heeft Oussoren al weer zijn vertaling herzien. Met vertalen zijn we nooit klaar. Met de Bijbel zijn we nooit klaar, juist omdat het zo’n tegen-natuurlijk boek is. Daarom kunnen we, om een voorbeeld te noemen, ook elke kerst weer Lukas 2 lezen en trachten te verstaan.  Het tot leven roepende Woord is weliswaar niet te hoog en niet te diep, je hoeft er geen oceaan voor over of ten hemel voor te gaan. Maar het is wel een  vreemd Woord, met een vreemde vrijspraak, met een onbevattelijke Liefde. Het past niet in ons straatje, het kan irritant zijn. Het is niet verwonderlijk dat mensen er niets van willen weten, er zich van af keren.  ‘Voor mensen die ’t zo traag beamen’, dicht Jan Wit in gezang 7.

Daarom luistert het nauw wat er staat. Horen vraagt concentratie, inspanning, geduld.

Maar het loont wel. Het Tegen-natuurlijke maakt zich meester van het natuurlijke, zodat we daders van het Woord worden, tot heil van onze omgeving en van ons zelf.

 Dit is ooit als artikel gepubliceerd in Rondom de Kerken, kerkblad voor de PKN-gemeenten op de Brabantse Wal

Het gras en de kast

“Is het gras ook homofiel geworden?” Ik ben weer terug waar mijn leven een drastische wending nam.  Terug in Vreeland, op een zondag. Sinds ik  me op zondagen weer in een toga hijs, kom ik ook af en toe in Vreeland om in de stokoude kerk met z’n uniek rechthoekig koor en de fraaie glazen van Joep Nicolas de kansel te beklimmen. Naast de kerk binnen een stevige lage ommuring ligt nog immer gras. Ooit was dat het kerkhof, één grafsteen ligt er nog. Steeds als ik dat gras zie onderweg naar de kleine consistoriekamer hoor ik die zin: “is het gras ook homofiel geworden?”  In Vreeland kwam ik uit de kast, december 1980. En dat niet alleen ten overstaan van mijn vrouw, die direct riep: “nu zijn we gescheiden”, maar ook ten overstaan van de gemeenschap. Het zou toch uitkomen en dus wilde ik baas blijven over de lek-kraan, de regie houden. Er volgde een heel pandemonium. De kerkgemeenschap scheurde uiteen en ik werd al spoedig doodgedrukt tussen de hartelijkheid enerzijds en de hatelijkheid anderzijds. De gemeente kwam in vergadering bijeen onder leiding van de predikant van Nigtevecht (‘what is in a name?’). Een vrouw, die de strijd tegen obesitas al lang had opgegeven, kwam naar voren en sprak: “de Here heeft ons rond en goed geschapen, maar de door de dominee nu beleden liefde is een belediging voor Zijn Aangezicht”. Toen zakte ze weer voldaan met haar kogelronde lijf terug in haar stoel. Het lachen stond me nader dan het huilen. De man van de plaatselijke benzinepomp die mij als kastbewoner nog verzekerd had dat hij zich geen betere dominee kon wensen dan ik, riep luide door de rijke akoestiek “dat wij autonomen dit niet pikken en dat ik eigenlijk uit het dorp verdreven moest worden”. De man had ergens de klepel van autochtonen en allochtonen horen luiden. Ik bleef proberen m’n gezicht in een plooi te houden als een gentleman uit de Engelse upperclass. Ik ging ook op bezoek bij sommige die zich tegen mij pantserden. Zo ook naar een boer in zijn monumentale 18e eeuwse boerderij. Waar ik voor uitgekomen was dat kon niet in zijn ogen. De Bijbel was daar duidelijk in, bijvoorbeeld in Leviticus. “Ik neem de Schrift serieus, u niet”. “Als dat zo is, dan verzoek ik u naar uw erf te gaan en u verzamelt stenen om mij te doden”. “Hoezo?” “Omdat ook in Leviticus staat ‘dat je dezulken behoort te stenigen’!  Ik vroeg of hij bloedworst at. Natuurlijk, waarom niet? “In Leviticus staat eveneens dat men niets van het bloed zult eten”. Maar dat was natuurlijk anders. En dan was er die man die elk jaar het grasveld naast de kerk maaide en daar jaarlijks een goede fles jenever voor ontving. Toen ik uit de kast kwam, verdween hij van het gras. Dat kon hij echt niet meer maaien. En toen sprak de voorzitter van het kerkbestuur de onsterfelijke woorden: “is het gras ook homofiel geworden?”

Dit stuk is eerder gepubliceerd in het twee-wekelijkse blad Argus.

Net niet

De al om uitgesproken euforie beviel me al niet. Neres had in Londen de 0-2 moeten maken, spookte de hele week al door mijn hoofd. Nu ben ik een voetbal-hypochonder, maar toen mijn vaste voetbalmaat, die dat niet is, mij de dag van de thuiswedstrijd vertelde dat hij er ook niet gerust op was, steeg mijn angstig voorgevoel naar een kookpunt. Vlak voor de wedstrijd werd het er niet beter op. Het begon al met het uitvallen van de scanapparaten, waardoor we minutenlang opeen gedromd in een benauwde ruimte moesten wachten voor we naar binnen konden. In het ledenrestaurant gekomen hoorden we dat 8 mei in de Ajax-historie een ongeluksdag was en toen na de warming up Neres niet fit bleek, was de nieges compleet. De 2-0 leek al ons pessimisme te logenstraffen. Maar in de rust zei Dick Schoenaker tegen mij: ‘ ik ben er nog steeds niet gerust op’. En ik had hetzelfde gevoel. Enfin, meer dan 5 miljoen kijkers hebben het grootste en meest bizarre ‘net niet’ gezien. ‘Net niet’ is de ergste vorm van ‘helemaal niet’. Zo dichtbij en uiteindelijk zo ver weg. De hele avond en nacht er na spookten ‘als dit’, ‘als dat niet’ door m’n hoofd. En herinneringen aan eerdere diepe teleurstellingen kwamen boven.

Ik was er bij in Rome, mei 1996, toen we op strafschoppen verloren van Juventus in de finale van de Champions League. Mijn gedachten gaan verder naar de bizarre wedstrijd uit tegen A.C.Milan in het seizoen 2002-2003. Het Ajax-jaarboek helpt de herinnering body te geven.Thuis was het 0-0 geworden. Geen doelpunt tegen, is het meest gunstige wat je van die uitslag kan zeggen. Clarence Seedorf ontbreekt vanwege een blessure. In de 30e minuut scoort Inzaghi en het lijkt gedaan. Maar in de 63e minuut maakt Litmanen gelijk, twee minuten later scoort Shevchenko, maar in de 78e minuut is het Pienaar die Ajax naar de halve finale schiet. En dat doel komt steeds dichterbij tot  in blessuretijd Inzaghi na het wegslippen van Chivu kans ziet met een lobje de bal over Lobont te schieten, waarna Jon Dahl Tomasson het laatste tikje geeft. Wat betreft de eigen compettie schiet me direct het seizoen ’90-’91 te binnen. De voorlaatste wedstrijd was uit tegen SVV, wat een makkie moest zijn. Winst zou het kampioenschap opleveren. Maar het werd een onmogelijk gehouden 1-0 verlies (doelpunt Zier Tebbenhof). Nu kwam het in de slotwedstrijd op doelsaldo aan. Ajax moest thuis tegen Vitesse  twee doelpunten meer maken dan PSV thuis tegen FC.Volendam. Ajax wint met 3-0, maar het is niet genoeg, ofschoon de maker van het derde doelpunt, Michel Kreek, denkt dat hij de kampioensschaal heeft binnengeschoten! 

Dit dramatisch einde herhaalde zich in nog iets heviger mate op zondag 29 april 2007. AZ, onder Van Gaal, was op weg naar het kampioenschap, maar verloor in zijn laatste wedstrijd uit tegen Excelsior (met Van Persie). PSV speelt thuis tegen Vitesse en wint met 5-1. Ajax speelt uit tegen Willem II, waar in de 69e minuut Huntelaar de 0-2 maakt. Nog één doelpunt er bij en dan gaat de schaal naar Amsterdam. Huntelaar krijgt de beslissende treffer op zijn hoofd, maar kopt net naast. Net niet wordt helemaal niet.

En dan tenslotte die andere fatale 8 mei, die van 2016. Al weer de laatste van het seizoen. PSV uit tegen PEC Zwolle, Ajax uit tegen De Graafschap. Younes scoort de 0-1, genoeg voor de schaal. Ene Bryan Smeets, die nooit scoort, maakt gelijk. Er is tijd genoeg voor een winnende, maar op de bank breekt paniek uit. Trainer Frank de Boer haalt zelfs spits Milik naar de kant. Dat helpt bepaald niet. Ajax blijft steken op die ene treffer en PSV is kampioen. 

Het afgelopen seizoen was het doelsaldo zoveel beter dat zelfs een verlies uit wederom tegen De Graafschap niet zou deren. Het werd 1-4. Waar vierde de selectie, staf en directie het 34e kampioenschap? Juist: in ‘Meneer Nieges’, een restaurant in de buurt van het Centraal Station van Amsterdam!

Opmerkelijke graven – Benno Stokvis

Ik kwam niet zo lang geleden weer eens op de Algemene Begraafplaats naast het St.Janskerkhof, tussen Laren en Hilversum. Er liggen bekende figuren begraven zoals Carry van Bruggen en Bert Haanstra. Daar stuitte ik ook op het graf van dr. Benno Stokvis. De tekst op de steen onder zijn naam trok de aandacht: “Beter staande sterven dan geknield leven”.

img_1388img_1388-2

 Deze op 3 januari 1977 overleden Stokvis is gemakkelijk te googelen. Benno Jules , zoals hij volledig heet, is geboren op 23 januari 1901 in Amsterdam. Hij ontwikkelt zich tot letterkundige en advocaat en zit van 1946 tot 1952 namens de CPN in de Tweede Kamer. Als kamerlid is hij justitie-woordvoerder en fractiesecretaris en hij neemt zitting in de parlementaire enquêtecommissie regeringsbeleid 1940-1945. Voor de oorlog is hij verbonden aan diverse letterkundige tijdschriften, hij schrijft een aantal boeken en als advocaat verdedigt hij Henk Sneevliet na de muiterij op de De Zeven Provinciën (1933).  Sneevliet had opgeroepen tot solidariteit met de muitende matrozen en werd op grond daarvan beschuldig van opruiing. Wat mij vooral (aangenaam) verrast is, dat hij zich al in de jaren 30 ontpopt als voorvechter van de rechten van homo’s. Hij publiceert een boek met 35 levensgeschiedenissen van homoseksuelen. In 1952 breekt hij met de CPN en treedt toe eerst tot de PVDA (1955-1971) en vanaf ’71 tot DS’70. Tussen 1967 en 1975 verzorgt hij de radiorubriek ‘Recht en slecht’. Uit de lijst van zijn publicaties blijkt dat hij ook een kenner en liefhebber van paarden te zijn. Uit Wikipedia neem ik die lijst over:

  • Lodewijk van Deyssel. Een samenvattende studie. Amsterdam, [1921].
  • Bibliographie betreffende K. J. L. Alberdingk Thijm. Rotterdam, [1922].
  • Wrange vruchten. Amsterdam, [1924].
  • Nasporingen omtrent Vincent van Gogh in Brabant. Amsterdam, 1926.
  • De moord in de Spuistraat. Baarn, 1926.
  • Rond het misdrijf van frauduleusen invoer. Amsterdam, 1928 (proefschrift).
  • De Rooie. Roman uit het misdadigersleven. Amsterdam, 1928.
  • Homo-sexualiteit en strafrecht. Amsterdam, 1934.
  • Van Deijssel en Kloos doctor honoris causa. Amsterdam, 1935.
  • Contracten, modellen en formulieren voor de praktijk. 7 delen. Lochem, 1936-1951.
  • Een afscheid van dit leven. Lochem, 1936.
  • Een liefde op het midden van den levensweg. Den Haag, 1938.
  • De homosexueelen. 35 autobiographieën. Lichem, [1939].
  • Echtscheiden. 35 huwelijkstragedies. Lochem, [1941].
  • Het paard in de literatuur. Lochem, [1948].
  • Meine Mutter. Amsterdam, [1948].
  • Man en paard. Lochem, 1950.
  • Advocaat in bezettingstijd. Amsterdam, 1968.
  • Lijden zonder klagen : het tragische levenslot van Hubertina van Gogh. Baarn, 1969.
  • Recht en slecht. Radiobeschouwingen. Den Haag, [1971].

Zelf kende Stokvis Joodse voorouders. De familie van zijn moeder kwam uit Wit-Rusland. Tijdens de Bezetting wist hij het voor elkaar te krijgen dat van circa tweehonderd personen hun joodse afstamming uit hun papieren verwijderd werden. Beter gezegd dat hun papieren ‘geariseerd’ werden. Verzoekschriften daartoe met behulp van advocaten bij het bureau van dr. Hans Georg Callmeyer hadden een grotere kans van slagen. Voor zich zelf wist Stokvis dat ook te realiseren. In 1952 werd de Advocatenwet in de Tweede Kamer behandeld. Bij die gelegenheid stelde Stokvis de rol van de balie tijdens de Bezetting aan de kaak. Vooral de raden van toezicht en de dekens nam hij op de korrel vanwege hun passieve houding toen joodse advocaten in 1941 eerst niet-joodse cliënten niet meer mochten bijstaan en later werden weggevoerd. “Hebben zij, wier taak het niet slechts was de leden van de orde te leiden, maar ook hen te beschermen een vinger uitgestoken, toen van deze leden de gerechtigheid vertrapt werd? Neen. In het ure van gevaar hebben zij hun eerste plichten verzaakt”.  Zijn genoemde radiorubriek sloot Stokvis steevast af met de woorden: “En zo staan wij thans aan de vooravond van de totale ondergang van Nederland. Ik wens u smakelijk eten en een prettig weekend”.

Op de steen staat nog de naam van Alida Anna Schilderman. Ik heb niet kunnen achter halen, wie achter deze naam schuil gaat. Zijn echtgenote?

benno_stokvis_1934

Naast Stokvis vinden we het graf van Toon de Jong, die bijna 100 werd en op zijn graf als graficus wordt vermeld, met het motto: ‘zijn leven was werken’, waarbij ik immer denk: was er echt niet meer in zo’n leven?  Ook over hem valt informatie te vinden. Behalve graficus was hij eveneens schilder en tekenaar, met werk in een naturalistisch-impressionistische stijl. Hij vervaardigde meest landschappen en portretten, woonde en werkte in Laren en was daarnaast actief in Zeeland.  Hieronder een ets van een boerderij in Eemnes.

tmp-109f0c2da349951c53e87ea69020b791-toon-de-jong_i300

 

Bij de dokter

Ik moest weer eens naar de dokter. Waarvoor doet er niet toe. Iets met een grote teen.De dokterspraktijk in Naarden, waarvan ik patiënt ben – of moet je van ‘cliënt’ spreken? – bestaat volledig uit vrouwen. Niet alleen de assistenten, de praktijkondersteuners, maar ook de twee huisartsen zijn van de voor mij andere kunne. Nu heb ik wel eens gelezen of gehoord (of op de treurbuis gezien) dat er in het basisonderwijs te veel vrouwelijke leerkrachten zijn. Dat ‘te’ houdt een waardeoordeel in en zo is het ook bedoeld. Want voor de jongens zou dat niet goed zijn. Ze zouden te weinig op hun ‘jongens-zijn’ worden aangesproken en te veel feminiene invloeden onder gaan. De hilarische serie De Luizenmoeder is wat dat betreft een goede afspiegeling: voor de klas de juffen Ank en Helma, meester Anton staat niet voor de klas. Sire had een paar jaar terug een spotje waarin gepleit werd om jongens meer jongensdingen te laten doen, zoals ravotten. 

Hoe zit dat in de gezondheidszorg? Is daar ook niet een overschot van vrouwen aan het ontstaan? In elk geval wel voor honderd procent in mijn dokterspraktijk. En heb ik daar als man hinder  of sterker nadeel van? Of vind ik het juist prettig om door een vrouwelijke arts geholpen te worden? Ik overdacht dit alles op de fiets naar de dokter voor die grote teen. En mijn gedachten gingen veertig jaar terug in de tijd, toen ik vanwege de strijd om mijn toen nog vermoede en onderdrukte homoseksualiteit. Bij het IMP, de voorloper van het Riagg had ik een intakegesprek gedaan en de conclusie was dat psyche-analyse voor mij de beste therapie zou zijn. Ik kreeg de vraag voorgelegd of ik een mannelijke of een vrouwelijke psychiater daartoe wenste. Ik koos voor de laatst genoemde. Ik was eigenlijk bang voor mannen, bang om me zelf bloot te geven. Eigenlijk is dat min of meer zo gebleven. Bij onderzoeken geneer ik me meer voor mannen als voor vrouwen. Wellicht omdat mijn libido mannen-gericht is en ik dus bang ben voor ongepaste gevoelens in de behandelkamer. Bij vrouwen heb ik daar geen last van. Bovendien vind ik vrouwen empathischer en meer geneigd naar de mens achter de aandoening te kijken. In elk geval was het bezoek vanochtend meer een uitje dan een ‘tocht der zuchten’. Natuurlijk, het ging maar om een grote teen – ver van het hart  zogezegd – , maar de in warme vriendelijkheid ingebedde deskundigheid, was reden om fluitend weer naar huis te trappen. Ik bedacht me wel ondeugend, dat een mannelijke assistent in de praktijk toch welkom zou zijn.                                                                                     Enfin: wie wil reageren: info@klaasvos.nl

Hoe Amsterdams is Ajax?

Om bovenstaande vraag te beantwoorden is het van belang te definiëren wat we onder Amsterdams verstaan. In verband met Ajax wordt dat geassocieerd met bluf, arrogantie, hoofdstedelijke trots. In de gloriejaren van Michels en Kovács, waarin drie keer op rij de ‘Cup met de Grote Oren’ werd veroverd, kwamen ook veel spelers uit onze hoofdstad, zoals de grote drie voorin: Swart, Cruijff en Keizer. En de grote drie achterin eveneens: Hulshoff, Krol en Suurbier. Anderen kwamen uit de buurt, uit Groot-Amsterdam zo gezegd, zoals Neeskens, Rep, Mühren en Stuy. De trainers Michels en Haarms waren onvervalste Amsterdammers. Uit het buitenland kwamen Vasovic en Blankenburg.

In 1987 werd de Europa Cup 2 gewonnen. Hoeveel spelers en wie kwamen er onder Amsterdammer Cruijff uit de hoofdstad? In elk geval Dennis Bergkamp, Johnny Bosman, Stanley Menzo, Frank Rijkaard, Johnny van ‘t Schip en Rob Witschge. Danny Blind is een Zeeuw, Peter Boeve kwam van het Veluwse Uddel, Arnold Mühren uit Volendam, Arnold Scholten uit Den Bosch, Sonny Silooy uit Rotterdam en daarna lange tijd woonachtig in Zaandam, Aron Winter uit Lelystad en Marco van Basten, Ronald Spelbos en Jan Wouters uit Utrecht. Er waren wat buitenlanders uit Denemarken en Finland, die nauwelijks speelden.

Hoe zit het met de glorietijd onder Van Gaal? Ik neem 1995 als uitgangspunt, want toen werd de Champions League gewonnen. De technische staf was geheel Amsterdams: Van Gaal, Van der Lem en Haarms. Van de spelers: Edgar Davids, Patrick Kluivert, Michael Reiziger. De broertjes De Boer kwamen uit het Noord-Hollandse Grootebroek, Winston Bogarde uit Rotterdam, Peter van Vossen uit Zierikzee, Marc Overmars uit Epe, Edwin van der Sar uit Voorhout, Arnold Scholten uit Den Bosch, Danny Blind uit Oost-Souburg, John van den Brom uit Amersfoort, Clarence Seedorf uit Almere. Litmanen was een Fin en Finidi George en Kanu waren Nigerianen.

En hoe zit dat nu? Alleen Daley Blind en Carel Eiting zijn Amsterdammers. Joel Veltman komt Velsen, Matthijs de Ligt uit Leiderdorp/Abcoude, Daley Sinkgraven uit Assen, Mazraoui uit Leiderdorp, Donny van de Beek uit Nijkerkerveen, Hakim Ziyech uit Dronten, Frenkie de Jong uit Arkel en Klaas Jan Huntelaar uit de Achterhoek. Onana (Kameroen), Tagliafico (Argentinië), Lasse Schöne (Denemarken), David Neres (Brazilië), Dusan Tadic (Servië). Ik beperk me tot de voornaamste spelers, met uitzondering van Carel uiting, door Frenkie de Jong gezien als zijn opvolger. Trainer Ten Hag komt uit Haaksbergen, zijn assistent Alfred Schreuder uit Barneveld, Aron Winter uit Lelystad, keeperstrainer Carlo l’Ami uit Leiden. Alleen Richard Witschge is een Amsterdammer. Je zou kunnen zeggen dat ‘boertjes van buuten’  bepalend zijn voor het huidige succes. En met en door hen wordt wel echt Amsterdams gevoetbald: met lef, avontuurlijk, vrij in het hoofd en met doorzettingsvermogen, met een echte wil tot winnen. 

Grebbeliniepad – 6 – Scherpenzeel – Amersfoort

Op 3 oktober met de trein naar Amersfoort en daar met de bus naar Scherpenzeel, halte Pothbrug in de weg naar Woudenberg. De route loopt tussen de twee dorpen door. Scherpenzeel is ontstaan rond 1200. De naam verwijst naar een ‘zale’ (huis) omringd door scherpe palen  als versterking. Het versterkte huis werd uitgebouwd in de late middeleeuwen tot een kasteel, in de 17e eeuw aanzienlijk uitgebreid en in de 18e eeuw verbouwd tot een landhuis in classicistische stijl en begin 19e eeuw wederom verbouwd. Toen werd ook het park in Engelse landschapsstijl ingericht. Scherpenzeel lag op een strategisch punt en was daarom speelbal van de twisten tussen het bisdom Utrecht en het hertogdom Gelre. Het dorp heeft zeer te lijden gehad onder de oorlog, waarbij veel gebouwen zijn verwoest. De 14e eeuwse Hervormde Kerk is gespaard gebleven  als mede Het Hoge Huys met fraaie trapgevel, mogelijk oorspronkelijk een bierbrouwerij. Het dorp kent een flink aantal kerken ter rechter zijde van het religieuze spectrum. Marco van Ginkel, voetballer van Vitesse, Chelsea en PSV en Henri Schut, presentator bij Studio Sport zijn uit het dorp afkomstig en vogelkenner Nico de Haan woont er.

520px-kerk-scherpenzeel    266px-scherpenzeel_nl_5

Woudenberg is een dorp van ruim 13.000 inwoners, waarvan de naam verwijst naar een dekzandrug, een opgestoven hoogte van enkele meters (berg), in een bosrijk gebied. De kern van het dorp ontstond in 1240. De abdij van Oostbroek (bij De Bilt) was de eigenaar en gaf de 500 hectare grond er om heen ter ontginning in erfpacht aan de edelman Philips van Rijningen bij Wijk bij Duurstede. Die pakte de zaak voortvarend aan en door middel van ontwatering was het gebied al in 1280 ontsloten, opgedeeld en in leen uitgegeven. Philips’ kleinzoon liet een kasteel bouwen: het Huis te Woudenberg. In 1309 werd een kapel gebouwd: thans in gewijzigde vorm de dorpskerk. Na 1400 worden kasteel Geerestein, ridderhofstad Groenewoude en een tweede Huis te Woudenberg gebouwd. Van Groenewoude is het koetshuis nog over, van Huis te Woudenberg zijn in 1990 sporen van de oude grachten gevonden en kasteel Geerestein is nog helemaal intact. In de achttiende eeuw werd er veel tabak verbouwd. Het agrarische dorp groeide na W.O.II tot een dorp met veel transportbedrijven en lichte industrie. Behalve een kleine RK-gemeenschap kent ook dit dorp kerkgenootschappen van orthodoxe signatuur.  Ook Woudenberg bracht een tweetal bekende voetballers voort: Erik Willaarts (FC.Utrecht) en Ricky van Wolfswinkel ( Vitesse, FC.Utrecht, Sporting Lissabon, Norwich City, Vitesse, FC.Basel) en verder de theoretisch fysicus Erik Verlinde, de historica Nanda van der Zee, die over het lot van Nederlandse Joden in W.O.II en de rol van Wilhelmina schreef, gehuwd eerst met Pieter Lakeman en later met Bob Smalhout en in 1914 aan de gevolgen van een ongelukkige val overleed. Een Woudenberger was eveneens Gerrit Kleinveld, een verzetsstrijder, die uit Kamp Amersfoort wist te ontsnappen, waarover Gerard Soeteman in 1992 de film De bunker maakte, met Thom Hoffman in de rol van Kleinveld. Kleinveld overleed in 2006.

d794023dc88a7b38027e786ab2244f78_45c40c65ec18707d750fd359ab85478a6ee8c3ba   266px-kasteel_geerestein_2760                     Grote Kerk                                                                  Geerestein

Enfin, tijd om pad te gaan. We blijven langs het Valleikanaal lopen langs links industriegebied. Dichtbij de Pothbrug ligt hoog op de dijk een Duitse kanonkazemat. Ter hoogte van de brug had het Duitse leger met versperringen de toegang tot Woudenberg stevig afgesloten. Bij het dorp zelf was ook nog een hindernis. Het kanon van de kazemat was een pantserafweergeschut, die de geallieerde tanks wisten te omzeilen. Aan het einde van het industriegebied kom ik  op het punt waar vanuit het noordoosten de Roffelaarskade aansluit op bedijk waarover ik mijn stappen zet. Er ligt een damsluis, uit 1865 om indien nodig het gebied van de kade onder water te zetten. Het functioneert nu als stuw, waarmee het waterschap de waterstand kan reguleren, wat op afstand gedaan kan worden middels de groene machinekasten. 

img_2974     img_2976     Duitse bunker                                                              Valleikanaal

img_3945   img_2977       Damsluis Roffelaarskade                                         idem andere zijde.

De gids maakt me lekker met het mogelijk spotten van de ijsvogel, maar helaas een blik op deze prachtige kleurrijke gevederde vriend wordt me niet vergund. Wel is het prettig dat de route niet toegankelijk is voor honden. Waar een strook bos op de dijk van westelijke zijde aansluit ligt de Bruinenburgersluis, in 1786 gebouwd door de genie.  De sluis ontleent haar naam aan het inmiddels verdwenen “Huis Bruinenburg’, een hofstede met een gracht en een torentje. Er staat een bank bij, waarop ik wat uitrust en een boterhammetje eet. De route buigt wat naar rechts en ik kom uit op de aansluiting met de Leusbroekerweg. Hier kruis ik de ‘Koninklijke Weg’, een wandelroute  van paleis Noordeinde in den Haag via Paleis Soestdijk naar het paleis Het Loo.  Ik steek de weg over en vervolg de route langs het Valleikanaal, tussen 1935 en 1941 gegraven om een einde te maken aan de wateroverlast in de Gelderse Vallei. Op grote delen van de landerijen stond iedere winter wel een laagje water. Bij de aanleg werd gebruik gemaakt van bestaande wateren, zoals de Lunterse Beek, het Omleidingskanaal, de Broeksloot en de lindegracht. ( Met dank aan de gids die  goed voorzien is van informatie). De aanleg diende een drieledig doel: werkverschaffing, oplossing van het eeuwenoude waterprobleem en versterking van de Grebbelinie. Bij de volgende wegaansluiting, de Langesteeg, ligt een indrukwekkende Duitse bunker die de omgeving domineert. Aan de andere kant ligt een boerderij met het jaartal 1947. Toen het kanaal werd aangelegd moest het verplaatst worden, werd het in 1940 verwoest door het Nederlandse leger en na opbouw door het Duitse leger in 1945 afgebrand omdat het in het schootsveld lag. Tussen de Langesteeg en de Hamersveldseweg liggen de Schoolsteegbosjes, met daarvoor een kazemat in het weiland. Deze betonkazemat was bestemd voor flankerend vuur. In de Valleistelling zijn daarvan 18 gebouwd, waarvan er nog 13 over zijn. De Schoolsteegbosjes vormen een beschermd natuurgebied van grasland, en hakhoutbos met open water. Volgens de gids broedgebied van bosuil, goudvink en wielewaal.  Al snel ben ik nu aan de rand van Leusden en daar komen ze: honden, met hun mannelijke of vrouwelijke baasjes er achteraan.

img_3946         img_3947                                    Bruinenburgersluis

 

img_3948     img_2978     Duitse bunker

img_3949    img_3950  Betonkazemat

Het westelijke deel van Leusden ligt op de hellingen van de Utrechtse Heuvelrug, het oostelijke deel, waar ik langs loop in de Gelderse Vallei. Het oorspronkelijke Leusden is wat nu Oud-Leusden heet, ten zuidwesten van Amersfoort. Dat dorp wordt al in een bisschoppelijke oorkonde genoemd als ‘Villa Lisiduna’. (‘Loosduinen?). In de 19e eeuw kwam het zwaartepunt van bewoning te liggen in oostelijke richting. Nu Leusden -Zuid, met waterstaatskerk. Dat Leusden was een samenvoeging van Leusbroek en Hamersveld. In de jaren zestig en zeventig enorm uitgebreid kreeg je Leusden-Zuid en Leusden-Centrum. Nu heet het Leusden zonder meer. Ik blijf aan de rand lopen en kom bij de van het oosten komende Asschaterkade. Deze kade is tegelijk met de lindedijk in 1745 aangelegd. In 1799 kwam er op de kop van de kade een zgn. voorwerk om de dijk tegen aanvallers te beschermen. Er was plaats voor acht kanonnen. In 1940 werd hier gevochten door soldaten van het 16e regiment Infanterie tegen de voorhoede van het Duitse leger. Ze sliepen ‘s nachts onder een dekentje in de loopgraaf. De gids citeert uit een dagboek van sergeant Vink: “Slapen in mijn loopgraaf deden we om beurten, een halve groep tegelijk. Twee man bij de mitrailleur op post, twee man keken gespannen over de borstwering met een verdedigingsgranaat in de hand en een voor zich op de borstwering. De rest van de soldaten moest patrouilleren met bajonet op door de loopgraaf”. Om het voorwerk met zijn restanten  van loopgraven, tankversperring en kazematten moet ik een extra 3,5 km lopen, omdat ik nog een stuk moet en de dag vordert zie ik er van af. Later nog eens terugkomen, zoals ook wat betreft het Bezoekerscentrum bij Renswoude. Dan kan ik eveneens het monument zien dat herinnert aan een gruwelijke gebeurtenis op 27 april 1945. Duitse soldaten dreven zeventien mensen uit een boerderij naar buiten en scheidden vier mannen van de rest. De dertien werden naar de Asschatterweg geleid en deze hoorden achter hen schieten: de vier mannen, twee buren en twee evacués uit Arnhem, een vader en zoon bleken bruut neergeknald. Enfin over die Asschatterweg met weer brug/damsluis en informatieborden steek ik over om verder om Leusden heen te lopen.

asschatterkade-19    asschatterkade-22

9280120304190503    img_3093

img_3095  img_3094

Mannen, meiden, dames en jongens blijven te voorschijn komen met hun honden. Fijne, gemakkelijke viervoeters allemaal; het scheelt dat ik dol op honden ben. Het pad ligt ook ‘bezaaid’ met bollen, waarop de gemeente informatie geeft over de Grebbelinie. Met een paar kronkels kom  ik uiteindelijk bij de A28, waarover ik de viaduct neem. Na vele vele kilometers heb ik het Valleikanaal verlaten, dat verder door stroomt tot in Amersfoort. Ik wandel over de Heiligenbergweg in een aangenaam najaarszonnetje en sla links af om in het dal van de Heilgerbergbeek te komen. Deze beek volg ik een park tussen twee woonwijken: een groene long tot in het hart van middeleeuws Amersfoort. De beek stroomt aan de rand van de oude stad onder de Monnikendam door. De poort is in 1420 gebouwd en de naam verwijst naar augustijner monniken die in de nabijgelegen Sint-Andreaskapel hun vieringen hielden. Hier eindigt mijn wederom heerlijke wandeldag. Een bus brengt me naar het treinstation en ik spoor terug naar Naarden.

unknown-1    unknown

unknown-2    img_3101

 

 

Grebbeliniepad 5 – Renswoude – Scherpenzeel

Naar Renswoude, Dorpsstraat bij restaurant De Dennen, waar ik mijn auto parkeer. Renswoude: De naam is een samentrekking van Rhenen-s woude, omdat het ooit tot Rhenen behoorde. Al in 855 werd het zo genoemd, maar dan in het Latijn: silva Hrenhem. Echter pas rond 1400 is er echt sprake van een nederzetting, bestaande uit een versterkt huis en een aantal boerderijen. In 1638 kwam er lintbebouwing: de huidige Dorpsstraat en twee achterwegen (nu Molenstraat en Kerkstraat) De initiatiefnemer Johan van Reede liet tevens kasteel Renswoude (1654) en de koepelkerk (1639) bouwen. In 1674 werd Renswoude een ‘Hooge en vrije heerlijkheid’, een gebied met een eigen onafhankelijke rechtspraak. In W.O.II is er hard gevochten in het buitengebied van het dorp. Uit voorzorg was de bevolking geëvacueerd. Een deel van hen kwam tussen evacués uit Veenendaal terecht en kwamen op een schip niet voor hen bestemd. Enfin voor hen werd toch  plek gevonden in plaatsen langs de Lek. Het grote deel van het dorp vond onderdak in Noord-Holland en kwam daar per spoor. Het kasteel bood in ’43-’44 onderdak aan evacués uit West-Nederland, terwijl de Duitsers in het laatste oorlogsjaar het gebruikten als opvangplaats van gewonden.

440px-church_in_renswoude_designed_by_jacob_van_campen     440px-renswoude_kasteel

 Ik start tegenover  De Dennen op het vervolg van de Groeperkade, een onverhard pad tussen bomen door. Al snel kom ik bij een oorlogsmonument in de vorm van een houten kruis. Op deze plek werden op 14 november 1944 om half één ‘s middags vijf verzetsmensen gefusilleerd als vergelding voor een actie van een andere verzetsgroep. Deze had een aanslag op een Duitse soldaat gepleegd op de Groeperkade, die dat overigens overleefde. Als represaille werden vijf verzetslieden uit de Utrechtse gevangenis gehaald en op dit dijkje neergeknald. De mannen die herdacht worden zijn Fekko Ebbens (1912) uit Midwolda, Matthijs van Ommeren(1925) uit Zoelen, beide leden van een Tielse verzetsgroep, Christiaan Frohn (1926), opgepakt bij een poging de Waal over te zwemmen, Pieter Oltmans (1915) en Andreas van Oijen (1919). 

img_2935   img_2936

Ik kom bij een damsluisje in de Lunterse Beek, gebouwd in 1865 als vervanger van een houten voorganger. Door schotbalken in de sleuven te laten zakken zou het water dermate opgestuwd worden dat het gebied de Groepse Kom zou onderlopen. In 1940 bleek dat niet echt perfect te werken; water bleef door de balken sijpelen, waardoor de inundatie niet voldoende slaagde. Achter de brug die ik oversteek ligt Werk aan de Engelaar, aangelegd in 1799  ter bescherming van het sluisje. In mei wisten enige tientallen soldaten o.l.v. kapitein Moquette diverse aanvallen van een Duits bataljon af te slaan. Maar in de avond van 13 mei was  men door munitiegebrek tot overgave gedwongen.

img_2939    img_2940

Ik loop de kade helemaal af, met onderweg een oversteek over de Groeperweg en kom uit bij het spoor en sla daar rechts af naar buurtschap De Groep.

img_2943        img_2969 torenvalk

Na de brug  over het Valleikanaal rechtsaf en verder over de Grebbeliniedijk, een graspad, langs het Valleikanaal.  De spoorlijn loopt ook over het Valleikanaal en daarom werd er na de aanleg in 1843 al een damsluis in aangebracht, zodat een deel ten zuiden van de spoorlijn onder water gezet kon worden. Over de dijk krijg ik zicht op het Broekerbos aan de overzijde van het kanaal, goed voor een reigerkolonie en reeën, maar veel hebben we er niet aan, aangezien het bos niet voor publiek toegankelijk is. Aan de dijk restanten van bunkers. Het aangename weer en een knorrende maag nodigen uit tot neerzijgen op zo’n restant.

img_2944   img_2945

Een asfaltweg noopt tot dalen en na oversteek weer tot een klimmetje. Bij de Lambalgseweg hetzelfde ritueel. Hier mondt de Lunterse Beek uit in het Valleikanaal. De weg is genoemd naar het oude landgoed Lambalgen, bos sinds 13e eeuw, landgoed vanaf de 15e eeuw. Lam = Lammer = belemmering; balgen = zwellingen/zandruggen.  Bij dit landgoed werd de liniedijk omgevormd tot redoute met emplacement voor artillerie. Tijdens de mobilisatie kwamen er loopgraven en enkele kazematten. In de meidagen van ’40 werd er flink gevochten. In 1953 bood het landhuis onderdak aan twintig Molukkers en aan een familie uit Stellendam, ontkomen aan de watersnoodramp. Er brak brand uit. Daarna werd het huis gesloopt.

300px-rijksmonument_39544    220px-huize_lambalgen_1903

img_2948    img_2947

Van de Lambalgseweg loopt de liniedijk langs de licht slingerende Lunterse Beek. Bij Hoeve De Beek vind je een reconstructie van een loopgravencomplex. Het is een herinnering aan de slag bij Scherpenzeel, waar een aanval van de Duitsers door onze infanterie en artillerie werd afgeslagen.

img_2958    img_2959

img_2961    img_2964

Uiteindelijk kom ik bij de Pothbrug, met damsluis. De brug is opgenomen in de weg Woudenberg-Scherpenzeel. Hier wacht en stap ik op de bus die me bij De Dennen terugbrengt.

 

Grebbeliniepad – 4 -Veenendaal – Renswoude

Op 27 september ben ik weer op pad gegaan op een wederom schitterende dag, het zomerse weer weet van geen ophouden. Ik parkeer mijn auto in een straat achter de Prins Clauslaan in Veenendaal. De wandeling begint bij de bushalte, waar dichtbij een kazemat staat in een achtertuin. Veenendaal , zo leert mijn wandelgids, werd door drie verdedigingslijnen verdedigd: voorposten, frontlijn en stoplijn. Deze laatste linie, die aansloot op de frontlijn, bepaalt de route nu. De positie van deze kazemat (S7) werd door soldaten en burgers De Punt genoemd, vanwege de hogere ligging als in een punt in het inundatiegebied. Slechts over deze smalle strook kon het Westen bereikt worden en moest dus worden verdedigd. Veenendaal is in de afgelopen veertig jaar enorm uit zijn kluiten gegroeid tot een ‘stad’ van ruim 60.000 inwoners. Het duurt dus even voor ik het historische centrum bereik, via winkelcentrum Corridor. Eeuwenlang was dit gedeelte van de Gelderse Vallei drassig hoogveengebied, ontstaan aan het einde van de laatste ijstijd vanwege de slechte waterafvoer. Vanaf circa 1430 kwam de turfwinning op gang en de even later gegraven Grift zorgde voor een goede afvoer van de turf. De veenkolonie groeide en had na een eeuw behoefte aan een eigen kerk, om veenarbeiders te behouden en aan te trekken. Deze werd in 1566 gebouwd op een kleine geïsoleerde stuwwal. Om deze Salvatorkerk kwam een brink, waaraan gewoond werd en als markt dienst deed, verder was er lintbebouwing .Het dorp was wel verdeeld over twee provincies: Stichts Veenendaal onder de gemeente Rhenen en Gelders Veenendaal onder Ede. De inval van Franse legers in 1795 werd door enkele Veense burgers aangegrepen om een eigen gemeente op te richten. Dat lukte het Stichtse deel, met op dat moment 1900 inwoners. Pas in 1960 kwam het Gelderse deel door grenscorrectie bij het Stichtse Veenendaal en zo ontstond een grotere eigen gemeente van zo’n 23.000 inwoners. In de 17e eeuw was echter de turfwinning ten einde en het dorp verviel een paar eeuwen in een stilstand. Pas in de 19e eeuw kwam er weer bloei, dankzij de mechanisatie in de textielnijverheid, waarbij in het dorp zich een wolindustrie ontwikkelde, naast de op gang gekomen sigarenindustrie, beide tot aan de W.O.II bepalend voor het dorp. na de oorlog komt daar de klad in en uiteindelijk zijn vrijwel alle fabrieken gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Tijdens de mobilisatie legerden zich 2000 militairen in Veenendaal. Na de Duitse inval werd de bevolking geëvacueerd. Van de 22 Joden die het dorp kende, kwam twaalf om in een vernietigingskamp. Veenendaal was een van de laatste plaatsen in ons land die bevrijd werd. Na de capitulatie bleven Duitse en Nederlandse SS’ers er de dienst uitmaken. Op 7 mei openden zij het vuur op een groep van de Binnenlandse Strijdkrachten, toen deze poolshoogte kwamen nemen. Drie B.S’ers kwamen om. Op 8 mei trokken geallieerde soldaten naar het dorp, maar na schermutselingen trokken die zich terug. Pas op 9 mei wisten shermantanks en pantserwagens de stad te veroveren en dus te bevrijden.  Veenendaal kun je gerust tot de Biblebelt rekenen. Bij de laatste verkiezingen voor de gemeenteraad kreeg de C.U 8 zetels en de SGP 4 zetels. De hervormde gemeente ( groot deel orthodox) is de grootste kerkgemeenschap (13.000). Maar de Geref. Gemeente heeft het grootste kerkgebouw : 2.200 zitplaatsen. Verder zijn er nog een aantal kerkgenootschappen van de uiterst rechtse flank.

Na een koffie op een zonnig terras wandel ik langs de flanken van het historisch centrum. Ik passeer daarbij de Frisia-Villa, voormalig directiekantoor van de gelijknamige wolspinnerij. Met een baar bochten kom ik weer bij het Valleikanaal/Grift uit. De Kanaalweg gaat over in de Sportlaan en onder viaduct door in Verlengde Sportlaan. Toepasselijke naam, want tegenover elkaar liggen daar de complexen van de op zaterdag spelende voetbalclubs DOVO en GVVV. In 1933 richtten twaalf vrienden een voetbalclub op en noemden die ook als zodanig: Door Vrienden Opgericht, DOVO dus. Ze spelen in de derde divisie onder leiding van Gert Kruys. G.V.V.V. speelt zelfs in de Tweede Divisie en werd door enkele jonge kerels opgericht in november 1947. De letters staan voor Gelders Veenendaalse Voetbal Vereniging, dus ontstaan in het toen nog Gelderse deel van het dorp. In Spakenburg liggen twee rivaliserende clubs, Spakenburg en IJsselmeervogels naast elkaar, in Huizen (NH) geldt dat ook voor Sv.Huizen en Zuidvogels. Hier wandel ik tussen de twee verenigingen door.

img_2921   img_2922           Kazemat De Punt                                                      Cultureel centrum

266px-veenendaal_pkn-_hervormd_oude_kerk_aan_de_markt_utr-_opname_27-02-2008_foto-_andre_van_dijk_veenendaal         540e7233-350f-ba40-547a-72e949b75e4b             Salvatorkerk                                                           oude ansicht met rechts Frisia

img_2924  img_2923    DOVO                                                                         G.V.V.V.

Ik wandel de wijk Ruisseveen in, een naam die verwijst naar de veengronden die Maria van Moudwijk, weduwe van Hendrik Ruijsch, in 1578 verwierf om te mogen vervenen. Het octrooi op die gronden verklaart de slinger in de Grift. In de bocht stonden in mei 1940 mitrailleurs opgesteld, in stellingen van hout en aarde, achter het water, gericht op het centrum van Veenendaal. Na een doorbraak door de frontlijn verwachtte men hier een aanval. Echter de Duitsers werden al gestuit bij de voorposten.                                                   Ik loop onder een viaduct door, langs de Grift over een fietspad en aan het einde links de Munnikenweg op. Deze weg vormde de begrenzing van het bezit van het klooster Nieuw Licht buiten Utrecht. De kartuizers hadden ook delen van de Emminkhuizerberg in bezit, waar de kapel van 1535 in 1566 al weer werd afgebroken om de stenen te gebruiken voor de Salvatorkerk. In de oorlog stonden langs de Munnikenweg militaire barakken. In de winter van ’39-40 vielen in de buurt drie militairen met dodelijke afloop van een pontje tijdens het ijshakken.  De Munnikenweg komt uit op de Kooiweg, waar links een brug en sluis liggen. Dat punt heet de Roode Haan, een inmiddels verdwenen herberg wiens naam herinnerde aan de de branden die woedden toen Spaanse troepen tijdens de Tachtig Jarige Oorlog huishielden in Veenendaal en meer dan 100 huizen in vlammen opgingen. In 1629 werd hier al een aarden schans aangelegd. De huidige werken van de Roode Haan werden gerealiseerd in 1785-1786, toen men nog rekening moest houden met een aanval via de Emminkhuizerberg.  Het kreeg een zigzagvormig, met de mogelijkheid van emplacementen voor kanonnen. Halverwege 19e eeuw werd de sluis vernieuwd en was het mogelijk inundaties te verwezenlijken. Tijdens de mobilisatie kwamen er betonnen kazematten. Tijdens de meidagen van 40 stond er luchtdoelafweergeschut. Een Juncker stortte neer. Het is nu een klein recreatiegebied voor vissers en wandelaars.

veenendaalwest    sluisroodehaan                                  bocht Grift Ruisseveen                                 Sluis Roode Haan

roodehaanmei08a  Roode Haan

Ik laat de Roode Haan links liggen en loop onder de snelweg Utrecht- Arnhem door, door weidegebied over de Kooiweg, die westwaarts buigt, maar ik sla rechtsaf over een pad van steenslag en steek de spoorlijn over en daar ligt de Linie van Juffrouwwijk uit 1799, een hoornwerk en liniaal die de toegang tot de Emminkhuizerberg moesten afsluiten. De naam verwijst naar de ‘vrouwe van renswoude’, Margaretha van Culemborg (1528-1608). Met ‘wijk’ wordt waterweg door veengebied bedoeld (denk aan veel plaatsnamen met ‘wijkbaan het eind). Bij de eerst volgende bocht naar rechts restanten van de Batterij aan de Schalmdijk, gebouwd in 1786. Met het geschut op de wallen kon de Slaperdijk  en de Buursteeg bestreden worden; ook de toegangsweg naar Renswoude, de Schalmdijk, werd afgegrendeld en de Juffersluis bleef ook uit vijandelijke handen. tijdens de mobilisatie van ’39 werden loopgraven aangelegd, die in mei ’40 onder artillerievuur kwamen te liggen, waarbij een soldaat sneuvelde.

juffrouwwijkbkazemat     schalmo1                                          Duitse bunker Juffrouwwijk                          Schalmdijk

Dan kom ik bij Fort aan de Buursteeg, tegen de spoorlijn aan. Daar ook de het bezoekerscentrum over de Grebbelinie, die ik toch laat liggen om later apart nog eens te bezoeken. Het wandelen staat voorop. In de achttiende eeuw vormde de Buursteeg een hoge en droge toegangsweg door de Grebbelinie naar het westen. Het fort werd in 1786 aangelegd om deze weg af te sluiten. Het gebied er omheen kon niet onder water gezet worden, daarom moest het fort een forse omvang krijgen, waardoor het tot de grootste werken van de Grebbelinie ging behoren. De Duitsers wilden de spoorlijn gebruiken, maar de in te zetten trein kwam niet verder dan Westervoort, waar de spoorbrug werd opgeblazen. Behalve wat artillerievuur op 13 mei, waarbij geen slachtoffers vielen, bleef het tamelijk rustig. De dag er voor verschenen soldaten die zich hadden teruggetrokken uit de voorposten, maar deze werden weer teruggestuurd naar hun stellingen bij De Klomp. Wel sneuvelde er een Nederlandse soldaat in een door eigen troepen aangelegd mijnenveld bij de spoorbaan. Bij het bezoekerscentrum ga ik linksaf de Slaperdijk op. Deze dijk is in 1652 aangelegd als een extra beveiliging in geval elders een dijk doorbreekt. Aan de Gelderse kant lag de Grebbedijk die volgens de Utrechtenaren onvoldoende onderhouden werd, met als gevolg dat hij nog al eens bezweek. Het peil in de Rijn is liefst 6 meter hoger dan in het IJsselmeer en dus dreigt er immer gevaar bij hoog water in de rivier. De Utrechtenaren hebben de Slaperdijk op hun grondgebied aangelegd om overleggedoe te voorkomen. In 1786 werd de dijk onderdeel van de Grebbelinie. Ik loop dit Rijksmonument helemaal af, zo’n zeven kilometer, tussen bomen, niet gehinderd door enig motorisch vervoer. Alleen onderbroken door de Renswoudseweg, waar een coupure is aangebracht. Met schotbalken kan men in geval van nood de weg afsluiten en zo voor een waterbarrière vormen. De sponningen voor de balken zijn zichtbaar in een betonnen muurtje. 

slaperdijk_2    800px-slaperdijk_1 Slaperdijk

Ik loop langs Renswoude dat links ligt en kom op de kop van de Slaperdijk, waar in 1799 het grote Werk aan de Daatselaar werd aangelegd. Het fort zorgde voor bescherming van het belangrijke sluisje in de Lunterse Beek en het sloot de toegang tot de Slaperdijk en de groeperende af. Een houten wachter verwelkomt me. Sinds 2005 meandert de Lunterse Beek weer, met aansluiting op de gracht van het fort. Ik loop over een wit bruggetje, steek het fort door en aan de andere zijde wederom een houten wachter die wandelaars begroet die van die kant het fort betreden.

img_2926   img_2927

86   87

Na het fort sla ik linksaf en wandel over de Groeperkade. Zuidelijk stroomt de Lunterse Beek en daarachter ligt Renswoude. Dit dijkje wordt af en toe onderbroken door wegen en dan gaat het trapje af en trapje op. Ik kom een vrouw tegen die over een klassieke paddestoel – zo’n fraaie rode-met-witte-stippen – gebogen staat. De eerste ook voor mijn ogen dit najaar. Even verderop een grote witte boleet, die heerlijk te gebruiken is voor een pastagerecht. Uiteindelijk moet ik het dijkje af en ga links een steenslagpad op en volg een boomsingel die bij de Dorpstraat uitkomt. Daar neem ik de bus die me in Veenendaal brengt. Nog een stukje lopen en ik ben bij mijn auto.

img_2928   img_2930