Category Archives: Dagdagelijks

Weerzien in Cluj 1

Alsof ik in tropisch Afrika was geland! Toen ik afgelopen donderdag uit het vliegtuig de eerste stappen zette op de trap naar het beton trad ik de hitte van een sauna binnen. Eindhoven, vier uur ‘s middags! Twee uur vliegen van Cluj, Roemenië, waar het ook heet was voor de tijd van het jaar, maar nog altijd vijf graden minder warm. Twee weken was ik weer eens in het land waar ik veertig jaar geleden twee jaar had gewoond. Het was in meerdere opzichten een warm weerzien. Na het verblijf van ’76 tot ’78 was ik vaker terug geweest, maar dit keer bleek het anders, intenser vooral. 

Donderdag 8 juni

De dag voor mijn vertrek had Hans den Daas mij flink geholpen met het schonen van mijn voor- en achtertuin en het verwijderen van versleten tuinmeubilair. Vlak voor mijn vertrek stond hij in lichte paniek voor mijn deur: hij was zijn portemonnaie kwijt. Ik was juist bezig de mijne te ontdoen van allerlei pasjes die ik in Cluj niet nodig zou hebben. Hans kon zijn beurs noch bij mij binnen noch in de tuin vinden en vlak na hem stapte ik in mijn auto voor de rit naar Eindhoven. De benzinemeter gaf aan dat ik onderweg bij moest tanken. Toen bleek dat ik bij de herordening van mijn portemonnaie geen bankpas meegestegen te hebben. Paniek bij mij. Ik had nog wel een creditkaart bij mij, die ik nauwelijks gebruik en waarvan ik de pincode niet wist. Ik had nog tien euro op zak en dat was voldoende om P8 van het vliegveld te bereiken, waar ik mijn auto voor de komende weken zou stallen. Op het vliegveld zou ik medereizigers naar Cluj ontmoeten die net als ik zondagavond in een dorp in de buurt van Cluj zouden samenkomen voor een cursusweek over Richteren, georganiseerd door de Juhász Stichting. De organisator van de cursus, collega Ries Nieuwkoop zou ik ook treffen. Er zat niets anders op dan hem om geld te leen vragen. In afwachting van hun komst probeerde ik telefonisch de ANWB te bellen voor een nieuwe pincode van mijn bij hen verkregen creditkaart. Ik kwam er niet doorheen en intussen zag ik mijn medereizigers verschijnen. Ik beëindigde mijn vergeefse wachten op verbinding en stak mijn mobiel in mijn borstzak en toen voelde ik iets zitten, wat mijn bankpas bleek te zijn. Blijkbaar achteloos daarin gestoken toen Hans den Daas in zijn paniek voor m’n deur stond. Ik voelde me kilo’s lichter, de steen in mijn maag vergruizelde. Na een kalme vlucht landden we onder een zwaar bewolkte lucht op een fris, vernieuwd en fleurig Cluj Airport. Veertig jaar geleden oogde het aftands, grauw en grimmig. Heel het land was een somber en droevig stemmende zwart-witfoto. De meegereisde Nederlandse collega’s werden opgehaald door Roemeens-Hongaarse collega’s, waar ze het weekend zouden doorbrengen, kennis zouden maken met het leven en werk in een dorpsparochie en zelfs een in het Hongaars vertaalde preek zouden voordragen. Ries werd opgehaald door een jongen uit Georgheni/Györgyfalva, waar het conferentiehuis stond waarin de studieweek gehouden zou worden. Ik mocht meerijden en werd afgezet bij het hotel, dat ik had geboekt voor geen geen 40 euro per nacht, inclusief ontbijt. ‘s Avonds liet ik me vervoeren per taxi naar het fraaie hoofdplein van de stad met z’n talrijke aangename terrassen. Ik voelde me direct thuis. Oude herinneringen mengden zich de relaxte bevrijde atmosfeer van nu. 

De Juhász Stichting.

Deze stichting is in 1995 opgericht met als doel  ’arme’ studenten van de Protestantse Theologische Universiteit in Cluj – afkomstig uit de Hongaarssprekende Református, Lutherse en Unitarische kerken in Transsylvanie – financieel te ondersteunen alsmede de bij- en nascholing van predikanten en het theologisch-wetenschappelijk onderzoek. In dat kader worden ook al jaren studieweken georganiseerd, samen met Nederlandse collega’s, die daarvoor slechts 250 euro, inclusief verblijf en maaltijden betalen, terwijl de Hongaarse collega’s een klein bedrag bijdragen. De stichting is genoemd naar professor István Juhász (1915-1984), een internationaal in hoog aanzien staand hoogleraar kerkgeschiedenis aan het toenmalige ‘Verenigd Protestants Theologisch Instituut met universitaire graad’ van Cluj/Kolozsvár en Sibiu/Hermannstadt. Ondanks de toenmalige immense onderdrukking van staatswege lukte het hem de ontwikkeling van de theologische hogeschool en van de studenten te bevorderen, mede door het onderhouden van internationale oecumenische contacten. Voor de Nederlandse studenten die vanaf 1968 gedurende twee jaar in Cluj aan het instituut verbleven was hij een onmisbare vraagbaak en vertrouwensfiguur. Bijdragen aan de stichting zijn van harte welkom op NL95 RABO 0302707700 t.n.v.de stichting te Zwolle. De stichting heeft een ANBI-erkenning. Zie verder: www.juhasz-stichting.nl

Vrijdag 9 juni

Ries Nieuwkoop, bestuurslid van de Juhász Stichting en motor achter de studieweken en nog veel meer, haalt me op bij het hotel voor een dagje besprekingen en ontmoetingen in de stad. Onder andere bij Exit, de uitgeverij van Hongaarstalige theologische en culturele boeken. Ook drukken zij werken voor andere uitgeverijen. Ze hebben onderdak gevonden in het 18e eeuwse pand dat veertig jaar geleden het onderkomen vormde van de deken en het dekenaat van Hongaars Hervormd Cluj, zeg maar de kerkelijke ‘baas’ van een regionaal onderdeel van het bisdom. De Hongaarse kerken kennen vanouds bisdommen en dus bisschoppen, weliswaar gekozen door een synode, maar met een behoorlijke bestuurlijke macht. Transsylvanië telt twee bisdommen, globaal een Noord- en een Zuidbisdom, met zetels in resp. Oradea en Cluj. Bij Exit worden ook Nederlandse werken uitgegeven, vertaald in het Hongaars door diverse predikanten die langere tijd in Nederland studeerden en onze taal machtig zijn geworden. na de omwenteling kwam er een behoorlijke stroom op gang van jonge predikanten die hetzij in Utrecht hetzij in Kampen terecht kwamen. De Juhász Stichting  stimuleert en financiert de bovengenoemde uitgaven, die dan vaak ook weer de basis vormen van de studieweken. Hongaarse predikanten kunnen de uitgaven voor een luttel bedragje aanschaffen. Zo zijn o.a. boeken van Karel Deurloo op de (Roemeens) Hongaarse markt verschenen.  In hetzelfde pand is ook een ontwerpbureau gevestigd. Zij hebben naast de ontwerpen voor de boeken van Exit ook een geheel eigen markt gecreëerd van posters, folders, boekillustraties etc. Drijvende kracht is een man die zelf als cartoonist steeds meer bekendheid geniet.

Het altijd boeiende en broeiende Ajax

Niemand had het zien aankomen, zeker ook de naar verluid goed ingevoerde journalisten van V.I., Telegraaf, AD niet. Maar nu de kruitdampen wat opgetrokken zijn volgens mij een paar conclusies te trekken.  Peter Bosz blijkt een ware leerling te zijn van Ronald Koeman, die op een zelfde leeftijd na een jaar PSV ook een financieel aantrekkelijke trein zag langs komen en daar gulzig bij in stapte. Clubliefde bestaat niet, bij spelers niet, bij trainers niet, althans de meeste niet. Des temeer respect voor Frank de Boer die in tijden waarin het nog meer broeide bij Ajax doorging net zo lang (of wellicht te lang) tot de sportieve grens bereikt was onder zijn leiding.  Natuurlijk zal er ook nu onenigheid geweest zijn, Van der Sar was er zelf duidelijk in. Maar ik vrees dat bepaalde media, vooral De Telegraaf,  handenwrijvend het strontje tot een enorme koeienvlaai hebben opgeblazen. Wat niet wegneemt dat de structuur van Ajax op z’n minst vreemd en onhelder is. Dennis Bergkamp als lid van het alles bepalende technisch Hart is de baas over de trainer, onder wie hij juist ondergeschikt is als assistent. Dat is vragen om botsingen. En ik blijf zeggen dat wat steeds het Plan Cruijff genoemd wordt is in feite altijd leidend geweest voor Ajax: vooral zelf spelers opleiden, aantrekkelijk en winnend voetbal spelen en spelers aantrekken die je niet in huis hebt – want hoe goed je ook opleidt, er zijn altijd mindere lichtingen – ‘ hetzij als talent hetzij als routinier van toegevoegde waarde. En ook dat gaat regelmatig mis, omdat Ajax,  hoe groot de naam als opleidingsinstituut wereldwijd ook is, niet het voetbalparadijs is, maar een club die altijd boeit en waarin het vooral altijd broeit. De geest van JC blijft altijd hangen, ook na zijn dood, ten goede, maar ook soms ten kwade.

 

Afscheid als predikant van Woensdrecht in enige foto’s van Leo den Heijer

Het was op de Pinksterzondag van 4 juni een geweldig afscheid. Warme, humoristische toespraken; muziek van cantorij en gitarist/zanger; indrukwekkend gesprek met Rikko Voorberg, jonge collega die nieuwe kerkvormen beoefent in Amsterdam, doop en aanbieding van een 40 tal zelf geschreven kerkliederen, veel cadeaus etc, etc.

 

dsc_5886  Ietje en Shirin van de Born uit Vreeland

dsc_5891  Mijn zes jaar jongere broer Erik en zijn vrouw Erna uit Huizen

dsc_5893 Voorzitter van kerkenraad Hans den Daas speecht.

dsc_5900 Speech Gery Luijendijk namens de Meeleesgroep

dsc_5934 Zanger-gitarist Wim Steenbakker

dsc_5946 Cantorij o.l.v. Karel Smagge

dsc_5962 Aanbieding boekje eigen liederen aan Hans den Daas

dsc_5965 Idem aan Loes van Arkel, spil van de culturele avonden

dsc_5967 En eveneens aan Gerti van Elsäcker, onze vaste organist

Afscheid

In de laatste uitgaven van ons regionale kerkblad schreef ik de volgende stukken t.g.v. mijn afscheid als predikant van de gemeente.

AFSCHEID 1 

Weemoed kiert door de luiken van mijn ziel. Nog drie diensten en dan is er het afscheid. Ruim acht jaar mocht ik in jullie midden dienen. Dienen als een dienaar van het goddelijk woord, een VDM. Dat was de roeping, de opdracht, de bedoeling. Dat besef heb ik wel voortdurend gehad, maar ontsnapte me ook voortdurend. Het ‘simul justus et peccator’ – het tegelijk gerechtvaardigd te zijn en zondaar – geldt ook mij, juist ook mij als predikant. Omdat de aanspraak ‘dominee’ gemakkelijk tot domineren leidt met eigen woorden, eigen gedachten, plannen, opvattingen en de positie van beroepen vrijgestelde schielijk, bewust of onbewust tot een verkeerde dominantie leidt: niet die in een kwetsbaar en royaal en loyaal dienen, maar een eigenmachtig, eigen belang dienend heersen. Ik zal voor teleurstelling en wellicht zelfs wrevel, weerstand en boosheid aanleiding hebben gegeven. Wellicht hebben mensen zich door mijn toedoen zich van onze gemeenschap afgewend. Mea culpa, mea maxima culpa!

U mag gerust weten dat ik me menigmaal tekort geschoten heb gevoeld. Machteloos en eenzaam ook. Het ambt van VDM vraagt meer dan welk percentage dienstverband ook. Het geloof dat het gehoor van het Woord wil wekken is ook bij of misschien wel juist bij een predikant ‘van nature’ zwak of zelfs droog als de grond in Soedan. Ook hij moet het hebben van scheppen water uit de Bron, van de frisse, schoonvegende en kracht gevende adem van de Geest.

Toch overheerst de dankbaarheid om te hebben mogen werken in jullie midden. Er waren koude douches, maar in het geheel heb ik jullie als een warm bad mogen ervaren.

Betrokkenheid, leergierigheid, inzet van talent en tijd, voor de gemeenschap, voor elkaar, voor mij persoonlijk.

Het was voor mij een waagstuk om na 25 jaar Amsterdam en een buitenkerkelijk bestaan naar het zeker voor Amsterdammers verre Woensdrecht te verkassen, maar het was voor jullie helemaal een waagstuk om mij te beroepen. Mijn verleden en mijn jarenlange buitenkerkelijkheid en daarmee gepaard gaande gebrek aan ervaring bleek een hinderpaal bij eerdere sollicitaties. Voor jullie was dat juist een voordeel en na aanvankelijk wikken en wegen, aarzeling en twijfel gaf dat vertrouwen voor mij de doorslag.

En zo mocht ik op 1 maart 2009 bevestigd worden door de man die mij in Amsterdam weer aan kerkelijke wal getrokken had en daarmee niet alleen een collega, maar ook een vriend werd, Ad van Nieuwpoort, nu predikant in Bloemendaal en kreeg ik namens jullie allen een nieuwe toga omgehangen om daarmee intrede te doen met de woorden van Johannes de Doper: ‘zie het lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt’. Het was schitterend lenteweer. Dat was het de volgende dag ook toen Leo den Heijer voor mijn deur verscheen en mij meenam het Markiezaat in, waar de wereld van de Schepping me verrukte. Van de lofzang op het Lam naar het schouwtoneel van de glorie van de Naam. Diezelfde week volgde al een begrafenis en stonden we op de dodenakker, het ‘kerkhof’ van Ossendrecht. Akker, hof, ja: want als zaad worden we gezaaid om te bloeien in de nieuwe Hof van Eden die we vanwege dat Lam verwachten mogen. Mijn tijd en ambtswerk was goed begonnen.

AFSCHEID 2

Mijn eerste gemeente was Vreeland, maar die periode was zo specifiek, kort en hevig en lag al zover achter mij dat ik eigenlijk opnieuw moest beginnen en jullie in veel opzichten mijn eerste gemeente opnieuw werd. Gelukkig had ik een goede voorbereiding genoten in de Amsterdamse Thomaskerk, toch een soort leervicariaat en had ondanks een lange ‘kerkloze’ tijd mijn denken over kerk en theologie niet helemaal stil gestaan en uiteraard was mijn opleiding en vorming van destijds niet vergeefs. Net als met zwemmen en autorijden: eenmaal geleerd, pak je de essentie snel weer op. Zo leerde ik bij Van der Werf, de veel te jong overleden fameuze Utrechtse Dompredikant, de essentie van de gemeente onder te verdelen in de drieslag vieren, leren, dienen. Het zijn accenten die samenhangen. want in een viering wordt er ook geleerd en heeft een pastorale uitwerking en is ook dienstbetoon. Het leren versterkt het vieren en kent ook een pastorale dienende kant en zo kent het dienen ook een vierende en lerende kant. Maar de drieslag geeft wel een hanteerbare structuur aan het werk van de gemeente. De zondagse viering is hartslag, middelpuntvliedend en middelpuntzoekend gebeuren. As en uitgangspunt. vandaar volop tijd en aandacht voor een sterk mogelijke liturgie, voor uitleg en verkondiging, voor de gebeden, voor een zorgvuldige keus van de liederen. De bestaande orde van dienst bood een goed uitgangspunt. We hebben wel andere accenten aangebracht, zoals een vaste plek voor de Oudtestamentische belijdenis – het Sjema, Hoor Israël – en de keus van de Naardense Bijbel als kanselbijbel, vanwege de grotere berouwbaarheid van haar vertaling. In de kerk klinken steeds meer geluiden dat zo’n klassieke liturgie niet meer van onze tijd is, vervreemdend werkt, niet alleen voor jongeren. Ik snap de argumenten en kan er ook wel in meegaan. Maar is er een goed alternatief? Top 2000diensten? Maar is dat niet te modieus en van kortdurende betekenis, van voorbijgaande aard, zoals de beatmissen destijds? In het begin kenden we nog jeugddiensten, maar de anima werd steeds minder, ook omdat onze kleine gemeenschap een steeds kleinere doelgroep kende. Hier biedt de inmiddels betrachte samenwerking op de Brabantse Wal kansen of is het daarvoor al niet te laat? In mijn eerste jaar kwam een groep wat oudere jongelui bij mij thuis voor gesprek en bezieling. Het leidde ook tot het zelf vormgeven van een viering in de trant van wat ik destijds leerde op Wieringen. Het was een mooi begin, waarvan ik hoopte op voortzetting. Maar onder de groep bestond geen animo meer; het bleek het begin van het einde van de hele groep helaas. dankzij de inzet van met name Meta van Geest en Klaas Boonstra bestaat er nog een jeugdclub, die maandelijks bij elkaar komt op zondag. Maar hoe lang nog? Wellicht is een andere aanpak nodig, niet alleen voor jongeren, maar voor iedereen aan de zgn. rand van de kerk. Een soort Pop Up groep, zoals Rikko Voorberg die heeft in Amsterdam: kleine groep die s zondags bijeenkomt voor maaltijd die uitloopt in moderne vorm van avondmaal, gesprek n.a.v. een Bijbelverhaal, ontmoeting en inspiratie tot bepaalde acties , bijvoorbeeld voor vluchtelingen. Tijdstip: zondags rond het middaguur.

Wat de jongste jeugd betreft vond ik het van groot belang om ze tijdens de dienst ruim aandacht te geven middels interactieve gesprekken. Helaas liep ook deze categorie in aantal drastisch terug, juist ook omdat de ouders om diverse redenen afhaakten. Verdrietig, net zoals de aanstelling van twee jeugdouderlingen ook niet het beoogde resultaat opleverde. Enfin, de volgende keer verder over ‘leren en dienen’.

AFSCHEID 3

Nog even over het slot van mijn vorige bijdrage. Dat jongeren de weg naar de kerk niet meer vinden, betekent niet dat ze buiten de genade van de Ene vallen. Hij gaat met ieder van hen een eigen weg. Dat geldt trouwens voor ons allemaal

voor ons allemaal. De kerkgemeenschap mag voorhoedebeweging zijn van iets veel groters: het koningschap van de Ene over heel de aarde. Dat betekent dat de kerk ook zich niet mag en niet hoeft op te sluiten in zich zelf.  Vieringen zijn ook trainingen tot dienstbaarheid , aan elkaar, maar ook aan de wereld om ons heen. Je kunt ook zeggen dat het een ‘warming up ‘ is voor de wedstrijd buiten in de publieke ruimte. Dat geldt voor iedere ‘speler’ individueel en voor ons als ‘team’. Vandaar dat we besloten tot extra taal- en inburgeringscursussen voor statushouders; vandaar tweedehandsboekenmarkten ten behoeve van een diaconaal doel; vandaar banden met de Voedselbank, vandaar initiatief tot oprichting van Dynamisch Woensdrecht, een denk- en doe-club voor duurzaamheid. En dat laatste kwam voort uit een culturele avond met Jan Rotmans.  Die culturele avonden waren ook bedoeld ter inspiratie, tot lering (en zeker ook vermaak) voor onze gemeenschap en nadrukkelijk ook voor de ‘wereldlijke’ gemeenschap. Een kerk zonder open vensters en deuren wordt een sekte. Maar door die openheid is er ook invloed en inbreng van buitenaf. De kerk kan van de wereld leren. Het is in Numeri de niet-jood Hobab aan wie Mozes vraagt de weg te wijzen naar het Beloofde Land. Op die avonden kwamen dienen en leren samen. Maar dat gold en geldt ook voor het ‘meelezen’, leerhuisavonden, filosofische kring. Het gaat om leren en trainen, maar het is ook pastoraat. Dat geldt ook voor de vieringen: wie verstek laat gaan, mist een huisbezoek, een Groot Huisbezoek, als u begrijpt wat ik bedoel en mist de aandacht van anderen, het gesprek, het samen delen en wisselen van gedachten en zorgen. Een collega zei ooit tegen een vrouw die hem verweet dat zij hem nooit op bezoek zag: “maar ik zie u ook nooit”. Persoonlijk vond ik het individuele huisbezoek vaak lastig. Niet waar het om een echte crisis gaat. Maar wat is een echte crisis? Zo heb ik steken laten vallen, omdat ik een situatie anders inschatte dan de persoon in kwestie. Natuurlijk geldt  het excuus van de parttimer. Feitelijk en eigenlijk kan het niet : parttime dominee. Het is een totaalberoep, met zoveel kanten en zoveel borden, waarop je schaken moet. Een dominee kan wel even uit het werk stappen, maar het werk stapt nooit uit de predikant. En dat is ook goed. Maar dan kan het moment komen dat je het toch niet meer trekken kunt. En dat moment kwam voor mij eerder dan ik aanvankelijk wilde, vanwege overbelasting, met de dreiging van een burn out.  Het moment van ‘het is mooi geweest’. En het ìs ook mooi geweest! Dank zij jullie heb ik goede, mooie jaren gekend en door jullie steeds weer inspiratie gevonden. Mijn dank is derhalve groot.

In de week na Pinksteren vertrek naar Roemenië voor een studieweek met Nederlandse en  Roemeens-Hongaarse collega’s en voor ontmoetingen met bekenden uit de tijd dat ik onder de Hongaarse minderheid woonde. Dan is het aftellen echt begonnen. Van 28 juni t/m 2 juli is er nog het gemeenschappelijk reisje naar Drenthe met de gemeente Vught. Maandag 3 juli begint dan een leven-zonder-Ossendrecht. Het zal wennen zijn, heel erg wennen.

Overigens: of ik verhuizen ga, is nog onduidelijk. Voorlopig blijf ik nog hier wonen om eerst bij te komen en in huis en hoofd opruiming te houden.

Afscheid (4)

Een gemeente bedoelt gemeenschap te zijn, in ‘liefde bloeiende’, naar de titel van een rederijkerskamer in de tijd van Vondel en Hooft. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De liefde bloedt soms meer dan dat zij bloeit. Praktiserende liefde vraagt om training. Die training voltrekt zich spelenderwijs in ontmoetingen. Waarin je ook inderdaad ont-moet: geen dwang en drang, maar open, ontvankelijk van oor, hart, hoofd en handen. De centrale ontmoeting vindt plaats elke zondagmorgen. Hij, de Ene wil ons ontmoeten, in zijn openheid van hart en armen en wij ontmoeten gesterkt en getraind elkaar. Daarom vond ik vanaf het begin het van belang om elke zondag na afloop bij elkaar op de koffie en de thee te komen. En probeerde zelf zo lang mogelijk beschikbaar te zijn voor gesprek. Of er rond de gevulde kopjes ook veel nagesprek over de dienst was , weet ik niet. Heb wel eens gedacht om dat te als een onderdeel te organiseren, maar het is wellicht te veel van het goede. Een gemeente als de onze vraagt ook om ontmoetingen, omdat we zo verspreid wonen over zoveel dorpen en zelfs leden van over de dorps- en landsgrenzen kennen. De kracht van jullie als gemeente is dat er zovelen zijn die bereid zijn tot deelname aan de diverse ontmoetingen (meelezen, leerhuizen, reisjes, culturele avonden, boekenmarkt, taalcursus etc) en tot het mede organiseren en vorm geven van die ontmoetingsmomenten. Ik vond het heerlijk om dat te mogen stimuleren, entameren, initiëren, te delegeren en mee te doen. Jullie boden me ruimte om me voorganger te zijn, zoals ik dacht dat naar eer en geweten dat het beste was. Ruimte ook om nog veel te leren, want eigenlijk waren jullie mijn eerste gemeente. Ruimte ook om te mogen botsen, steken te laten vallen, te vallen en weer op te staan. Ik besef ook dat ik soms te veel vroeg en wilde. In mijn hoofd staat het nooit stil aan ideeën en plannen. Meer doen met kunst, gedichten, nog meer leerhuisvormen, alternatieve vieringen, nog meer doen met muziek, een uitgebreider reisprogramma, maaltijden, een kerkcafé. Maar er staan ‘wetten in de weg en praktische bezwaren’ (Elsschot): kleine gemeenschap en dus kleiner draagvlak en menskracht, mijn eigen grenzen en chaos. Nog één ontmoetingsvorm wil ik noemen: die van het onderling huisbezoek. Het draagt elkanders lasten kan niet meer aan predikant en ouderlingen overgelaten worden. Dat is al een hele tijd zo, mede ook omdat het zo moeilijk is ouderlingen te vinden. We hebben er nu feitelijk maar één, Wolter Smit, die overigens heel veel aan bezoek en aandacht doet. Gelukkig zijn er daarnaast een aantal dames die trouw bezoekwerk doen. Maar toch breng ik nog eenmaal mijn idee van adoptie onder jullie aandacht: elk nog ‘gezond’ gemeentelid neemt één of twee aan huis gebondene voor zijn of haar rekening voor een regelmatig bezoekje.

Enfin, nu het afscheid zelf. Een heerlijke ochtenddienst om te doen en zelf ook door verrijkt te worden en een fantastische bijeenkomst ’s middags, zoals iemand mij schreef:

“naast inwoners van Ossendrecht, Steenbergen, Vreeland en Vught inwoners van Breda: een ware Pinkstergemeenschap. Een mooie afspiegeling van wat zich ongeveer 2000 jaar geleden in Jeruzalem heeft voltrokken”.

Thuis gekomen viel mijn mond open van verbazing van wat in het kistje zat. ‘Een substantiëel bedrag’ noemde onze voorzitter het in zijn warme en geestige toespraak. Wel, dat kun je wel zeggen. Heel hartelijk dank voor deze grote blijk van waardering! Er waren meer warme, eerlijke en stimulerende toespraken. Ik ga ze hier niet allemaal noemen. Ik was blij met de bijdrage van de jonge collega Rikko Voorberg ( koop zijn boek, ‘De dominee leert vloeken’ en dan begrijpt u waarom). Ik dank de cantorij, de jonge zanger/gitarist Wim Steenbakker; de jongelui, sommigen in Ajax-outfit (het waarom ontging me die middag, hoe dom kun je zijn) die zich vaardig toonden als obers van drank en spijzen. Tijdens mijn speech bedankte ik met name de sprekers. Op deze plaats wil ik toch nog een paar anderen onder jullie bedanken. Naast de kerkenraad in hun wisselende samenstelling wil ik in het bijzonder Marjan Smit zeer bedanken voor het nauwgezet verzorgen van de liturgieboekjes – waarbij ik het haar vaak lastig maakte door wijzingen op het laatst – en onze bijdragen in het kerkblad. Naast de kosters van alle jaren in het bijzonder het beheerdersechtpaar Henny en Geert Tamboer, die altijd klaar stonden en zoveel handen uit de mouwen staken. Naast de diverse organisten in het bijzonder Gerti van Elsäcker, die als geen ander aanvoelt hoe en wat er gespeeld moet worden, hartelijk en warm, mede-liturg. Ik dank Karel Smagge voor het dusdanig leiden van de cantorij dat hun bijdrage immer een verrijking was. In de loop der jaren mochten contacten opgebouwd worden die boven het zakelijke uit zijn gaan stijgen. Vriendschappen die ik koester en die hopelijk zullen blijven, zeker nu ik voorlopig nog hier blijf wonen.

Ik dank jullie allen voor het vertrouwen, voor de warmte, geborgenheid, voor stimulans en uitgestoken handen, zeker toen ik vanwege knie en ander ongemak uitgeschakeld was.

Johann Sebastian Bach schreef onder elk werk van zijn hand: S.D.G of ook wel voluit Soli Deo Gloria.

Daar sluit ik me van harte bij aan!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hongarije in Brussel

De forse donkerbruine deur wordt open gedaan door een kleine vriendelijk lachende rondbuikige oude man. Door zijn smetteloos witte overhemd schemert een t-shirt met opdruk. We zijn in hartje Brussel, niet ver van de majestueuze, hoog oprijzende kantoren van de EU, niet ver van de plek van de gruwelijke aanslagen. ‘Magyar Háza’  (Hongaars Huis) vermeldt een bord op die deur. Een 19de eeuws pand, in de jaren twintig van de vorige eeuw aangekocht door een Hongaarse priester als gemeenschapshuis voor ontmoetingen en missen voor Hongaren die hun land ontvlucht waren voor de catastrofale toestand van hun land na WO.I. Nog steeds worden er missen gehouden, maar ook kerkdiensten voor protestanten van Hongaarse komaf. De vriendelijke man die ons opendoet is uit Hongarije gevlucht na de bloedige Russische inval en ingrijp van 1956. In de binnentuin van het statige pand met z’n prachtige glas-en-loodramen in een stijl die het midden houdt tussen die van de pre-rafaelieten en de jugendstil prijkt een monument ter nagedachtenis van de opstand van 1956. De grote trappen kraken vertrouwd oud; in een zitkamer naast een keukentje vertoont een flatscreen de Grote Prijs van Monaco en zie ik dat Verstappen op de 5e plaats rijdt. 

Ik ben hier dankzij Peter Remport, een collega van Hongaarse herkomst, wiens vrouw, eveneens met Hongaarse wortels, een advocatenpraktijk voert in Bergen op Zoom. Peter was predikant in Hongarije, toen hij zijn vrouw ontmoette die vanaf haar geboorte in ons land woont. Hij kon uiteindelijk predikant worden in Denderleeuw, tot voor een paar maanden terug. Hij dook opeens open onze diensten, we kregen contact, we werden bevriend. Aan Peter zijn nog de zorgen toevertrouwd van de Hongaarse gemeente in Brussel, waarvan niet alleen EU-ambtenaren lid zijn, maar ook Hongaren die elders in België anderszins een bestaan opgebouwd hebben. Eens in de maand is er eind van de zondagmiddag een dienst, waarin behalve Peter ook gastpredikanten voorgaan. Men kerkt af en toe in het Hongaarse Huis, maar meestal in de Chapelle Royal. Deze zondag gaat een gastpredikant uit Roemenië voor, die vanwege een verblijf van een jaar in Kampen, uitstekend Nederlands spreekt. In de auto op weg naar Brussel blijkt hij al mijn bekenden en vrienden van toen ik zelf in Kolozsvár (Cluj) studeerde en woonde te kennen en zo kom ik weer helemaal terug in de de jaren 76 tot 78, de ondervonden warmte van de contacten en de kilte van het Ceausescu-regime. 

De dienst begint een kwartier later dan gepland, maar dat is heel gebruikelijk, aldus Peter. De kerkgangers druppelen langzaam binnen. Dit keer zijn het wel erg weinig druppels, wellicht vanwege het schitterende weer. Er worden liederen voorgerekend, begeleid door een uitstekende pianist. Voor het drietal kinderen is er kindernevendienst in de kleine knusse bibliotheek. Na de zegen wordt staande het Hongaarse volkslied gezongen! Een typisch Hongaars gebruik. In het van oorsprong Hongaarse deel van Roemenië was dit in de communistische tijd strikt verboden, maar zodra het Ijzeren Gordijn viel, werd het weer ingevoerd en vond in alle Hongaarse kerken ook de Hongaarse vlag een plek in de kerk.                                                                                                                 Mij wordt gevraagd me voor te stellen en in mijn beste Hongaars probeer ik wat te vertellen over mijn band met Roemenië. Peter had me van te voren gevraagd om in het najaar ook eens in een dienst voor te gaan, vandaar.                                                                                  Er gaan glazen koud water rond en er wordt een grote tulband gedeeld.                                   Intussen is Verstappen 5e gebleven en zie ik op mijn mobiel dat Dumoulin de Giro heeft gewonnen. De protestantse gemeenschap gaat uiteen, katholieke Hongaren komen binnen voor de mis in een heuse kerkzaal boven de eenvoudige ruimte waar wij gezongen en gebeden hebben, tussen schriftlezing en preek door. De rondbuikige kleine oude man blijft vriendelijk lachen en begeleidt ons hartelijk naar buiten, de zon overgoten stille straat van Europees Brussel in.

                  

 

 

Kansloos

Ajax moest zijn eigen spel werd gezegd. Een open deur; hoe zouden ze onder Bos anders moeten spelen?  Het is er nauwelijks van gekomen. Tegenover een jong team met een internationaal onervaren coach stond een team van ervaren, fysiek sterkere spelers en een coach, zo sluw als een vos, die al talrijke finales had gewonnen. De botsing van Onana met Veltman in de eerste minuut was al een slecht teken. En verrassend genoeg was het Manchester dat de eerste minuten druk zette. Dat verraste Ajax en maakte het team onzeker. Toen er eindelijk wat meer grip kwam ging Riedewald afschuwelijk in de fout en plots had Manchester wat het wilde. Van toen af aan werd het spel met de lange ballen gespeeld op Fellaini, waarbij anderen snel aansloten. Niet dat ze nog veel kansen kregen, maar wij kregen geen greep op het middenveld: Schöne wist zich geen raad met Fellaini en Klaassen niet met Pogba. Twee spelers die voor het Ajax-spel onmisbaar zijn kwamen te zwemmen en dus moest het op het middenveld van Ziech komen, die het dapper probeerde, maar dat nooit in zijn eentje kon bolwerken. Voorin stond Dolberg geïsoleerd of kwam zelf te weinig uit de dekking. Traore was de beste en af en toe kon Younes wel eens wat laten zien. Een snelle goal vlak na rust maakte aan alle illusies een einde. Het is anti-voetbal dat Mourinho liet spelen, maar het levert wel resultaat. En Ajax zal er meer mee te maken krijgen en wellicht is het dus toch beter versterking te zoeken op het middenveld, op zijn minst een speler er bij om een Fellaini uit te kunnen schakelen. Er was de hoop om een Manchester zonder Zlatan te kunnen overmeesteren, de hoop op een feest. het was de hoop op eigenlijk een wonder. Na de 0-1 geloofde ik het al niet meer en heb redelijk rustig de wedstrijd uitgekeken. Ofschoon ik met name Klaassen wel erg tegen viel vallen. Sanchez was verdedigend weer prima, opbouwend zwak, Veltman viel me zeer mee, maar genoten heb ik van de nog super jonge De Ligt. Een talent om de vingers bij af te likken. En er komen er nog meer aan van hoog niveau: Van de Beek (speelt Schöne uit het elftal), Frenkie de Jong ( uitstekende vervanger van Klaassen als die vertrekt), Nouri, Kluivert. Een extra spits er bij (Huntelaar?), een Neeskens-achtige middenvelder en een extra linksback en Ajax kan weer gaan sprankelen tot wederom een finale en die dan wellicht zelfs winnen. Blijmoedig voorwaarts dus!

Gedachten bij gedenken

Het verhaal – een op maat toegesneden samenvatting van haar boek Sunny Boy – van Annejet van der Zijl in de Nieuwe kerk gisteravond was indrukwekkend. Er werd prachtig gemusiceerd. Echt ontroerd raakte ik van het gedicht van de 16 jarige Nederlands-Turkse jongen uit Haarlem. Hij droeg het ook zo prachtig voor. Ik hield het eveneens niet droog bij het zien en horen van burgermeester Eberhard van der Laan. Hij is ernstig ziek en dat zag je, zeker nu met de linkerarm in een mitella; zorgzaam werd hij begeleid door wethouder Ollongren. Ik betrapte me ook op gevoelens van ongemakkelijkheid. Waarom wordt na de 2 minuten stilte de eerste krans gelegd namens het verzet? En de tweede namens de joodse slachtoffers? Waarom niet begonnen met laatstgenoemde? Elke oorlog kent helaas slachtoffers, ook aan de kant van gewone burgers. Maar deze oorlog en bezetting  die we met name herdenken was zo specifiek en dramatisch anders omdat mensen gewoon om wie en wat ze waren werden uitgeroeid. Daartegen kwam gelukkig verzet , maar we weten inmiddels al lang dat die veel kleiner was dan ooit gesuggereerd. Onderduikadressen waren er voor joden veel minder dan voor mannen die ontsnappen wilden aan de Arbeitseinsatz, zoals ook mijn vader, die daar overigens nauwelijks over wilde praten. Met het beginnen van een krans namens het verzet wek je toch nog steeds de suggestie of ons land echt verzetsland pur sang was. Of zoek ik spijkers op laag water? Een tweede gedachte van ongemak kwam bij me op steeds als ik de zeer sereen kijkende Maxima zag. Haar gezicht had een plooi die wel ingestudeerd leek. Was dat om een gedachte aan haar vader, vertegenwoordiger van een gewelddadig regime onder controle te houden? Of doe ik nu aan inlegkunde? Natuurlijk, zij is niet verantwoordelijk voor de daden voor haar vader, net zoals je omgekeerd vind ik verzetsdaden van je vader tot jouw trots kunt maken, je kunt  hooguit blij mee zijn dat die aan de goede kant stond, wat een hoop verwarring scheelt. Het brengt me wel op het punt wat we denken op zo’n moment van herdenken. Herdenken slaat op het verleden, de gedachten gaan terug. Tegelijk veronderstelt het ook en het wordt ook openlijk uitgesproken – zeker in de toespraak dit keer van Van der Laan – ‘dit nooit meer’. En dan ben je bij ‘gedenken’. Gedenken is het herdenken actualiseren, is bewustwording van het verschrikkelijke nu en wat er tegen te doen. Zo dacht collega Rikko Voorberg ook. En daarom begon hij een actie om aandacht te vragen van de slachtoffers van de in het Midden-Oosten immer voortwoedende oorlog, die ook ons treft, met name in het op onze deuren kloppen van hen die die oorlog ontvluchten. En wij doen mondjesmaat open, precies zoals ruim zeventig jaar geleden. En Voorberg heeft het geweten. Van onze doden en ons ‘feestje’ daarvoor moet je afblijven. Hij moest het aflasten en reduceren tot een kleine bijeenkomst in een binnentuin. Hij wilde helemaal geen alternatieve herdenking, maar een actualisering er van, een concreet maken in het hier en nu van de mantra: dit nooit meer’! Mij schiet een psalmregel in de oude berijming te binnen: ‘k Zal gedenken hoe voor dezen ons de Heer heeft gunst bewezen’. Wat de Heer ons bevrijdend heeft gedaan je te binnen brengen en daardoor weer toegerust bent Zijn Weg te gaan in het hier en nu. Dat is Bijbels gezien ‘gedenken’. Dat is vrij van vrijblijvendheid. Ontroering over toen leidt tot geroerd zijn door het nu, tot daar beroerd van worden. Dat wilde Voorberg en niemand minder dan rabbijn Lody van de Kamp was het met hem eens. Zijn actie heeft publiciteit gekregen, hopelijk ook met effect op een nieuw te vormen kabinet, zodat we ruimhartiger open staan voor de verdoemden aan onze grenzen. Het lijkt soms of de onverschilligheid tegenover vluchtelingen nu net zo groot is als toen tegenover de joden en hun lot. Tegelijk zijn er gelukkig velen die zich dat lot wel aantrekken, met name in de kerken, maar niet alleen daar. Voorberg neemt het voortouw: dat touw is lang genoeg om achter hem aan ook te grijpen.

Kees Guijt

Op de warmste 30 maart sinds een eeuw wandelde ik maar weer eens naar e vogelkijkhut aan het Markiezaatsmeer. Over de hier en daar nog drassige weiden draafden vrolijk de wilde paarden en op het pad tussen bomen en struiken naar de hut liep ik door een concert van vinken, roodborstjes, merels, tjiftjaffen; ik hoorde en zag de eerste fitis dit voorjaar; canadezen ganzen vlogen in formatie luidkeels over; wilde eenden vlogen met geraas op en ik zag voor het eerst van mijn leven eindelijk een blauwborst. Op de bovenste tak van een struikachtige boom, aarzelend in blad gerakend zong hij zijn eigen hoogste lied. Met het blote oog kon ik hem al identificeren; de verrekijker gaf definitief uitsluitsel: blauwe keel en vossenrood aan de linker- en rechterzijde van de staart. Ik weet niet wat Edwin van der Sar gedaan heeft op deze wonderschone lentedag. Het kan maar zo zijn gedachten gingen naar zijn oom Kees Guijt, die vijf jaar geleden op 58 jarige leeftijd aan een hartstilstand overleed. Toen Edwin nog keeper was bij Ajax werd zijn oom trainer van het Voorhoutse vv Foreholte, waar Van der Sar als kind speelde. (ook keeper Rob van Dijk begon daar overigens) Kees Guijt werd geboren in Katwijk en speelde met twee broers in het eerste van vv Katwijk; hij ontwikkelde zich tot een robuuste verdediger, die in 1976 de overstap maakte naar FC Volendam; hij speelde negen seizoenen aan de dijk, waarvan er vier in de eredivisie. Hij was dus zeer vertrouwd met de Heen en Weer. In 1985 ging hij naar AZ. In 1977 stond hij nog in de belangstelling van Ajax. In zijn Volendamse tijd was hij trouwens ook nog gewoon schilder; Edwins vader werkte als verfmenger bij Histor! Begin tachtiger jaren werd Bobby Haarms bij Ajax weggestuurd en werd assistent-trainer in Volendam en leerde zo Guijt kennen. In de beginperiode van Van der Sar bij Ajax vroeg Haarms aan Guijt om zijn toen nog wat onzekere mentaal en fysiek onder handen te nemen (Haarms was door Cruijff in 1985 weer teruggehaald). Zondag a.s. zal Van der Sar wellicht de hand schudden van een andere Katwijker: Dirk Kuijt. Voor hem heeft Ajax nooit belangstelling gehad, m.i. ten onrechte. Bij Katwijk speelt overigens wederom een Guijt: Danny, zoon van Kees, die eerder bij Top Oss, RBC, Cambuur en Willem II speelde. Opmerkelijk: zowel Katwijk als Volendam spelen in oranje shirts.

The day after

Veel van wat ik voorvoelde en voorspelde is uitgekomen. De diverse peilingen gaven het ook wel aan, maar die vragen altijd om een korrel zout. Dat Baudet en Hiddema in de blauwe luxe stoelen zullen gaan plaatsnemen vreesde ik op het laatst ook. Helaas dus meer hautaine blaaskakerij in de Tweede Kamer. Gelukkig hoeven we niet te luisteren naar de meer ordinaire blaaskakerij van Roos. Denk vind ik griezelig, omdat ze het wel over verbinden hebben, maar hun gedrag is er totaal niet haar. Hoewel te voorzien was dat de PVDA klappen zou krijgen, is het verlies van 29 zetels onthutsend groot. De strijd om het leiderschap vond ik oliekoekendom en voorzitter Spekman bepaald geen reclame voor de partij, maar verklaart, dunkt me, maar ten dele deze ontluisterende deconfiture. De SP heeft er totaal niet van geprofiteerd; GroenLinks heeft zeker veel potentiële PVDA-kiezers aangetrokken en er zijn er velen die PVV hebben gestemd, zo lijkt het. Een grondige analyse is voor Asscher c.s. hard nodig, die m.i.  moet teruggaan naar de tijd van Kok, toen hij opzichtig aankondigde de partij van z’n ideologische veren te ontdoen. Gezien wat er op het spel staat- Europa, vluchtelingen, klimaatverandering – is het echt de tijd om een progressieve beweging tot stand te brengen, waarin PVDA, D66 en GroenLinks een plek gaan vinden. Mij viel op dat Buma de winst zo triomfantelijk vierde dat het leek of hij premier geworden was, terwijl de winst in feite een relatief herstel betekent, na de gigantische val die deze partij ruim vier jaar eerder maakte. Deelname aan een kabinet onder leiding van de slimme en vaardige Rutte ( met op de achtergrond zijn mogelijke en nog slimmere opvolger Dijkhof) kan maar zo leiden tot een terugval bij de volgende verkiezingen. Dat lijkt me ook het dilemma voor GroenLinks. Het is buitengewoon knap wat Klaver heeft gepresteerd. Maar in deze opgang zit de neergang al opgesloten als de partij gaat toetreden tot een kabinet, waar zeker de VVD leidend zal zijn. Hun partijprogramma is zo radicaal dat er veel ingeleverd zal moeten worden, wat door de kiezers de volgende keer genadeloos kan worden afgestraft. GroenLinks doet er goed aan nog een tijd in de oppositie te blijven. Ik denk dat Klaver de boot ook zal afhouden en dat we te maken krijgen met een kabinet van VVD,CDA en D66, aangevuld door de Christen Unie, die ik graag wat meer zetels had gegund. Eerlijkheidshalve zeg ik er bij dat ik ze ook niet geholpen heb, want zoals ik al decennia doe, heb ik D66 gestemd. Niet in alles ben ik het met m’n partij eens, maar een gezonde visie op Europa, de grote nadruk op onderwijs, wetenschap en innovatie, hervorming van de arbeidsmarkt, het echt willen aanpakken van het energievraagstuk en een liberale kijk op ethische zaken hebben mijn rode potlood gestuurd. Ik ben zelfs lid van de partij en kan ook nu wel onthullen dat ik zelfs op de kandidatenlijst stond, als nr. 59, dus negen plekken verwijderd van diegenen die op het stembiljet kwamen.