Robert Schumann

266px-Robert_Schumann_1839Een paar jaar geleden ruimde boekhandel Quist in Bergen op Zoom een bovenverdieping in voor koffie drinken, krant lezen en cd’s luisteren en kopen. Boeken en muziek: een voortreffelijke combinatie! Quist – een overigens schitterende boekhandel – zou deze afdeling naar Robert Schumann kunnen noemen. Want de op 8 juni 1810 in Zwickau geboren componist was de zoon van een boekhandelaar en uitgever. Schumann deed er literaire belangstelling voor het leven op. Zijn vader op zijn beurt stimuleerde zijn zoon in zijn muzikale ambities. Hij koopt een vleugel voor hem en probeert Van Weber als pianoleraar voor zijn zoon aan te trekken, tevergeefs. Robert heeft zijn opvoeding later omschreven als zorgvuldig en liefdevol. Op z’n twaalfde componeert hij Psalm 150 en de Ouverture met koor, voor solisten, koor en piano. Zijn literaire belangstelling uit zich ook actief: hij schrijft al jong gedichten, toespraken en artikelen. In 1826 pleegt zijn zusje Emilie zelfmoord, waarna een paar weken later ook zijn vader overlijdt. Op advies van zijn moeder en een curator studeert hij rechtswetenschap in Leipzig en Heidelberg, zonder diepe interesse. Als hij in Frankfurt am Main Paganini hoort spelen neemt hij het besluit zich voortaan alleen aan de muziek te wijden. Hij studeert piano in Leipzig bij Friedrich Wieck, een befaamd leraar in die tijd, maar vanwege een vingerverrekking staat een loopbaan als pianovirtuoos in de weg. Hij houdt er wel zijn geliefde aan over: Wiecks dochter Clara. Met haar richt hij in 1834 het Neue Zeitschrift für Musik op, een blad dat onder Schumanns leiding toonaangevend wordt op muziekgebied. Hij schrijft zelf zijn artikelen onder diverse pseudoniemen. Het blad wil vooral de oppervlakkige kleinburgerlijke kunst bestrijden. Het huwelijk met de begaafde dochter van Wieck komt niet zonder slag of stoot tot stand. Zij was vaders oogappel en een veelbelovend pianiste en hij staat haar moeilijk af aan Robert. Hij verbied haar hem te ontmoeten, maar in 1837 verlooft het paar zich desondanks. Het gevecht om Clara bezorgt Schumann een zenuwcrisis en aanvallen van neerslachtigheid. Via de rechtbank wordt toestemming tot een huwelijk afgedwongen. Op 12 september 1840, een dag voor haar 21e verjaardag, trouwt het paar in de dorpskerk van Schönefeld, een gemeente vlak onder Berlijn, naar wie thans het belangrijkste vliegveld van de Duitse hoofdstad is genoemd. In het zelfde jaar ontmoet Schumann Franz Liszt en wordt hij door de Universiteit van Jena tot eredoctor benoemd. Tot 1844 blijven  Robert en Clara in Leipzig wonen; ze beleven er hun gelukkigste jaren. 1840 is ook het jaar van de liederencycli, waaronder Liederkreis, Frauenliebe und -leben en Dichterliebe. In 1841 schept hij z’n 1e Symfonie in bes-groot, waarvan de premiere in het Gewandhaus van Leipzig onder leiding van Felix Mendelssohn Bartholdy tot een van Schumanns grootste successen leidt. In 1843 verschijnen zijn Drie strijkkwartetten. Het jaar er op vertrekt het paar naar Dresden, waar Schumann diverse ontmoetingen heeft met Richard Wagner. In 1847 wordt hij de dirigent van het koor Liedertafel. Ondanks dat hij in Dresden ook als componist productief is, voelde het echtpaar zich steeds benauwder in de door hen als conservatief gekenschetste Dresdener muzikale smaak van het publiek. In 1850 neemt Schumann het aanbod aan om stedelijk muziekdirecteur van Düsseldorf te worden. Hij is er verantwoordelijk voor de abonnementsconcerten van de Städtische Allgemeine Musikverein, de repetities van diverse koren en hij is adviseur voor muzikale festiviteiten in twee RK kerken. Het gaat echter niet goed vanwege gebrek aan discipline, te wijten aan zijn zwijgzame natuur, z’n sterke bijziendheid, die niet te verhelpen viel, z’n zachte stem en z’n gebrek aan pedagogische vaardigheden. In november 1853 wordt hem verteld dat hij alleen nog eigen werk mag dirigeren. Feitelijk betekent dat ontslag. Schumann begint steeds meer te lijden aan gehoorshallucinaties, gepaard gaande met depressies en angstvisioenen.  Tijdens het plaatselijke carnavalsfeest springt hij in een vlaag van diepe wanhoop in de Rijn. Zijn zelfmoordpoging mislukt omdat een Hollandse schipper hem uit het water vist. Schumann wordt hierna opgenomen in een krankzinnigengesticht in Endenich bij Bonn, waar hij tot aan zijn dood totaal geïsoleerd leeft. Zelfs Clara zoekt hem daar pas twee dagen voor zijn dood voor het eerst op. Die dood komt op 29 juli 1856.

90px-SCHUMANN120px-Bnschum1220px-Robert_u_Clara_Schumann_1847