Wie is Klaas Vos?

Afbeelding 186Op een ijskoude dag in mei AD 1949 werd ik in het vissers- en boerendorp Huizen geboren, waar de streng orthodoxe Nederlands Hervormde Kerk kwantitatief en kwalitatief domineerde. De MULO doorliep ik in het door bossen, hei en weilanden omgeven dorp in het Gooi, daarna volgde de Kweekschool voor Onderwijzers in Utrecht. In 1970 had ik alle papieren op zak voor een loopbaan in het onderwijs. Maar ik had al besloten de steven naar het predikantschap te wenden. Twee jaar Latijn en Grieks waren nodig als voorbereiding voor de theologiestudie, die ik  in 1972 kon beginnen. In 1976 behaalde ik het kandidaatsexamen en vertrok toen met m’n toenmalige echtgenote naar Cluj oftewel Kolozsvár in Roemenië voor een tweejarig verblijf aan het Theologisch Instituut van de Hongaars Hervormde Kerk. Een verblijf dat niet alleen met studeren gevuld werd, maar vooral ook met het onderhouden en leggen van contacten binnen de als tweederangs burgers behandelde etnische minderheid onder het hardvochtige Ceausescu-regime. In 1978 vervolgde ik de studie, deed kerkelijk examen en kreeg in de zomer van 1980 een beroep van de Hervormde Gemeente van Vreeland. Op 16 augustus van dat jaar deed ik intrede, eind 1981 vertrok ik al weer: eindelijk ‘ uit de kast gekomen’ werd ik doodgedrukt tussen hartelijkheid enerzijds en hatelijkheid anderzijds; we gingen scheiden, een nieuwe stap was noodzakelijk. Ik verkaste naar Hippolytushoef om te gaan werken voor het Oecumenisch Centrum Michaelskerk te Oosterland, eveneens op het schilderachtige onnederlandse voormalig eilandje Wieringen in de kop van Noord-Holland. Daarnaast werd ik spoedig ook pastor in een verpleeghuis in Purmerend. Een nieuwe bevrijdingscrisis, drie jaar later, bracht me in Amsterdam. God en kerk kwamen me m’n strot uit – ja, zo plastisch ervoer ik dat toen – en ik wilde me uitleven in de grote stad A. Deed van alles en nog wat, maar zonder enig perspectief en houdbaarheid. Bij ‘toeval’ kwam ik eerst bij de OAD terecht als reisleider en vrij snel daarna bij de VPRO. Intussen kon ik ook m’n liefde voor Ajax, die ik al koesterde in mijn lagere schooltijd, uitleven in wedstrijdbezoek en als medewerker van interne Ajaxbladen.

Voor de OAD specialiseerde ik me op Italië, m.n.Rome. Bij de VPRO kon ik me uitleven elke vrijdag op klompen in geïmproviseerde live-bijdragen vanuit dorpen en gehuchten voor het roemruchte programma Het Gebouw. Jan Douwe Kroeske typeerde me toen als de man die van radio theater weet te maken. Mijn ijdelheid is groot genoeg om dit hier met trots te melden. Na het instorten (of opblazen) van Het Gebouw heb ik nog jaren – tot 2006 – vele soorten van programma’s gemaakt, diverse soorten van radio beoefend en dat niet alleen voor de VPRO, maar ook voor de VARA, KRO, maar vooral voor Langs de Lijn van de NOS. Voor hen mocht ik mee naar de Tour de France (1995) en de Olympische Spelen (1996).

In 2006 vond ik het welletjes in Hilversum. Denkend van de Eeuwige af te zijn, werd ik toch weer in de kraag gevat en gaandeweg groeide ook het verlangen om de toga aan te trekken. In 2007 kwam ik in contact met de Thomaskerk in Amsterdam en haar eminente voorganger Ad van Nieuwpoort. Hij trok me aan kerkelijke wal; ik kon het aan de kerk verbonden theater gaan vullen en smoel geven; ik werd de eerste in dienst van de stichting Zingeving op de Zuidas, ik ging weer voor in diensten. De wens om zelf weer voor de troepen te kunnen staan werd vervuld met een beroep naar de Protestantse Gemeente van Woensdrecht. Op 1 maart 2009 werd ik door vriend en nu collega Van Nieuwpoort opnieuw in het ambt bevestigd.