Category Archives: geschiedenis

Limespad 9 – Cothen – Eck en Wiel

Op zondag 25 oktober in het coronajaar – 2020 om 0.25.u sliep mijn lievelingsbroer Eric voor eeuwig in. Die dag stond gepland als wandeldag, met Rob en Fieke, Anja en Marianne. Voor de negende keer volgden we het spoor van de Romeinse Limes. En ik besloot ondanks dit hevige verlies en het inslaande bericht er over mee te doen. Gelukkig dat het niet zo lang duurde dat Eric insliep , ik toch niets kon doen die dag en dus vrienden om me heen had om mijn verdriet te kunnen delen en er uit te zijn, kop in de wind en beweging in de stramme leden.

img_9386    img_9387

We starten in Cothen, dat alleraardigste dorp, waar we de laatste keer eindigden op het terras van een prima eetcafé. Inmiddels was de horeca vanwege de toenemende (vloed)golf weer dicht gegaan en konden we helaas niet afsluiten met een aangenaam samenzijn en samen eten. Ook onderweg geen open pleisterplaatsen. 

Cothen

Wikipedia.

Sinds de middeleeuwen was het in bezit van de domproosdij van Utrecht. In 1795 kwam er een einde aan de heerschappij van de domproost. Na een aantal administratieve veranderingen werden uiteindelijk op 1 januari 1812 de voormalige gerechten Cothen en Dwarsdijk verenigd tot de gemeente Cothen. Op 1 januari 1996 werd de gemeente samengevoegd met Wijk bij Duurstede en Langbroek tot de gemeente Wijk bij Duurstede.

Cothen is met zijn ligging aan de Kromme Rijn van oudsher een pittoresk boerendorp. In de negentiende eeuw vormde die rivier ook de belangrijkste verbinding met de buitenwereld; “Krommerijnsche schuiten” zorgden voor vrachtvervoer tussen het dorpje en de stad Utrecht. Rond 1900 bedroeg het inwoneraantal 745. Het is een typisch Kromme Rijndorp en vertoont qua structuur overeenkomsten met Werkhoven, Odijk en Bunnik. Alle dorpen liggen op de stroomrug van de Kromme Rijn. De bouwlanden sluiten op de nederzetting aan. De Brink en de Meent zijn kenmerkende elementen van deze dorpen. De Kromme Rijn was vroeger een belangrijke route voor goederentransport. Het is van oorsprong een plattelandsgemeente bestaande uit de nederzettingen Cothen en Dwarsdijk. Na 1945 zijn er enkele nieuwbouwwijken bijgebouwd, waardoor het accent is komen te liggen op de woonfunctie van het dorp. Vanouds speelde de landbouw qua economische activiteit een belangrijke rol. Rond de eeuwwisseling verschoof het accent van akkerbouw naar veeteelt en fruitteelt. De laatste jaren zien we een verdere specialisatie, waarbij boeren óf vee houden, óf fruit telen. In 1885 kwam het dorp uit haar isolement doordat de tramlijn Doorn-Wijk bij Duurstede werd geopend. De lijn sloot aan op de tramverbinding Zeist-Rhenen, die op haar beurt weer aansloot op het spoorwegnet. Concurrentie van onder andere de vrachtauto en de bus kondigde de sluiting van deze verbinding in 1932 aan. Na de oorlog zijn er woonwijken bijgebouwd, en het dorp had in 2003 zo’n 2500 inwoners

Even na de 142e km die we intussen gelopen hebben gaan we links bij het café de Kromme Rijn over , voor een fietstunnel rechts af en over een en de Beukenlaan naar kasteel Rhijnestein, die we aan onze linkerhand passeren.

img_9388    img_9389  poortgebouw Rhijnestein                                         zicht vanaf kasteel op molen en RK kerk Cothen

Rhijnestein vormt met Walenburg, Sandenburg, Lunenburg, Hindersteyn, Weerdestein, Sterkenburg en de Natewisch, mogelijk een soort middeleeuws verdedigingssysteem aan de noordzijde van de Rijn. Rhijnestein neemt hierin een aparte positie in: het is het meest westelijk gelegen gebouw en stond op een stroomrug tussen twee armen van de Kromme Rijn (de Voor- en de Achter-Rijn). De andere (uitgebouwde) woontorens, behalve de Natewisch die in de uiterwaard aan de Neder-Rijn staat, bevinden zich langs de Langbroekerwetering op destijds voor ontginning uitgegeven langgerekte percelen. Een dergelijk ontginningspatroon kent Rhijnestein niet.

Het kasteel wordt al in 1248 genoemd. Het is zgn. ridderhofstad.

De meest spraakmakende bewoner uit de geschiedenis van de toren betrok deze in 1368: Jan van Rynestein, ridder en bastaardzoon van de bisschop van Utrecht. Hij trok ten strijde tegen Karel VI van Frankrijk en gijzelde in 1387 twee Franse goudsmeden die hij uit Henegouwen meenam, in Cothen gevangen hield en waarvoor hij losgeld incasseerde. In 1395 trok hij op tegen bisschop Frederik van Blankenheim. Een jaar later was hij ook in een oorlog verwikkeld met Hendrik II van Vianen, burggraaf van Utrecht. En Jan van Rhijnestein plunderde met zijn manschappen ‘t Goy in 1396. Als reactie op deze gebeurtenissen belegerde Hendrik van Vianen in opdracht van Frederik van Blankenheim het kasteel in 1396 drie dagen lang. Rhijnestein werd zwaar beschadigd, naar verluidt op de woontoren en de voorburcht na. Daarbij werd naar verluidt 300 man gevangengenomen.

532px-kasteel_rhijnestein_in_cothen   img_9391

We steken de Kromme Rijn weer over via een van de oudste bruggen, onderdeel van een middeleeuwse weg van Wijk bij Duurstede naar Doorn. We lopen over de Brink, een pittoresk stuk dorp, langs de protestantse Agneskerk, reeds in 1200 genoemd, maar zoals we hem passeren 15e eeuws. Een monument van een peer herinnert de wandelaar aan de betekenis van Cothen als fruitdorp.

img_9392   img_9394            Brink                                                                            Herv. Agneskerk

We volgen de Kromme Rijn links van ons over een zandpad, een bochtig asfaltpad, langs wat huizen en tuinen en over een onverhard pad door boomgaarden. We passeren de ingang tot Steniswaard, het huis van de familie Van Beeck Kalkoen, eeuwen heren van Cothen en van wie de laatste burgemeester was van Cothen en Bunnik.  We komen uit bij de N229, steken die over , steken ook de Kromme Rijn weer over en lopen tussen rivier en glooiend weideland naar Vikinghof, een natuurgebied aan de rand van Wijk bij Duurstede, waar ooit de ridderhofstad Riebeek stond, waar inderdaad Jan van Riebeek geboren werd, de stichter van Kaapstad.

img_9395   img_9396

Weer de Kromme Rijn over en het jaagpad volgen, langs de rand van de wijk Noorderwaard. Een nonchalant geklede vrouw trekt zich niets aan van de waarschuwing honden aan de lijn te houden. Het beest is overigens wel braaf. Dicht tegen de oude binnenstad vinden we een picknicktafel voor een korte pauze. De tafel staat op de kade van het vroegere Dorestad. 

img_9398   img_9400            Diepzinnige spreuk op de picknicktafel ————waar de haven van Dorestad lag.

img_9399   img_9401

Voor het naamdeel Wijk worden verschillende verklaringen gegeven, zoals dat het onder meer herleid zou kunnen worden tot het Romeinse vicus, of het Germaanse wik wat weer “bocht” of “inham” betekent.[2] Het naamdeel Duurstede laat zich herleiden tot de vroegere handelsplaats Dorestad, welke naam op zijn minst deels van Keltische oorsprong is.

De binnenstad gaan we in via de Rijnstraat en komen uit op de mooie intieme markt, met de enorme dikke, geknotte toren van de Grote of St.Johannes de Doper kerk. 

In de vroege middeleeuwen lag hier een van de belangrijkste handelsplaatsen van Noordwest-Europa: Dorestad. Lange tijd is aangenomen dat Dorestad rond 850 viel door aanvallen van de Vikingen. Inmiddels wordt er echter ernstig rekening mee gehouden dat natuurlijke en (kerk)politieke factoren tezamen met de verschuivende machtsverhoudingen waarschijnlijk een belangrijkere rol speelden. De Rijnbedding zou zich wat verplaatst hebben, de haven zou op dat moment ook zijn begonnen te verzanden en daarenboven kwam er een waterstijging. Het verval van Dorestad betekende een periode van bloei voor TielDeventer en later Utrecht. Er zijn vele vondsten gedaan in en rond Wijk bij Duurstede uit deze geschiedenisperiodes, die te zien zijn in Museum Dorestad.

img_9402   img_9404

img_9405   img_9407

 

img_9409   img_9411              Bonifacius komt in Dorestad.

Er is een koffie to go, waar Anja en Fieke gebruik van maken. We wandelen het stadje uit  naar het park, waar een restant van het middeleeuwse kasteel Duurstede  met zijn meer dan veertig meter hoge woontoren pronkt.

img_9414    4b6501a4-3028-47e1-9344-4b12d96fa787

We komen uit bij het veer en zijn precies op tijd voor een oversteek over de Nederrijn.  We lopen op Rijswijk aan, passeren het dorp aan onze rechterzijde. 

img_9416    img_9418

img_9419  img_9420

 

img_9421 zicht op Wijk bij Duurstede

Dit dorp, Rijswijk,  in de Neder-Betuwe behoorde van 1811-1817 bij de voormalige gemeente Beusichem, van 1818-1998 bij de voormalige gemeente Maurik en vanaf 1999 bij de (nieuwe) gemeente Buren. Dezelfde plaatsnaam komt ook voor in Noord-Brabant en Zuid-Holland.

In 1915 en 1916 zijn in het Essenbosch sporen gevonden van een nederzetting uit de 2e eeuw na Christus, wellicht het Romeinse castellum Levefanum.

De oudste vermelding van de naam komt voor in een 9e-eeuwse oorkonde. De naam is afgeleid van het oud Nederlandse woord ‘wich’ dat nederzetting betekent en ‘ris’ dat loot, tak of twijg betekent. Hier misschien in betekenis van vlechtwerk. Er komen veel achternamen voor, met een even grote variatie in schrijfwijze, gebaseerd op de plaatsnaam Rijswijk. Deze families kunnen afstammen van een der Rijswijken in Noord-Brabant bij Woudrichem of Zuid-Holland bij Den Haag of van de Duitse gelijknamige plaats bij Kleef.

In het dorp staat de Nederlands Hervormde Martinuskerk gebouwd in Gelders-Nederrijnse stijl.

img_9422   300px-rijswijk-gld_de_martinuskerk_rm28322_img_2463_2019-09-15_12-19

We hebben inmiddels acht kilometer gelopen. We lopen over de dijk door het stroomgebied van de Nederrijn, in de Betuwe, vruchtbaar deltagebied. Betuwe verwijst nog naar de Bataven, een door m.n. keizer Nero op krijgshaftige waarde geschat en aangetrokken als keizerlijke lijfwacht. Volgens de Romeinse geschiedschrijvers waren de Bataven ook vaardige zwemmers. Het gebied liep vooral door hevige najaarsregens vaak onder water, op de hooggelegen oevers werd gewoond, in huizen van hout en leem, sommige Bataven konden zich een luxe villa van steen veroorloven. Vanaf de dijk is goed zichtbaar het eeltachtige van de Nederrijn, die overigens vanaf Wijk bij Duurstede Lek gaat heten , tot aan Krimpen. Wielen, zijarmen en een stuk kanalisatie.

img_9423   img_9424

img_9425  img_9426

Geen horeca, maar wel stalletjes met fruit en ja, de aardbeien, de peren en de appels smaken goed.

img_9427

Op een schiereiland ligt de voormalige steenfabriek Roodvoet, tot 2009  in gebruik. Na 126 jaar viel de fabriek , inmiddels in Oostenrijkse handen ten offer aan de financiële crisis. Vroeger ging ik als kind met mijn vader mee, toen hij vrachtwagenchauffeur was voor Vos Bouwmaterialenhandel, toen hij chef werd, ging ik met andere chauffeurs mee. Ik herinner me niet dat we bij de Roodvoet kwamen. Op de dijk overigens een herinnering aan een afschuwelijk bombardement voorjaar 1945.

img_9428

In maart 1945 voeren veel schippers uit Ingen, Eck en Wiel en Maurik naar het haventje van steenfabriek De Roodvoet in Rijswijk. Ze hoopten uit het zicht van de Duitsers te blijven en zo aan vordering van hun schepen te ontkomen. De tientallen schepen lagen daar beschut achter een dijkje. De Duitsers ontdekten ze echter toch en vorderde direct de scheepjes. De schippers probeerden dit nog te voorkomen door een sleepboot in de ingang van de haven te laten zinken, maar de bezetters bliezen hem op en hun droom viel in stukken.

Veel schippers woonden met hun gezinnen in de kamers van de steenfabriek, die vanwege brandstofgebrek stil lag. Sommige maakten er maar het beste van en bekleedden de wanden in de gangen van de fabriek zelfs met papier dat afkomstig was uit een aangelegd schip van de papierfabriek van Van Gelder & Zn.
Door toedoen van een tip van de Maurikse ondergrondse, kregen de Engelsen eind maart 1945 te horen dat er Duitse munitieschepen waren gelost in het haventje van de steenfabriek in Rijswijk. Ook zouden de schepen in het haventje en de kamers van de steenoven vol met munitie liggen. Het eerste was juist, maar het laatste niet.

Vermoedelijk is de boodschap verkeerd bij de legerleiding overgekomen of begrepen, want de munitie was gelost op steenfabriek de Lunenburg in Wijk bij Duurstede, aan de andere kant van de Lek. Helaas bereikte dit laatste bericht de Engelse legerleiding te laat. De operatie werd op 31 maart 1945 (Stille Zaterdag) vanwege het slechte zicht die morgen uitgesteld tot ‘s avonds rond 18.15 uur. Toen naderden drie Poolse Squadrons, behorende tot de 131e Wing uit Gilze-Rijen met in totaal 36 Spitfires, het gebied van De  Roodvoet. 
Op het terrein van de steenfabriek waren ongeveer honderd evacués ondergebracht. Door het onheilspellend geronk van het eskader bommenwerpers vluchtten velen van hen de gangen van de fabriek in. In de kelder van het huis van directeur Van Koolwijk verbleven acht evacués en een schippersgezin.
Op het fabrieksterrein lag achter de villa van de directeur en de woonhuizen, een speelterrein met schommels, waar op dat moment negen kinderen aan het spelen waren.
Het eskader vloog eerst richting Amerongen en keerde toen om en wierp vervolgens 108 bommen (36  x 500 lb en 72 x 250 lb bommen) af boven het terrein van de steenfabriek en op de in de haven liggende schepen. Tijdens het bombardement vluchtten de mensen uit de huizen naar een nabijgelegen schuur. De minuten daarna probeerde de wanhopige ouders Kroon van hieruit tevergeefs hun kinderen te bereiken.
Een voltreffer maakte echter een einde aan het leven van vijf kinderen van Van Bel, drie kinderen van Kroon en Geertruij de Wit. De andere twee slachtoffers waren evacué Teuntje Bijl en schipper Ernst Hartsuiker.
De families die in de kelder van directeurswoning schuilden overleefden wonderwel het bombardement. Ook de dikke muren van de steenovens bleken gelukkig bestand tegen de hevige explosies en voorkwamen dat er niet meer dodelijke slachtoffers waren gevallen.
m_bomba00r    m_steenoven43
We lopen langs de jachthaven van Maurik, daarachter links het Eiland van Maurik, ontstaan na de kanalisatie van de Nederrijn. Zandwinning door de steenfabrieken zorgde voor strand, ligweides en andere recreatieve voorzieningen.
img_9430    img_9431
Het dorp Maurik schampen we. 

Over het ontstaan van de naam Maurik is niets met zekerheid bekend. A.J. van der Aa schrijft in 1846[2] dat Mannaricium, genoemd in het reisboek van Keizer Antonius, het huidige Maurik zou zijn. Zijn bron noemt hij echter niet. A.P. de Kleuver gaat in zijn gelegenheidswerkje uit 1967[3] nog een stap verder en neemt een Keltische oorsprong aan.

Nu is (zeer) oude bewoning bewezen: in 1967 zijn enkele geringe resten aangetroffen die wijzen op bewoning in de Bronstijd(1700-700 v.Chr.). Aan het begin van de jaartelling heeft op de Woerd bij Maurik een grote boerderij gestaan; deze hoeve werd tegen het eind van de 3e eeuw verlaten: De Franken begonnen met hun invallen en het werd onveilig. In de 4e eeuw was de grond te drassig voor bewoning en Romeinse schrijvers noteerden dat de grond in de Betuwe zo nat was, dat het bijna geen grond meer mocht heten. In de daarop volgende eeuwen, de 5e tot de 7e, was er sprake van geringe bewoning in de Betuwe, het meest in de Over-Betuwe, aldus Dr. A.R. Hol[4] in haar standaardwerk De Betuwe, waaraan een groot deel van het bovenstaande is ontleend.

Een veilige conclusie is, dat de permanente bewoning van Maurik waarschijnlijk pas van na de 7e eeuw dateert. Vroegere datering steunt slechts op speculatie. Op grond van archeologisch onderzoek concludeert Dr. P.J.R. Modderman[5] dat permanente bewoning van plaatsen tussen de Rijn en de Waal met de uitgang -ik (zoals Maurik, Varik) nergens verder gaat dan tot de vroege middeleeuwen. Een andere geleerde, Dr. D.P. Blok,[6] betoogt dat de vroeg-middeleeuwse vestiging van bewoners van de West-Betuwe zich van Brabant uit voltrokken heeft en ca. 900 voltooid was.

In ieder geval wordt Maurik voor het eerst in een oorkonde van 997 genoemd en wel als MalderickeKeizer Otto III schenkt dan een in Maurik gelegen goed aan een klooster. De vestiging van de nieuwe bewoners zal, gelet op de conclusie van Dr. Blok, enige generaties eerder hebben plaatsgevonden. De eerste bewoner van naam treedt ons een kleine drie eeuwen later tegemoet: Saffatijn van Mauderic, ridder, die in 1270 zijn burcht bij de rivier bouwde (op het terrein waar nu de molen staat). Daarvan heeft hij niet lang plezier gehad: hij sneuvelde in 1288 in de Slag bij Woeringen.

Een verklaring voor de naam Maurik is er evenwel nog steeds niet. Een ontlening aan het Keltisch, zoals A.P. de Kleuver heeft aangenomen (Maleriacum of Mannaricium, wat weer een afleiding zou zijn van de persoonsnaam Malerius), mist bewijs.

Een belangrijk gegeven in de recente geschiedenis van Maurik is de evacuatie van de Betuwe in de maanden januari en februari 1995. Vanwege de extreem hoge waterstand in de rivieren en de daardoor dreigende dijkdoorbraken werd het gehele dorp verplicht geëvacueerd. De Betuwe bleef uiteindelijk droog, na enkele dagen konden de bewoners terugkeren naar hun huizen.

img_9435  kerk_300                                        zicht op Maurik                                                         Maartenskerk Maurik

Langs Bungalowpark Rivierland, waar ik nog gekeken heb naar een chalet, voordat ik uiteindelijk naar Naarden verhuisde. Een kilometer verder staan twee onzer auto’s en rijden we terug naar Cothen. 

img_9436   0490e28e-dd60-4c12-8cdd-7f46a6727a35

bb2f79df-f647-4e0f-b91f-ebf1b75f5e83   da586d0f-a90c-47f4-b91f-38ffddac4016

We gingen terug met het pontje van Eck en Wiel, die naar het kasteel Amerongen vaart en over de dijk terug naar Wijk en vandaar naar het idyllische Cothen.

c8b5edb0-640a-46c1-bccf-f521d449d8eb   d9bdaadb-429d-4107-af0b-308445ef0a03

Utrecht binnen de singels 2

De tweede wandeling van de zes, beschreven in het boekje van Kees Volkers deden we gedrieën: Rob, Ronald en ondergetekende. En wel niet lang na het naar later bleek fatale ongeluk van mijn broer Eric tijdens het mountainbiken, op 1 oktober in het coronajaar 2020. Deze wandeling is getiteld  Ouwegrachie, Vreeburg en Wijk C.  De titel is ontleend aan een liedje van Rijk de Gooijer uit 1956 Als ik boven op de Dom kom, later door Hermen Berkien veranderd in Als ik boven op de Dom sta. Maar beiden kijken dan naar beneden en ”Dan zie ik Ouwegrachie etc. Hun hart gaat dan open, want geen mooier plekje dan  ’Utereg m’n stad’. 

De eerste wandeling deed het bisschoppelijk oude Utrecht aan, nu volgt de burgerlijke kant, ontstaan als ‘buurstad’ of Stathe aan de westzijde van de Oude Gracht. Stathe betekent : aanlegplaats voor schepen en dus kwamen hier de markten en de handelaren. De Buurkerk verrees als eerste kerk voor burgers, de tweede was de Jacobikerk. Toen Karel V in 1527 de wereldlijke macht van de bisschop overnam, liet hij een dwangburcht bouwen om de bevolking er onder te houden. de stenen daarvoor kwamen vanher verwoeste kasteel Vredenburg bij Vreeland. Vandaar de naam van het kasteel in Utrecht, gebouwd op het terrein van het Catharijneklooster. Namen die we nog immer in Utrecht significant aantreffen. In 1577 verlaat de Spaanse bezetter het kasteel en werd het gehate gebouw door de Utrechters met de grond gelijk gemaakt.  Wijk C is lange tijd verguisd. Op het Paardenveld stonden de galgen (nu Politiebureau). De bevolking woonde dicht op elkaar met bijvoorbeeld cholera-uitbraken tot gevolg. Afstand houden zoals nu in onze tijd het belangrijkste advies was er niet bij, kon ook niet. Wijk C, een aanduiding uit de Franse tijd, was Oranjegezind werd drastisch gesaneerd, gesloopt, de Jacobsstraat verbreed, nieuwbouw gepleegd, waardoor het oorspronkelijke karakter van de buurt vrijwel verdwenen is. 

Onze tocht begint op de Oude Gracht, net nadat we van de Lange Viestraat, waar vroeger Galerie Moderne stond, rechtsaf zijn geslagen. Oude Gracht 99 vraagt direct de aandacht. Want hier staat Oudaen, het best bewaarde voorbeeld van een Utrechts stadskasteel, uit ca 1300, met een front uit 1858. Honderd jaar daarvoor werd het Ouden van Dagen-tehuis. Nu is het een horecagelegenheid met een gelagkamer waar 18e eeuwse schouwen te bewonderen zijn. In de werfkelder is sinds 1990 een bierbrouwerij gevestigd. Wij gaan niet voor het bier, maar voor de koffie en die smaakt ook prima.

532px-kasteel_oudaen    img_9174

                                                       

Op 113 wederom een een 13e eeuws stadskasteel, met een 19e eeuwse gevel.

Fresenburch kent een rijke historie. Het is gebouwd als groot weerbaar bakstenen huis (stadskasteel) in het tweede kwart van de 13e eeuw in of nabij de handelswijk Stathe. De opdrachtgever was de invloedrijk geworden patriciërsfamilie De Vries (Frese). Vermoedelijk kenden zij een afkomst uit ministerialen. In de Utrechtse stadspolitiek ontstond een factie, de Fresingers, rond deze familie. De factie stond tussen circa 1280 en 1305 tegenover de Lichtenbergers.[3]

De Engelse koning George II logeerde meermaals in Fresenburch.

532px-oudegracht_113

In 1576/77 stonden op het dak van dit Fresenburg en dat van Oudaen kanonnen opgesteld om in de strijd tegen de Spanjaarden het kasteel Vredenburg onder vuur te nemen.                            

We slaan de eerste steeg rechts in, de Drieharingstraat, waar ooit een vermaarde platenzaak zat, Stafhorst geheten.

img_9177   Drieharingstraat

We komen uit op het Vredenburg, na de sloop van het kasteel in 1577 betekenis gekregen als markt, waaronder als veemarkt. Op woensdag en zaterdag nog immer het terrein van de weekmarkt, waar van alles voor de in- en uitwendige mens te koop is. Toen ik in Utrecht woonde ging ik ook elke zaterdag ter maakte, mocht van mijn echtgenote niet naar De Slegte, want ik moest zo snel mogelijk thuis meehelpen in het uitvoerige kuisen van onze kleine woning. Ik ging vaak juist wel naar De Slegte en liet een eventueel aangeschaft boek in de tas achter die in het schuurtje gehangen moest worden. Pas op maandag haalde ik het boek uit de tas, als mijn vrouw naar haar werk was.                                                                                                                  We slaan links de  Elizabethstraat , een winkelstraat in .  

img_9179  Mondkapjes hoek Elisabethstr/Vredenburg

img_9180 voorm. kalf- en varkensslagerij Van Galen

Tweede straat rechts lopen we op voormalige schuilkerk Sint Maria Minor af, nu een schitterend café, in de kerk geïncorporeerd.

img_9181   img_9183            Vroegere schuilkerk Maria Minor , nu café Olivier.

We gaan weer terug naar de Lange Elisabethstraat, houden rechts aan en slaan de Mariastraat rechts in. Op nr. 28 een oude poort die toegang gaf tot de achterzijde van het 15e eeuwse Zoudenbalchhuis, dat we nog tegenkomen.

img_9187                                                                         

In deze straat sla ik een steeg in, die uitkomt op de achterkant van de vroegere Utrechtse Boterhal, nu Bowlingcentrum aan de Mariaplaats.

img_9186

 

De Mariaplaats was lange tijd een van de belangrijkste marktpleinen van Utrecht. Zo konden de Utrechters er in de negentiende eeuw terecht voor groente, zuivel, kippen en konijnen. Voor de verkoop van boter, kaas en eieren werd in 1864 vanuit hygiënische overwegingen door de gemeente speciaal een overdekte hal gebouwd. In 1926 werd deze hal verbouwd tot handelsbeurs en kreeg het de nu nog bestaande voorgevel in de Amsterdamse Schoolstijl. De hal is nu nog in gebruik als Bison Bowling.

 Op de Mariaplaats rechts af, waar voor de entree van het bowlingcentrum  een zgn. loertoeter staat.  Door deze paal met kijker kun je naar een ondergronds monument kijken: een middeleeuwse rioolgang van de voormalige immuniteit van Sinte Marie. Een immuniteit is een gebied rond abdij, kerk, waar alleen het kerkelijk recht gold, dus immuun voor wereldlijk recht en macht. In de 16e eeuw is deze rioolgang, tevens kerkhofgracht overkluisd.  

img_9189

 

Op nr. 14 van Mariaplaats staat Sociëteitsgebouw ‘De Vereeniging’. Het voorste deel dateert uit 1872-73. Daar achter ligt een van oorsprong 14e eeuws pand, dat ook tot de immuniteit van St.Marie behoorde. Aan de overkant lopen we het pandhof van St.Marie binnen. De kerk is verdwenen, de kruisgang, waardoor men droog van de kapittelzaal naar de kerk kon lopen is er nog, nu als omloop van een plantentuin.

img_9191  img_9192    Pandhof St.Marie                                                     Nijntje

img_9193   img_9188

 

De Mariakerk is in 1813 gesloopt, op het koor na, omdat daarvan de akoestiek uitzonderlijk was. Tot 1844.bleef dit dienst doen als concertzaal. In 1847  kwam in neoclassicistische stijl de nieuwe muziek-en toneelzaal voor Utrecht gereed. En werd het onderdak van het Utrechts Symfonieorkest. In het gebouw traden oa. Liszt en Brahms op. Sinds 1974 is het in gebruik bij het Utrechts Conservatorium. In 1988 verwoestte een brand het interieur, daarna in oude glorie hersteld. In de gang een glasplaat, waardoor je zicht hebt op de fundamenten van de Romaanse Mariakerk.

img_9194  img_9195                                  gevonden graven van voormalige Mariakerk

img_9196     img_9198                                                      Johan Wagenaar                                     Jan van Gilde, beiden directeur van Conservatorium

We verlaten het conservatorium en lopen de Zadelstraat in, nemen eerst nog een kijkje bij de monumentale waterpomp, die dienst deed tot 1883, toen de stad werd aangesloten op een waterleidingnet. Deze Mariapomp stond bekend om zijn smakelijke water, wat zelfs geëxporteerd werd naar Amsterdam. Er waren diverse pompen die vervuild waren door lekkende beerputten.

img_9200

De Zadelstraat- vroeger Steenstraat geheten – is een van de oudste van Utrecht. WE slaan links af de Donderstraat in en zien links het al genoemde Zoudenbalchhuis.

Aangezien het grootste deel van het huis buiten de claustrale singel van de Mariakerk lag, geldt het niet als kanunnikenhuis. Het huis is vernoemd naar het patriciërsgeslachtZoudenbalch, vanuit de middeleeuwen een van de voornaamste families in de stad en naast dit huis tevens eigenaar van onder meer stadskasteel Oudaen. De 3e Buurkerksteeg, een steeg die van het huis Zoudenbalch naar de Buurkerk voert, is reeds omstreeks 1460 ontstaan met Evert Zoudenbalch (1424-1503), die tevens als bouwheer geldt van het Huis Zoudenbalch.

In 1903 raakte huis Zoudenbalch bij een brand ernstig beschadigd. Hierbij werd vrijwel het gehele interieur verwoest. In 1905 volgde een restauratie onder leiding van de architect Pierre Cuypers. Omstreeks 1964 volgde nog een restauratie gevolgd door een verbouwing in 2010. (Wikipedia)

img_9201

Ook wij komen uit op het Buurkerkhof, bij de gelijknamige kerk en toren. Het is de oudste parochiekerk – dus voor burgers – van de stad en tot 1125 de enige. Ze overleefde vele branden en in 15e eeuw is ze verbouwd tot hallenkerk. Na 1588 is het koor gesloopt. De toren is van 1388, waarin de zgn. banklok hangt, te horen bij de bekendmaking van vonnissen, raadsbesluiten of gevaar. 

In 1457 liet Berta Jacobsdochter, bekend als Suster Bertken (ca 1426-1514), in de Buurkerk een kluis bouwen, waarin zij vervolgens 57 jaar lang leefde als kluizenares tot haar dood op 87-jarige leeftijd[1], waarna ze in haar cel werd begraven.[3]Zij is ook bekend gebleven dankzij haar geschriften: poëzie en proza. Een herdenkingssteen in de Choorstraat, op de plaats waar haar cel zich bevond, herinnert hieraan.

In de Buurkerk zijn vele bekende Utrechters begraven, zoals de zeventiende-eeuwse schilders Joachim WtewaelPaulus MoreelseHendrick ter BrugghenDirck van BaburenJan Both en Herman Saftleven. Hun graven zijn echter niet terug te vinden.

In januari 1962 lagen hier de slachtoffers van de treinramp van Harmelen opgebaard.

img_9204    img_9206

520px-buurkerk_vanaf_de_dom    532px-buurkerk_en_domtoren  Buurkerk  vanaf de Dom   en met de Dom

In de Buurkerk bevindt zich al een tijdje het aardige museum Speelklok (vroeger Van speelklok tot pierement). We slaan linksaf, komen op de Steenweg, met de ingang tot de Buurkerk als museum. En een ouderwetse winkel nu speciaal voor expats, vroeger voor comestibles.

img_9210   img_9208

img_9209   img_9211

 

Rechts af en vervolgens linksaf de Choorstraat in, genoemd naar het koor van de Buurkerk.                     Op nr. 14 een unieke gevel, uit 1906, naar een ontwerp van A.J. Kropholler en J.F. Staal. Het werd aangebracht voor een bijkantoor van levensverzekeringmaatschappij ‘De Utrecht’, en is geïnspireerd op Zuidspaanse mozarabische architectuur en van rood granieten platen.

520px-choorstraat_14_utrecht   img_9213

We komen uit op de Stadhuisbrug, eigenlijk een combinatie van twee bruggen, we hebben zicht op de neoclassicistische voorgevel van het stadhuis en over de gracht op de Winkel van Sinkel. Links het vroegere gebouw van Vroom en Dreesmann en later Broese Kemink. 

img_9215   img_9216

 

We slaan de Oude Gracht op , langs Groot Blankenburg.

Blankenburgh is een weerbaar middeleeuws huis (ook wel stadskasteel genoemd) aan de Oudegracht in de Nederlandsestad Utrecht. Het oude adres van het rijksmonument, Oudegracht D 74, is in 1917 gewijzigd in Oudegracht 121.[1]

Weerbare huizen in Utrecht

In de 12e, 13e en 14e eeuw bouwden rijk geworden patriciërgeslachten grote stenen, weerbare huizen aan de Oudegracht. Deze verspreid voorkomende stenen huizen vormden een groot contrast met de kleine, houten huizen waaruit de rest van de bebouwing grotendeels bestond. Het was een periode van grote bloei voor de stad Utrecht, destijds de belangrijkste stad in de Noordelijke Nederlanden.

Andere gedeeltelijk bewaard gebleven exemplaren zijn onder meer Kranestein (Oudegracht 55), Oudaen (Oudegracht 99), Drakenburg (Oudegracht 114), Fresenburch (Oudegracht 113), Groenewoude (Oudegracht 151) en Het Keizerrijk (onderdeel van het Utrechtse stadhuis, hoek Oudegracht/Ganzenmarkt).

Blankenburgh is een van de oudste weerbare huizen van Utrecht en werd gebouwd in het tweede kwart van de 13e eeuw in of bij de handelswijk Stathe.[2][3] Het was het prestigieuze huis van een vooraanstaande Utrechtse patriciërsfamilie. Net als de andere “stadskastelen” bestond Blankenburgh uit een groot, diep, representatief hoofdhuis en enkele veel kleinere zijhuizen die makkelijker te verwarmen waren en eigenlijk meer als woonruimte dienstdeden.

In de 18e eeuw heeft de Utrechtse orgelbouwer Abraham Meere in het pand gewoond. Vanaf 1842 was het in gebruik als chocoladefabriek van J.W. van Haagen.[4] Van 1960 tot 2014 was boekhandel De Slegte in het pand gevestigd. Blankenburgh is in 1980/81 gerenoveerd.

Groot Blankenburg wordt geflankeerd door Klein Blankenburg (pui -ontwerp Gerrit Rietveld) en Blankenburg, tezamen 21 meter voorgevel. 

532px-oudegracht_121   Groot Blankenburg, vroeger De Slegte.

We slaan de Zakkendragerssteeg in, genoemd naar het Zakkendragersgilde. De steeg komt uit op het Vredenburg. Nu slaan we rechtsaf en begeven ons naar Wijk C. We lopen over de Catharijnekade, verlengde van Catharijnesingel, ooit onderdeel van de Keulse Vaart, de vaarroute van Amsterdam naar Keulen. In 1970 gedempt, maar er wordt druk gewerkt aan herstel en opnieuw verbinding met de Leidse Rijn, onder het station door.                We lopen langs de vroegere Westerkerk, gebouwd in 1891 voor de Dolerenden, de aanhangers van Abraham Kuijper die zich Gereformeerden noemden. Later werd het onderkomen van de Gereformeerde gemeente. Sinds een paar jaar is het een horecagelegenheid.

img_9221   img_9218

We slaan de Bergstraat in, daarna de Willemstraat, het enige originele stukje Wijk C. Rechts de Waterstraat in, de brede Sint Jacobsstraat over en we zijn bij de Jacobikerk, waar ik mijn leervicariaat deed in 1980 bij ds. Aris Kool. Voor de kerk het borstbeeld van Anton Geesink, de beroemdste Wijk C-er. 

img_9222    img_9223

Zij was oorspronkelijk een van de vier middeleeuwseparochiekerken van de stad (de andere waren de Buurkerk, de Nicolaïkerk en de Geertekerk) en is sinds de Hervorming in gebruik bij de Nederlandse Hervormde Kerk, thans de Protestantse Kerk in Nederland. In de 15de eeuw woonde Alyt Ponciaens ruim 30 jaar als kluizenares binnen de muren van de kerk. De kluis waarin zij woonde bestaat nog.[1]

De patroonheilige van de Jacobikerk was Jakobus de Meerdere, en de kerk werd dan ook aangedaan door pelgrims op weg naar Santiago de Compostella. Tegenwoordig herinnert de windvaan op de toren in de vorm van een sint-jakobsschelp, en de vele in de kerk voorkomende Jakobsschelpen nog aan dit verleden.

img_9224    img_9225

WE laten de kerk rechts liggen en vervolgen de Waterstraat, met links het Nationaal Volksbuurtmuseum. We slaan de eerste straat links in, de Jan Meyenstraat.

img_9228

Links de Oranjestraat in en daarmee verlaten we het nieuwbouw-wijkje, de sanering van een deel Wijk C, waar nog veel oud- wijkers wonen. We zijn weer op de Sint jacobstraat , slaan rechtsaf en steken de Weerdsingel over. In de jaren 70 was de singel gedempt, maar nu weer watervoerend. rechtsaf komen we op de Weerdsluis. 

De sluis is in middeleeuwen aangelegd om het waterpeil in het Utrechtse singel- en grachtenstelsel op peil te houden. Rond de sluis is reeds in 1300 een voorstad ontstaan met de naam Bemuurde Weerd, die zelf ook omgracht en ommuurd was. Veel kleine ambachtelijke bedrijven vestigden zich hier. De Vecht was in de scheepvaart een belangrijke schakel tussen Amsterdam en de rivier de Rijn. Bij de Weerdsluis vond je in de 18de en 19de eeuw veel mensen, waaronder vrouwen en kinderen, die zich beschikbaar stelden om de schepen met menskracht door de Utrechtse singels en grachten te trekken, dit omdat de stad binnen haar muren het gebruik van trekpaarden verboden had.

img_9229

We moeten even wachten, want er wordt geschut, maar dan kunnen we via de sluisbrug naar de overkant en slaan rechtsaf en komen bij de Weerdbrug uit 1862

img_9234    img_9232.

Tot 1833 stond hier de Weerdpoort , daarna de Zandbrug, met in het westelijk bruggenhoofd een betonnen kazemat, door de Duitsers gebouwd om de toegang tot de Oudegracht te bewaken. Op de Zandbrug staat het bronsgroene beeld van Trijn van Leemput, een bierbrouwster.

img_9238   532px-trijn_van_leemput_1650

 

Trijn van Leemput (ca. 1530 - Utrecht1607) was een Utrechtse verzetsheldin aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Volgens de overlevering zou ze op 2 mei 1577 na het beleg van Vredenburg een grote groep vrouwen hebben verzameld en zijn opgetrokken naar het kasteel Vredenburg, waar ze het signaal gaf om het kasteel te slopen

Op Oudegracht 17 staat haar huis,  ’Die Vergulde Craen ‘geheten. De huidige gevels is 17e eeuws. De gevelsteen verwijst naar de bierbrouwerij uit de tijd van Trijn en de eeuw erna.

img_9240

Op nr. 53-55 de huizen Groot en Klein Cranesteijn, tezamen vroeg 14e eeuws van oorsprong. Gerrit Rietveld had hier zijn kantoor. Van 1580 tot 1740 was het een brouwerij.

img_9242

 Iets verderop ligt de (gesloten) Sint Augustinuskerk, in 1840 ontworpen door K.G.Zocher, in de zgn. Waterstaatsstijl. We steken de Lange Viestraat over en zijn weer bij het begin van deze wandeling, bij Oudaen. 

 

 

 

Paradijspad – klompenpad bij Barneveld

Op 29 september in het coronajaar 2020 vertrok ik welgemoed naar even buiten Barneveld, dichtbij Achterveld. Ik parkeerde mijn auto op het terrein voor een boerenwinkel, die op het middaguur open zou gaan. 

img_9170   img_9165

Een prachtige wandeling lag voor me, zo bleek. Eerst door weilanden, één vol nieuwsgierige koeien. Koeien zijn nieuwsgierig en daarom is het toch altijd oppassen geblazen. Als ze zich opdringen kun je letterlijk in de verdrukking komen, met eventuele dodelijke afloop. Ik dacht dat echt en was op mijn hoede. Ik hou van koeien, maar niet te dichtbij en met te veel. Ongeschonden kwam ik op ander terrein. Langs een hek die aangaf dat ik te maken had met  Landgoed Het Paradijs. De Barnevelders noemden dit gebied zo en terecht. Prachtige, krachtige bossen. Stoere bomen, oud akkerland, weelderige groene weilanden, de Barneveldse Beek en kleinere stroompjes met soms een piepklein watervalletje.  Ik tref een groepje oudere gehandicapten onder begeleiding, die stil genieten van de prachtige omgeving. De greppels door, slingerende paadjes dor bos.

img_9153   img_9154

img_9155  img_9156

img_9157

Langs oude boerenhofsteden, de schrille roep van een buizerd, het bidden van torenvalken, boomklevers, zwartkoppen die volop zingen, staartmezen, roodborstjes. En houtduiven genoeg die koeren.

img_9160  img_9161

img_9162  img_9163

Ik keer terug langs dezelfde route, neem een pauze op een bankje met zicht op een mals weiland en ga zitten op mijn windjack. Een laatste broodje, een laatste paar slokken water.

img_9164   img_9166

img_9167   img_9168

img_9169

Terug naar de boerenwinkel over de Barneveldse Beek en een paar kilometer lange weg , eerst onverhard en dan verhard tussen bomen. dan realiseer ik me mn windjack te hebben laten liggen. Ik besluit door te lopen, de auto te pakken en dan zover mogelijk terug te rijden en dan maar hopen dat de jack er nog ligt. Als ik over de weg terug rijd, zie ik een stel lopen, van wie ik de man meen te herkennen als een goede vriend van mijn goede vriend Rob. Ik rijd zover als ik kan, tot bij de Barneveldse Beek en haast me dieper het gebied binnen. Daar is het bankje en daar ligt mijn windjack nog. grote opluchting! Paradijselijk gebied, zeker. Als ik bij de auto terug ben zie ik dat het inderdaad een goede vriend van Rob is, Ton, ADO-fan en goed katholiek. Hij wandelt dit pad vaker, met een goede vriendin. Nu dus weer. Ik rijd terug naar de boerenwinkel,  inmiddels open en koop eieren, hangop en kaas. Ik bel Rob om over de ontmoeting met Ton te vertellen, maar ook om iets als te spreken over de redactie van mijn column voor het Ned. Dagblad, die ik na ik denk de andere dag moet inleveren. Rob neemt niet op.

Ik ga rijden, onderweg gaat mijn mobiel. Ik denk dat is Rob. Thuis gekomen check mijn mailbox, waarin een alarmerend bericht dat ze op mijn column zitten te wachten. Ik bel de eindredacteur: in verband met de grotere weekendbijlage moet ik voortaan de column uiterlijk dinsdag inleveren. Zonder Rob fatsoeneer ik hem verzendklaar. Intussen had ik gezien dat broer Cees mij had gebeld. Die bel ik nadat ik klaar was met mijn schrijven en dan komt de mokerslag. Terwijl ik heerlijk wandelde in het Paradijs, belandde mijn zes jaar jongere broer Eric in de hel bij het mountainbiken. Hij verloor de macht over het stuur, kwam fataal voor lijf en leden op nek en rug terecht en belandde met een hoge dwarslaesie in het AMC. Uiteindelijk bleek het perspectief zo inktzwart dat hij moedig besloot tot een levenseinde. Nu ik dit tik is hij inmiddels overleden en wordt hij vrijdag 30 oktober begraven. 

 

Utrecht binnen de singels 1

In de wandelgids ‘Wandelen binnen de singels van Utrecht’ van Kees Volkers bevinden zich zes wandelingen. De eerste betreft de oorsprong van de stad. En heb ik solo gelopen op 22 oktober in het coronajaar 2020 en 23 dagen het fatale ongeluk van mijn geliefde broer Eric tijdens het mountainbiken.

Utrecht is een zeer oude stad, begonnen met het fort aan de noordgrens van het Romeinse Rijk in het splitsingsgebied van Rijn en Vecht, Trajectum geheten. Keizer Claudius bepaalt die grens in 47 na Chr. Over ruim 25 jaar zal Utrecht 2000 jaar oud zijn. Onder Willibrord wordt Utrecht een voorpost voor de bekering van de Friezen.. Het ligt in het grensgebied van de reeds christelijk geworden Franken en de nog heidense Friezen. Willibrord bouwt de St.Maartenskerk en de St. Salvator. Na de overwinning van Karel Martel op de Friezen bij Dorestad kan Utrecht zich geleidelijk ontwikkelen tot een machtscentrum, niet alleen kerkelijk, maar ook wereldlijk. In de 11e eeuw bereikt die macht haar hoogtepunt, met de bouw van het bisschoppelijk paleis Lopen, de St.Pieter, de St.Jan, de Paulusabdij en de St.Marie, waarmee het Utrechtse ‘kerkenkruis’ gestalte krijgt. Dit Middeleeuwse Utrecht stempelt de stad nog steeds.

1c125035-e87b-401a-9f88-ca19d8c574a6    img_9319                                            kaartje binnenstad                                tekst C.S. Crone op weg naar Vismarkt                                                kort ervoor ontmoet ik Jos van Veldhoven met gezelschap.

De wandeling start op de Vismarkt, langs de Oude Gracht is zo’n 100 meter lang. Op de brug met nog een enkele visbank en een afslaghuisje  (replica) werd gedurende 800 jaar vis verhandeld. Er naast lag de zoutmarkt. Om de vis goed te houden was/is zout onontbeerlijk. Het is de oudste markt aan de voet van de oude burcht Trecht en rondom de handelswijk Stathe. Het pleintje -eigenlijk ook een brug , wordt ook de Kalisbrug genoemd. Op het pleintje een beeld van visvrouw van Theo van de Vathorst, uit 1976, geschonken door Vroom en Dreesmann.  Jan Engelman werd op de Vismarkt geboren. Een deel van een essay van zijn hand is gegraveerd in een tegel op de markt. Tussen de nrs 17 en 18 ligt een poort, met een boog, waarop te lezen valt dat hier het  paleis Lofen heeft gestaan. In het plaveisel een plaquette ter herinnering aan het verlenen van stadsrechten in 1122.

532px-vismarkt_utrecht   img_9321

img_9322  img_9323

Ik loop richting Maartensbrug , de vroegere Burchtbrug en sla links de Servetstraat in. Onbekend is waarom deze oude verbindingsweg tussen het wereldlijke en geestelijke deel van de stad zo heet. In de 13e eeuw bevond zich hier al een apotheek. De drukker jan van Doesburgh had er zijn zaak. Nu kun je terecht bij Boekhandel Steven Sterk. Ik kan de verleiding niet weer staan en schaf me werken van Hans Fallada en Alan Hollinghurst aan. In de aanbieding, dat wel. 

Vanaf de middeleeuwen lag aan de Servetstraat het paleis van de bisschop. Aan de andere zijde van de weg lag vanaf circa het jaar 1040 het keizerlijk paleis Lofen. Tussen 1570 en 1670 is de straat verbreed. Vanaf het eind van de 19e eeuw tot 1938 reden er trams door de Servetstraat (tramlijn 2). In 2008 zijn de contouren van het hier gelegen Romeinse fort Traiectum in de bestrating zichtbaar gemaakt door een metalen rand. (Wikipedia)

Dicht tegen de Domtoren (ruim 112 meter hoog)  aan ligt rechts de ingang naar Flora’s Hof. In 1803 kocht de bekende tuinarchitect Hendrik van Lunteren (1780-1848) een stuk grond van het gesloopte bisschoppelijke paleis en begon er kwekerij Flora’s Hof. Het is nu heerlijk zitten, met rondom zicht op zandstenen reliëfs uit het leven van St.Maarten, afkomstig uit de pandhof van de Dom.

img_9326  img_9327

img_9331  img_9332

Voor de toren linksaf het Domplein op, met op nr. 16 restaurant Walden, waarin de kelderzaal de muur laat zien van het oude Romeinse castellum en de zuilen van het 11e eeuwse keizerlijk paleis Lofen en de wanden opgetrokken zijn uit kloostermoppen van 13e eeuwse huizen die bij de Domkerk hoorden. Helaas kan ik i.v.m de coronamaatregelen dit restaurant niet bezoeken. Het Domplein is ontstaan na de sloop van de Oud Munster of St.Salvator in 1587. In 1674 stortte na een storm het middenschip van de Dom in. De puinhopen bleven liggen tot 1826. Bij het ruimen van de ruïne werd ook maar de Heilige Kruiskapel gesloopt die nog op het plein stond.                                             Op Domplein 4 kan men kaarten kopen voor Ondergronds Domplein. Kopen? Nee afhalen, want (corona!) tickets moeten digitaal gereserveerd worden.

utrecht_dom_church  img_9334

img_9336

Ik ga de Domkerk in, waar ik ooit nog preekte, met Willem Barnard onder mijn gehoor en waar ik lid was van de vermaarde Domcantorij o.l.v. de legendarische Maarten Kooy. Zijn zoon Peter was ook lid en ontwikkelde zich tot een der beste bassen binnen de barokwereld. Ds. Hans van der Werf was destijds een inspirerende voorganger, die echter getroffen werd door kanker en het leven moest laten, achter in de vijftig. 

Op dit oudste stuk Utrecht stonden in de Middeleeuwen drie kerken, de St.Maarten oftewel Dom, de St. Salavator en de Heilige Kruiskapel. Daarvan is de Dom dus over, dagwil zeggen het koor en het dwarsschip en de toren. Geert Grote was kanunnik bij de Dom en Erasmus is er tot priester gewijd. De vader van Janine Jansen en schoonzoon van Maarten Kooy bespeelde jaren lang het orgel van de Dom als opvolger van Stoffel van Viegen. Ik bezoek het winkeltje en schaf wat werkjes aan.

De route voert door het kloosterhof, maar de doorgang is dicht . Een rondje kan gelopen worden. Ik ken dit pandhof goed en laat het dus liggen en loop om de Dom heen. Vermeldenswaard is nog het rijk versierde Academiegebouw uit eind 19e eeuw. Een ontwerp van E. Gugel in de stijl van de Hollandse renaissance. De aula is de voormalige 15e eeuwse kapittelzaal van de Domkerk. Het is de zaal waarin in 1579 de Unie van Utrecht gesloten werd. Vandaar ook het standbeeld van Jan van Nassau op het plein. In het Academiegebouw volgde ik twee jaar lang (1970-1972) colleges Latijn en Grieks van dr. Weiland als voorbereiding voor de theologiestudie. En ik liet me inschrijven in het kerkelijk register bij prof. dr. Van Ruler, snel daarna helaas overleden. Deze inschrijving met de intentie dus om predikant te worden voorkwam een oproep voor militaire dienst.

img_9339   img_9340

img_9341   img_9353                                                     4 plaatjes van Achter de Dom, met standbeeld voor Francois Villon

Om de Dom heen kom ik op Achter de Dom en vandaar op een vijfsprong : de Pausdam. Het opvallendste pand is Paushuize, in opdracht van kardinaal Adriaan Florisz Boeijens in 1517 gebouwd. Begin 1522 werd hij tot paus gekozen, kwam pas in augustus van dat jaar in Rome aan en stierf een jaar later onder verdachte omstandigheden. Deze enige Nederlandse paus werd in utrecht geboren als zoon van een timmerman. Hij was pastoor van Goedereede, waar hij waarschijnlijk nooit woonde en hij was adviseur van keizer Karel V. Enfin, ik sla scherp links af en loop door de voorname Achter St.Pieter , waarvan de huizen vrijwel allemaal gebouwd zijn op middeleeuwse voorgangers. rechtsaf naar het Pieterskerkhof. 

532px-paushuize-utrecht   img_9358                        Paushuize met standbeeld. van paus Adr.VI

De Pieterskerk is een van de oudste kerken van de Nederlandse stad Utrecht. In 1039 werd begonnen met de bouw ervan en op 1 mei 1048 werd de Pieterskerk door bisschop Bernold ingewijd, hoewel de – niet meer bestaande - westtorenswaarschijnlijk pas een eeuw later gereed kwamen. De kerk vormde de oostpunt van het Utrechtse “Kerkenkruis“, waarvan de Domkerk het middelpunt was (al zijn van een vooropgezet plan voor dit kerkenkruis geen schriftelijke bronnen gevonden). Karakteristiek voor deze romaanse kerk zijn de grote zuilen in het schip, gehouwen uit één stuk rode zandsteen, en de crypte onder het koor. Tegenwoordig is de Pieterskerk in gebruik als Waalse Kerk. (Wikipedia)

De Pieterskerk was een kapittelkerk, hetgeen betekent dat deze niet bedoeld was voor gewone burgers, zoals de parochiekerken (bijvoorbeeld de Buurkerk), maar voor een gemeenschap van kanunniken, die in een afgesloten, opzichzelfstaande enclave woonden waar de wereldlijke overheid niets in te brengen had. Het gehele Pieterskerkhof maakte deel uit van deze immuniteit, die werd omgeven door de Kromme Nieuwegracht. Aan de westzijde grensde de immuniteit van Sint-Pieter aan die van Oudmunster (Sint-Salvatorkerk) en de grens kende een sloot ter hoogte van Achter Sint Pieter. Er waren in Utrecht vijf kapittels; zij waren verbonden aan de Dom, de Pieterskerk, de Janskerk, de Sint-Salvatorkerk en de Mariakerk (de laatste twee zijn verdwenen). Aan het kapittel van de Pieterskerk waren dertig kanunniken verbonden.

In 1076 was de Pieterskerk een moment het toneel van wereldpolitiek, met een slechte afloop. Tijdens de Investituurstrijdhad paus Gregorius VII koning Hendrik IV in de ban gedaan. Het bericht bereikte de koning toen hij op bezoek was in Utrecht om het paasfeest te vieren. Op diens verzoek sprak bisschop Willem voor het altaar van de Pieterskerk de banvloek uit over de paus. Nog dezelfde avond sloeg als een godsoordeel de bliksem in de kerk, waarop een brand uitbrak die de kerk beschadigde. Ook in 1148 en 1279 werd de Pieterskerk door brand geteisterd. (Wikipedia)

img_9361   img_9362

Ik rond de kerk, helaas gesloten, loop weer terug en sla rechts af het vervolg van Achter St.Pieter in. Op nr. 8 ligt daar het fraaie herenhuis De Krakeling uit 1663, gebouwd door jonkheer Everard Meyster, die in de zelfde periode het lustoord Oog en Al liet aanleggen. Meyster liet Amersfoortse burgers een zwerfkei verslepen vanaf de Amersfoortse berg naar de stad en beloonde hen daarvoor met bier en krakelingen. Vandaar de naam van het pand en de hier gelegen Keistraat. 

img_9363  Krakeling

Ik steek de Domstraat over naar Oudkerkhof, met op nr.27 een winkelpui van Gerrit Rietveld, uit 1919. Op nr. 15 een pui van zijn hand uit 1924. Rechtsaf de Korte Minrebroederstraat, achter het stadhuis langs en dan rechtsaf de Minrebroedersstraat in. Op nr. 11 ligt daar het Schiller Theater Place Royale. Waar nu de verderop gelegen Willibrorduskerk ligt bevond zich het 17e eeuwse logement Place Royale. In het huidige theater bevond zich de balzaal van dat voorname logement.In 1766 oefende de jonge Mozart er, die logeerde in het buurpand. Het Schillertheater is hier sinds 1971. De Utrechtse cabaretiers Herman Berkien en Tineke Schouten maakten hier furore.   Tegenover de Wilibrorduskerk ligt Broekmans en Van Poppel. Ik laat me verleiden tot de aanschaf van een werk van Alfred Dürr over Bachs Johannes Passion en een werkje van Wim Faas over Bachs Italiaanse invloeden. In de straat was in mijn studietijd de vermaarde wetenschappelijke boekhandel Wristers te vinden. Later overgenomen door Broese Kemink.

img_9366 zicht op Janskerk vanaf Bijleveld

 

Ik sla linksaf, laat me niet verleiden tot een bezoek aan de ook vermaarde en zeer goede en oude boekhandel Bijleveld. Sla linksaf en sta even stil voor het gebouw van de HKU, waar ik ooit in het eerste jaar voordrachtslessen kreeg van Wanda Reumer. Ik raak in een aangenaam gesprek met twee alleraardigste jonge getinte medelanders, die bijkletsen bij hun prachtige glanzende motoren.                                                                               Voor het gebouw een standbeeld van de beroemde Utrechtse oogarts Donders. Het gebouw ernaast  is het voormalige Franciscaner (Minrebroeders) klooster uit 1246. Na de reformatie werd dit gebruikt door de Staten van Utrecht. De poort werd in 1643 eraan toegevoegd. De oude Statenzaal is thans kantine. Het gebouw is sinds 1816 in gebruik bij de Universiteit van Utrecht. 

img_9368  img_9370 St. Maarten             Janskerk                                     HKU gebouw (2 voor 12!)

img_9371  img_9374                                   FC Donders                                                                toegangspoort oude Statenzaal

 

Ik loop een rond je over het Janskerkhof met het standbeeldje van Anne Frank. De kerk zelf is dicht, maar is me goed bekend uit mijn studententijd.

img_9372 img_9375                          Janskerk en Anne Frank

Tot 1580 behoorde de kerk met de omringende immuniteit toe aan het kapittel van Sint-Jan. Na de Reformatie werd het koor ingericht als stadsbibliotheek (de voorloper van de universiteitsbibliotheek), terwijl de Waalse en Engelse gemeenten in de rest van het gebouw kerkten. In 1656 werd de Janskerk in gebruik genomen als Nederduits Gereformeerde kerk, hoewel de bibliotheek van de Utrechtse universiteit nog tot 1821 in het koor gehuisvest bleef. Kort na de Franse tijd aan het begin van de 19e eeuw deed de kerk tijdelijk dienst als kazerne voor Russische en Pruisische soldaten.

De Janskerk speelde een belangrijke rol in de Oecumene. Vanaf 1958 werden hier wekelijks op woensdagmiddag diensten gehouden waaraan alle protestantse kerken deelnamen. Deze werden bezocht onder anderen door de latere predikant Nico ter Lindenkoningin Juliana en prinses Irene. Er wordt tegenwoordig iedere zondag om 11:00 uur een oecumenische dienst gehouden door de EUG Oekumenische Studentengemeente.

 

 Aan de noordzijde van het Janskerkhof komt de Boothstraat uit, genoemd naar de 17e eeuwse arts en burgemeester Cornelis Booth, die het pand op nr. 6 kocht, een van oorsprong claustraal huis behorend bij de St.Jan. Van 1854 tot 1903 woonde hier de dichter-predikant en hoogleraar Nicolaas Beets. Vanaf 1962 is in het in gebruik bij de universiteit.

gebouw_nicolaasbeetshuis_600x400  Waar Beets woonde

De op 26 februari 1816 opgerichte sociëteit PhRM, dat staat voor Placet hic Requiescere Musis (vertaald: het behaagt de Muzen hier te rusten) en waarvan het huidige onderkomen in 1898 ontworpen is door de architect Zinsmeister, zetelt aan het Janskerkhof dat centraal gelegen is in Utrecht. De architectuur en uitvoering en aankleding van het gebouw is een goed voorbeeld van de destijds zeer populaire Jugendstil. Mede vanwege de karakteristieke gele kleur van de gebruikte bakstenen wordt het gebouw ook wel het ‘Geel Kasteel’ genoemd. Daarvoor hield PhRM eerst sociëteit in het koffiehuis in de voet van de Domtoren en daarna aan het Munsterkerkhof, het huidige Domplein. Sinds 1970 exploiteert het USC de discotheek Woolloomooloo in de tuin achter de sociëteit. Daarvan is een gedeelte gelegen in de bunker die de Duitsers daar in de Tweede Wereldoorlog plaatsten, toen zij de sociëteit hadden gevorderd om het als hun Utrechtse hoofdkwartier te gebruiken. (Wikipedia)

utrechtusc

Ik passeer het voormalige kantongerecht, een pand uit 1648, met een 18e eeuws interieur en 17e eeuwse kelders. Ik steek de Nobelstraat over , loop de Keistraat in, met op nr. 2 de voormalige herensociëteit De Vriendschap, dat in 1811 zijn intrek nam in dit 17e eeuwse pand, met  een overdadige elfmeter hoge balzaal. In 2018 is dit pand verbouwd tot hotel-restaurant. Ik sla de Kromme Nieuwe Gracht in. Het is een restgeul van de Romeinse Rijn. In de 16e eeuw vestigde zich hier de gegoede burgerij, het geen nog goed te zien is. Op nr. 80 treffen we een pand uit 1686, in 1935 door Sybold van Ravesteyn verbouwd tot kantoor voor Tiel/Utrecht Verzekeringen.  In de entreehal bevindt zich een koperen fietsklem, bestemd voor het rijwiel van de president van de verzekeringsmaatschappij. Op nr. 43bevindt zich een voormalige burgemeesterswoning dat in 1970 leeg kwam te staan en werd gekraakt. En toen de naam  Truttige Tuyl kreeg. In de middeleeuwen was het een claustraal huis van de St.Pieter. Ik kom weer uit op de Pausdam, met vol zicht op Societeit Sic Semper, een neo-gotisch gebouw, in 1890 ontworpen door P.J.Houtzager. voor de in 175 opgerichte Oranjegezinde sociëteit. Het is thans een appartementengebouw. 

img_9379   img_9381                        Kromme Nieuwe Gracht  ——           Truttige Tuyl

img_9356 Pausdam met Sociëteit

De route gaat nog wat verder, maar koude regen en vermoeidheid dwingen mij tot een rechtstreekse gang naar de parkeergarage.

 

 

 

Wandelen rond Austerlitz

Op een zonnige 4 augustus in het coronajaar 2020 waagde ik me weer aan een rondwandeling uit het boekje ‘Wandelen over de Utrechtse Heuvelrug’. Er wordt door de schrijvers 85 procent zandpad-garantie gegeven. En dat klopt ook. Er is geen bewegwijzering , je moet het hebben van de beschrijving en die kan is mij gebleken preciezer, waardoor ik regelmatig ‘verkeerd’ liep. In deze tijd komt daar nog eens bij, dat omsloten gebieden, zoals landgoederen vanwege corona afgesloten zijn. Dat bleek op deze tocht van 17 km ook het geval. Daardoor was ik gedwongen om te lopen. Omdat ik de Pyramide al kende, heb ik het gedeelte van de tocht dat daar naar toe liep en vandaar weer terugvoerde gelaten voor wat het was. 

De geschiedenis van Austerlitz gaat terug tot 1804, toen Auguste de Marmont, generaal van Napoleon Bonaparte, de helft van zijn troepen hier liet samenkomen, zo’n 18.000 manschappen, in wat toen het Kamp van Utrecht genoemd werd. Een aantal handelaren streek bij het legerkamp neer om met de soldaten handel te drijven. De Marmont werd later weggeroepen naar oorlogen elders, maar de handelaren bleven, en hun nederzetting was het begin van het dorp Austerlitz.

Austerlitz is vooral bekend door de Pyramide, een bouwwerk dat in opdracht van De Marmont werd gebouwd door zijn soldaten. Deze staat echter op Woudenbergs grondgebied.

Nadat Napoleon op 2 december 1805 de zogenaamde Driekeizersslag bij Austerlitz (het huidige Slavkov u Brna) in Moraviëhad gewonnen, besloot zijn broer Lodewijk Napoleon Bonaparte, (die een jaar later Koning van Holland zou worden), de nederzetting en de pyramide de naam Austerlitz te geven.

Hoewel Lodewijk Bonaparte er in 1806 een stad van wilde maken onder meer door het stadsrechten te verlenen, is daar niet veel van gekomen en werd het per 1 januari 1812 door Napoleon ingelijfd bij Zeist. Bron Wikipedia)

De route start op het Dorpsplein. De Gramserweg in, rechts af de Waterlooweg en dan direct een bospad in, het eerste stuk met links achter een hek campers die er staan te vergaan. Het bos dat volgt heet Bornia en de aanwijzingen zijn hier niet echt helder, vooral in het aangeven van het aantal meters  zijn de heren samenstellers niet precies. 

img_8671   img_8672

img_8673   img_8674

Bornia is onderdeel van een natuurgebied dat uit drie delen bestaat; Heidestein, Bornia en Noordhout, die respectievelijk van west naar oost gelegen zijn. Samen vormt dit een gebied van 642 ha, het grootste aaneengesloten gebied van het Utrechts Landschap waarvan bornia met 289 ha de grootste is. Bornia ligt tussen ZeistAusterlitz en Driebergen-Rijsenburgin de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De A12 vormt de zuidelijke grens voor het natuurgebied. Bornia wordt voornamelijk bedekt door bossen en heide. Kenmerkend voor het gebied zijn de stuifzanden.[1

Bornia heeft haar naam te danken aan het landhuis dat hier in 1870 op de fundamenten van een 17e-eeuwse boerderij werd gebouwd[2]. Het huis werd Bornia genoemd, hetgeen in het fries grensgebied betekent, een toepasselijke naam aangezien het gebied een deel van de grens vormt tussen gemeenten Zeist en Driebergen-Rijsenburg.

Het gebied Bornia maakte vroeger, samen met de natuurgebieden Heidestein en Noordhout, deel uit van het gebied ‘De Amersvoorder Bergen’. Op een topografische kaart van 1830-1850 is te zien dat het noorden van Bornia uit heide bestond en het zuiden meer bebost was. Verder waren er grote kale zandgronden te vinden.

Toen in 1873 de Utrechtse advocaat Uyterwerff Sterling eigenaar werd van Bornia begon de bebossing van de kale zandgronden. In 1908 werd Bornia verkocht aan de familie Thurkow-Dorrepaal, die het gebied uitbreiden met zo’n 500 ha. In deze periode werden er meerdere gebouwen geplaatst op het gebied. Zo was er een asperge -en varkensbedrijf, een tropische kas en een wintertuin. Verder werd er een smalbaan spoor aangelegd die een zandwinning verbond met een kalkzandsteenfabriek. Tegenwoordig zijn er van deze smalbaan spoor slechts restanten van vier perronnetjes overgebleven op Bornia.

In 1922 wordt het landgoed in drieën gesplitst, na het overlijden van het echtpaar Thurkow-Dorrepaal. Twee delen worden verkocht en het derde deel blijft in de familie, doordat dochter mevr. J.S. Clifford Kocq van Breugel-Thurkow het huis Bornia gaat bewonen. Zij koopt er 50 ha grond bij, waardoor het totale overgebleven oppervlakte van het landgoed Bornia 330 ha bedraagt. In 1925 wordt er op het landgoed een zwembad gegraven, een Chinese tempel aangelegd een uitkijktoren gebouwd en een pinetum aangelegd. Dit pinetum is tot de dag van vandaag nog aanwezig, maar deels vervallen en niet zeer soortenrijk.

In de Tweede Wereldoorlog zijn grote delen van het bos gerooid. Hierdoor bestond na de Tweede Wereldoorlog grote delen van Bornia weer uit zand en heide. Verder zijn ook de tropische kassen, de wintertuin en het huisarchief vernietigd.

In 1982 wordt een deel van het landgoed, ten noorden van de Arnhemse Bovenweg door de toenmalige eigenaars Jhr. W.F. Clifford Kocq van Breugel en zus Jkvr. W.G.L. Pippet-Clifford Kocq van Breugel aan het Utrechts Landschap gegeven. Dit gebied bedraagde 301 ha en is sindsdien open voor het publiek.[3] (Bron Wikipedia)

Het bos is verblijfplaats van diverse roofvogels, zoals buizerd, havik, sperwer, wespendief en boomvalk. Diverse spechtensoorten, waaronder zelfs de kleine bonte specht, vele mezensoorten, boomklevers. Helaas ik heb ze niet mogen waarnemen. En aangekomen bij het heidegedeelte, mocht ik het gebied niet in, wat volgens de route wel zou moeten.        Dit Groot Heidestein herbergt een fokstation voor het Drentse heideschaap. In de Middeleeuwen was het hoofdzakelijk bosgebied, met wat akkers waarop gerst, rogge, boekweit en haver werd verbouwd. Gaandeweg werd het bos weggekapt en ontstonden heide en zandverstuivingen. 

532px-foto_bornia_windcorridor  windcorridor Bornia

Vanaf 1894 kocht baron Taets van Amerongen van Woudenberg grote stukken heide die eerder bij Bornia behoorden en liet daarop in 1903 een grote villa bouwen. De volgende eigenaar, F.J.H. De Wetstein Pfister breidde het landgoed verder uit tot ruim 150 ha., voornamelijk voor bosaanleg. In 1974 schonk mevrouw De Wetstein Pfister het gebied aan het Utrechts Landschap. In 1982 kocht het Utrechts Landschap 301 hectare waardoor de landgoederen Heidestein, Bornia en Noordhout konden worden samengevoegd.

De familie De Wetstein Pfister was in 1906 uit het toenmalige Nederlands Indië teruggekomen naar Nederland, omdat een van de dochters aan astma leed. De jongste dochter van De Wetstein Pfister, die op Klein Heidestein woonde, was gehuwd met de Utrechtse arts dr. C. J. C. van Hoogenhuyze. Dokter van Hoogenhuyze wijdde zich vooral aan astmabestrijding. Vandaar dat op Groot Heidestein vanaf 1963 regelmatig zomerkampen voor astmapatiënten gehouden worden. De Stichting “Het Dr. C.J.C. van Hoogenhuyze Fonds” heeft sinds 1973 de voormalige droogschuur en bijbehorende grond in gebruik als astmatrainingscentrum. (Wikipedia)

Ik zie dus niets van dat alles en loop op de kaart en op mijn richtinggevoel naar een punt waar ik de eigenlijke route weer kan lopen. Ik kom bij de spoorlijn uit, kan daar rechts over de Arnhemse Bovenweg en kom langs de ingang van bovengenoemd astmacentrum en dus weer op de route. De route maakt een ommetje door landgoed De Breul.

De naam Breul komt van bruul, “afgepaald gebied”.

Het landgoed werd reeds in 1413 vermeld. Johan, heer van Egmond en IJsselstein beleende toen deze ambachtsheerlijkheid aan Willem, zijn bastaardbroer.

In 1832 kocht de Utrechtse bankier Jan Kol het landgoed. Hij liet het park met de vijver aanleggen in Engelse landschapsstijl, waarschijnlijk naar een ontwerp van J.D. Zocher jr.. De voor de vijver weggegraven aarde werd gebruikt om heuvels in het park aan te leggen.

Het huidige aanzicht van het landhuis dateert uit 1929 en is ontworpen door J.W. Hanrath. Hij breidde het huis uit en restaureerde het geheel. Vanaf 1931 tot aan de capitulatie in mei 1940 woonde hier de bankier Paul May en zijn vrouw Rosine Fuld. Zij pleegden beiden zelfmoord waarna het huis in handen van de bezetter viel.

Tijdens de oorlog werd het landhuis gebruikt door de bezetter; na de oorlog was er het jongensinternaat De Breul gevestigd.

Huidige functie

In 1993 kocht Stichting Het Utrechts Landschap De Breul. Er zijn nu kantoren in het landhuis gevestigd. Het park is vrij toegankelijk; het huis is gesloten voor bezichtiging.

Het landhuis, het park, de brug (ca. 1900), het koetshuis (ca. 1900), de ijskelder (1894?) en de stenen hekpijlers bij de entree zijn elk rijksmonumenten. (Wikipedia)

img_8676   532px-debreul-vijverpartij

Ik steek de Arnhemse Bovenweg weer over en loop strak langs de ellenlange flats van de Zeister wijk Kerckebosch. Ooit woeste grond, behorend bij de RK kerk van Rijssenburg. Ik verlaat de Prinses Margrietlaan en steek het bos diepe in, kom langs een schaapskooi, passeer het sportcentrum van de KNVB, steek de Austerlitzeweg over en de N224, de Zeisterweg en loop over het terrein van de Paasheuvelgroep, met het Lipke Zijlstrahuis

img_8678  unknown    schaapskooi                                                               Lipke Zijstrahuis

Stichting Paasheuvelgroep wil een sympathieke organisatie zijn waarbij we tegengewicht bieden aan de individualisering van de maatschappij. We willen dit doen door via een kampbeleving de sociale interactie en ontwikkeling van het kindte stimuleren, het liefst lekker buiten zonder smartphone of andere “schermen”.

Een mooiere maatschappij
Ons ontstaan gaat terug naar 1922 toen de A.J.C. een stuk grond kocht in Vierhouten om de jeugd van Nederland kennis te laten maken met natuur en cultuur. De overtuiging was destijds al dat de jeugdkampen een grote bijdrage hadden in de ontwikkeling van het kind. Dit werd deels gestuurd door de socialistische achtergrond van de A.J.C. die een mooiere maatschappij voor ogen hadden.

Ontwikkeling van het kind
Sinds dat eerste jeugdkamp in 1922 ontvangen we jeugdgroepen die op onze locaties een “kampbeleving” ervaren. Er is natuurlijk veel veranderd, de accommodaties zijn basic maar natuurlijk wel moderner en er wordt geen sturing meer gegeven aan het programma van de groepen.

Het uitgangspunt is in al die jaren echter gelijk gebleven, de ontwikkeling van het kind (en de groep) via een kampervaring stimuleren. Wij geloven namelijk dat het kamp een snelkookpan is die sterk bijdraagt aan deze ontwikkeling. Wij worden dan ook trots van de blije gezichten die we elke dag weer zien, van de samenwerkingtijdens het kamp en van vriendschappen die ontstaan. Indirect maken we daarmee ook de maatschappij net even wat mooier.

Lipke Zijlstra was een voorbeeldige Paalheuvel-man, die tijdens de oorlog Joodse onderduikers verborgen hield en een Yad Wa Shem-onderscheiding daarvoor ontving. Geboren in 1918 , overleden en begraven in 2000 in Emmeloord. Ik loop nog door aan de Grensweg, de meest noordelijke punt  van de route en ga dan westwaarts, maar waar de lange weg naar de Pyramide begint, buig ik m’n eigen weg zoekend zuidwaarts , steek de N224 over en kom via het Tijmenspad weer in het dorp. 

img_8681   img_8683                        mini obelisk tgv 100 jaar ANWB

img_8686   img_8688                                          aanduiding Napoleons wandelroute    Timenspad

img_8689  muziektent Austerlitz

Hieronder toch de nodige informatie over de Pyramide (Wikipedia)

Op deze centrale plek in Nederland had de Franse generaal Auguste de Marmont in 1804 een legerkamp opgericht (Camp d’Utrecht) waar hij in een paar maanden verschillende bataljons wist samen te smeden tot een groot, goed getraind leger, dat de Britse vijand zou kunnen verslaan bij een eventuele herhaling van de inval van 1799. Tevreden over de militaire kracht van het nieuwe leger, en tegen verveling bij zijn soldaten, liet De Marmont de soldaten in de herfst van 1804 van aarde en graszoden een monument bouwen, geïnspireerd op de piramide van Gizeh die De Marmont in 1798 zelf had gezien tijdens de Egyptische veldtocht van Napoleon. Zelfs het door erosie blootgelegde trapvormige oppervlak werd geïmiteerd. De bouw duurde 27 dagen. De piramideheuvel kreeg een hoogte van 36 meter en op de top kwam een 13 meter hoge houten obelisk. Het geheel kreeg de naam Mont Marmont ofwel Marmontberg.

In de zomer van 1805 vertrok De Marmont met zijn leger naar Zuid-Duitsland en streed mee in de Coalitieoorlog die uitmondde in de Slag bij Austerlitz (het huidige Slavkov u Brna), de slag waarin Napoleon de Russen en Oostenrijkers vernietigend versloeg.

De naam Marmontberg werd in 1806, ondanks protesten van De Marmont, door Lodewijk Napoleon, de nieuwe koning van Holland, veranderd in Pyramide van Austerlitz.[2] Tegelijkertijd hernoemde Lodewijk de handelsnederzetting bij het nabijgelegen legerkamp van Bois-en-Ville tot Austerlitz.

Na zijn vertrek uit Nederland in 1805 had De Marmont de bewaking van het monument en het vruchtgebruik van de nabijgelegen hofstede Henschoten in gebruik gegeven aan drie soldaten, Louis Faivre, Jean Baptiste La Rouche en Barend Philpsz,[3] die tevens de piramide zouden moeten onderhouden. De houten obelisk begon spoedig scheef te zakken, en werd in 1808 afgebroken. In 1816 verkocht De Marmont de piramide met de bijbehorende grond aan de latere burgemeester van Utrecht, Hubert M.A.J. van Asch van Wijk.

532px-081207_nl_pyramide_van_austerlitz

 

Laaksepad – klompenpad rond Hoevelaken

Op een zonnige 5 augustus in het coronajaar 2020 parkeerde ik mijn Nissan Micra op de Hoevelaakse Brink. Daar start het 10 kilometer lange Laaksepad, door een slagenlandschap, een resultaat van systematische ontginningen, begonnen in 1132 op initiatief van de Utrechtse bisschop Andreas. Er ontstaan smalle, lange kavels, van soms anderhalve kilometer , door sloten gescheiden. De tweede golf ontginningen vinden plaats over de eeuwen tussen 1300 en 1800; in de 19e en 20e eeuw vindt de derde ontginning plaats. 

img_8691

Hoevelaken was binnen het Kwartier van de Veluwe een zelfstandig ambt, dat geen deel uitmaakte van het Landdrostambtvan de Veluwe. In de Franse tijd kwam het onder de provincie Utrecht te vallen. Op 1 januari 1812 werd het gebied uitgebreid met Stoutenburg. Op 19 september 1814 ontstond de merkwaardige situatie dat het dorp Hoevelaken onder Gelderland ging vallen,terwijl Stoutenburg bij Utrecht bleef. Hierdoor lag de gemeente dus in twee provincies. Aan deze situatie kwam een eind op 1 januari 1818 toen Stoutenburg weer een zelfstandige gemeente werd. Op 1 januari 2000 werd Hoevelaken bij de gemeente Nijkerk gevoegd.

In 1132 werd een moerasgebied ontgonnen en daar kwam Hoevelaken te liggen. In 1800 gaf Napoleon Bonaparte opdracht om de Dorpsstraat te verharden. Later raakte die in onbruik door een nieuwe autosnelweg die later de A1 werd. In de tweede helft van de 20e eeuw is Hoevelaken snel gegroeid. Dit komt mede door de tv- en radiostudio’s in Hilversum. Na 1950 maakte Hoevelaken een explosieve groei door. in deze periode werden het gemeentehuis (1954), het Groene Kruis-gebouw (1954) en het winkelcentrum De Wiekslag (1967) gebouwd.

(overgenomen van Wikipedia)

Bekende Hoevelakers.

Jan Jacob Antonie Goeverneur, in de Groninger Volksalmanak van 1890 Jan Jacob Anthony genoemd (Hoevelaken14 februari 1809 – Groningen18 maart 1889) was een Nederlandse letterkundigedichter, (kinderboeken)schrijver en vertaler.

Tot zijn bekendste werk behoren zijn kindergedichten, waarvan er later een aantal op muziek zijn gezet. Hiertoe behoren onder meer de kinderliedjes In een groen, groen knollen- knollenlandRoodborstje tikt tegen ‘t raam en Toen onze Mop een Mopje was.

jan_goeverneur

Conny van de Bosch en de theoloog Henk Vreekamp, op 29 febr.2016 in zijn woonplaats Epe dodelijk verongelukt.

Vanaf de Brink volg ik de Kantemarsweg, passeer straten als De Veenslag en Veenslagenweg om rechtsaf het Kerkepad op te lopen. Links de Algemene Begraafplaats Hoevelaken. Achter de begraafplaats langs en rechts af langs  Sportpark Kleinhoven. Ik loop over de Weldammerlaan, de lange zichtas van Huize Weldam, al in de 17e eeuw vermeld. Het bijbehorende landgoed strekte zich uit van de zuidelijke Hoevelakense beek tot de noordelijke de Laak, met een lengte van bijna 3 km. Het Huis/kasteel zelf is in 1936 gesloopt, het is nu villa en park.

img_8692   img_8693                        Toegangshek begraafplaats                                   graf van Hoevelaakse predikant Abbringh

Ik sla linksaf de Veenwal op door weldadig open land en dan bosgebied door, behorend bij kasteel Hoevelaken. Tegen de Nijkerkerstraat kom ik zgn. rabatten tegen. Het zijn in het natte veen opgeworpen lage walletjes met bomen erop. Er tussen greppels voor de waterafvoer. Op die rabatten bomen die voor gebakshout zorgden. Ik steek de Nijkerkerstraat over en maak een ronde door het Overbosch, rond 1840 aangelegd in de Engelse Landschapsstijl, met kronkelpaden, een eilandje, heuveltjes, gevarieerde begroeiing en wat productiehout, zoals de tekst bij dit klompenpad luidt. Het is er heerlijk wandelen, romantisch en zeker als ook een meisje op een fraai paard je tegemoet rijdt.

img_8696 img_8701

img_8703

De Nijkerkerstraat weer over en direct door over de Zichtlaan van Huis Hoevelaken. Twee kilometer tussen beuken, passend bij de geometrische stijl van de 17e eeuw. Tijdens de jacht was goed zicht op overstekend wild. Afwisselend gebied met loofbomen, akkers, weilanden en waterpartijen maken de wandeling aangenaam gevarieerd. Huis Hoevelaken 

img_8704   61ae9129-5c7a-4b83-8a79-1546cf1c7fc3-jpgw370v1575022836

Hoevelaken is een oud landgoed. Ten zuiden van het tegenwoordige huis stond in de 15e eeuw een kasteel.

Dat oorspronkelijke kasteel werd in de 17e eeuw verwoest. Iets noordelijker werd daarna een nieuw huis gebouwd. Op diezelfde plek liet de toenmalige eigenaar in het begin van de 20e eeuw wéér een nieuw huis bouwen, naar ontwerp van architect M.A. van Nieukerken. Dat is het huidige huis Hoevelaken. Het omliggende landgoed werd in 1679 aangelegd, samen met het eerste huis. Het park werd aangelegd rond een lange centrale laan. Deze ‘middenlaan’ vormt nog steeds de spil van het landgoed.

Het huidige kasteel , onder normale omstandigheden te bezoeken, is van 1925. Het eerste was onderdeel van de heerlijkheid Hoevelaken en een leen van de Gelderse hertogen. Ook hier zie je nog goed de ontginningswijze die 800 jaar geleden begon: het landgoed is 2,5 km lang, maar slechts 375 meter breed. Helaas heb ik geen exemplaar gezien, maar de ringslang kan men aantreffen in het natte gedeelte van het kasteelbos.

Ik sla linksaf en kom over een dekzandrug te lopen, het hoogste punt van dit Laaksepad. Er zijn vuurstenen speerpunten gevonden en de rug loopt van Hoevelaken naar Hooglanderveen en is derhalve kilometers lang. Ik kom weer uit bij de Veenwal , vervolg achter het sportpark langs en kom op een kruising met het Kerkepad. Op een driehoekig stukje grond staat een picknicktafel. Maar dat is niet interessant, hooguit nuttig als men de benen wil strekken en een boterham wilt peuzelen. Interessant is de naam van de kruising in de volksmond: Galgenpol. Het was de plek waar in oudere tijden een galg verrees, meer als afschrikking dan in echt gebruik. Ik ga over het Kerkepad, dat van asfaltweg ook echt een pad wordt, in een bocht een uitnodigende bank met een koelkastbakje, waarin een gastenboekje. Het is voor het eerst dat ik dit op een klompenpad aantref. Even rusten, wat eten en een dankwoordje achterlaten.    

img_8713     img_8714                      dekzandrug                                            van bankje met het gastenboek

In een buurtschap wordt uitbundig van iemands vijftigste verjaardag  kond gedaan.

img_8715   img_8717

 

Ik kom op de Laakweg, met een afslag naar Nijkerkerveen, geboorteplaats van Donny van de Beek. Het dorp ontstaat uit de turfwinning ten behoeve van de inwoners van Nijkerk. Tot de 18e eeuw woonde hier niemand, toen kwamen er arme dagloners als seizoenarbeiders uit de Nijkerker omgeving. Zij dorsten, maaiden, hooiden, rooiden de aardappels, maakten de sloten schoon. Geleidelijk vestigden zich er. Het veen werd gestoken en in streken haaks op het riviertje de Laak verdeeld. Zo ontstonden nog smaller kavels als in het Hoevelakerveen. Enfin, ik loop langs de Laak, een smal watertje, dat ooit het water uit de veenontginning afvoerde naar de Zuiderzee. De Laak vormde grens tussen hertogdom Gelre en Het Sticht en is nu de grens nog tussen Utrecht en Gelderland. Ik sla rechts de lange wat saaie Nijkerkerveenweg in, lopend door dat deel van het Hoevelakerveen dat pas ontgonnen is de laatste 150 jaar. Wilgen, populieren en elzen markeren het slagenlandschap. Kleine boerderijen, bewoond door de boerenknechten op de grotere boerenbedrijven. Dan weer rechts en voor de zoveelste keer op de Veenwal, gelegen op een dekzandrug. Net als alle ‘ruggen’ ontstaan in de laatste ijstijd, toen de wind vrij spel had en het tot tot hoogte blies. Daarop kon gebouwd en gelopen worden. De Veenwal is al een eeuwenoud veenpad. Over het Klepperlaantje wandel ik bebouwd Hoevelaken weer binnen, feitelijk waar de oudste ontginning begon.img_8720

 

Oldenallerpad – klompenpad bij Putten/Nijkerk

Op een heerlijke zomerse 6 augustus in het corona-jaar 2020 wandelde ik in gezelschap van vriendin D. uit Huizen een avontuurlijk klompenpad. Avontuurlijk omdat we niet alleen een routeverlenging volgden, maar daarna ook daarvan afweken om op eigen houtje een weg te zoeken over een landgoed, die volgens de aanwijzing in de app weer op de oorspronkelijke route uit zou komen.

We parkeerden de auto op het terrein van De Zoete Inval, een voormalig boerenbedrijf, overgeschakeld naar horeca, maar vanwege de corona nog slechts beschikbaar voor wandelaars en fietsers om zelf een kop koffie of thee te nemen, met een versnapering en het geld daarvoor in een busje te doen. Enfin, wij gingen op pad. Over asfalt , door bosgebied langs een oud heideveld , de Heihoef, met bloeiende zonnedauw, van Natuurmonumenten. Een gedeelte dat ik al kende van het Westerborkpad. De Zoete Inval was toen voor mij een welkom onderkomen vanwege forse regen en de behoefte aan schuilen met koffie. We struinen langs beekjes, sloten, poelen, veelal aangelegd ten behoeve van de kamsalamander.

img_8731   img_8732

img_8733   img_8734

We komen langs de Schaapskooi van Natuurmonumenten. In de kooi werden vroeger heideplaggen gelegd als matras voor de schapen. Zij poepten vrijelijk op hun matras. Het vruchtbare mengsel van plag en poep was welkome voeding voor de schrale akkers. Deze werden geleidelijk steeds hoger en werden engen of essen genoemd.

img_8735   img_8737

img_8738    img_8739

Bij een stokoude boerderij op een schilderachtige plek gingen we op avontuur. Landgoed Hell! Aanvankelijk over een breed pad, maar dat uiteindelijk  doodliep in een weiland. De weg terug vonden we te smadelijk. De gsm wees de weg, maar die voerde wel door een wal van brandnetel en braamstruiken. Heel voorzichtig steeds een paar vierkante centimeter prik-en steekgroen naar beneden trappend kwamen we na een kwartier in een ander weiland. In de verste hoek was daar uit- en ingang. Langs een idyllische boerenhoeve en hondengeblaf kwamen we op een asfaltweg, de Meskampersteeg. 

img_8740   img_8741

img_8742    img_8743

Op een kruispunt met Tintelersteeg rechtsaf. Langs het spoor, het spoor over. Over de Hogesteeg naar de N798, de Nijkerkerstraat. Deze oversteken. Via de Diermenseweg naar kasteel Oldenaller. Mogelijk een ontwerp van Jacob van Campen.

img_8744   img_8745

Van de middeleeuwse bouwfasen van kasteel Oldenaller is weinig bekend. De naam Aller duikt in de 14e eeuw voor het eerst op, als het heerlijk goed Aller. Het huidige bijna vierkante kasteel is in 1655 gebouwd in opdracht van Johan van Wijnbergen. Het huis is geheel opgetrokken uit baksteen, in de stijl van het Hollands classicisme. Het kasteel is van de grond af opgebouwd en heeft vier symmetrische gevels, gelijkvormig van opzet. Centraal in het gebouw is een schoorsteen met uitkijkterras.

In 1848 koopt baron Goltstein het kasteel en hij besluit belangrijke moderniseringen door te voeren. Een ingrijpende verbouwing verandert het classicistische kasteel in een romantisch, witgepleisterd buiten. De karakteristieke middentoren vervangt de monumentale schoorsteenpartij. Ook de strakke, symmetrische parkaanleg verandert in deze jaren in een landschappelijke aanleg met slingerende paden en waterpartijen. Voor deze veranderingen aan huis en park is K.G. Zocher verantwoordelijk.

Mengeling

Jonkheer Boreel van Oldenaller is de laatste adellijke eigenaar. In 1972 komt het hele landgoed Oldenaller naar Natuurmonumenten. Daarmee blijft de eenheid van kasteel en landgoed bewaard. De gehele inboedel van het kasteel komt wel onder de hamer. Bij een restauratie in 1975 verdwijnen de witte pleisterlaag en een aantal 19e-eeuwse versieringen, waardoor het huidige kasteel een interessante mengeling is van beide bouwfasen.

Moestuin en boomgaard

Naast het hoofdgebouw staan op het voorplein twee in aanleg 17e-eeuwse bouwhuizen. Voorbij de brug naar het kasteel liggen de moestuin en de boomgaard. De moestuin is aan twee zijden omzoomd door een tuinschutting. Voor de reconstructie van deze schutting is gebruik gemaakt van historisch fotomateriaal. Tegen deze muur staat nu weer in vorm gesnoeid leifruit.

(Overgenomen van site van Natuurmonumenten)

img_8746    img_8747

Over de Oldenallerallee komen wederom bij de N798 en wel bij het punt waar in oktober 1944 verzetslieden een Duitse auto onder vuur namen, wat tot de gruwelijke wraakactie leidde die het dorp Putten zwaar trof.

img_8748   img_8749

Over de Withagersteeg naar de Broekermolenweg en daar het spoor over naar rechts en even later zijn we weer bij De Zoete Inval. We zijn beiden bekaf, niet zo zeer vanwege het aantal kilometers (12), maar vanwege de die dag al neerdrukkende hitte, die de dagen er na alleen maar heviger zou worden en ons land een week in haar greep zou houden.

 

Huinerpad – klompenpad in buitengebied van Putten

Op 19  augustus in het corona-jaar 2020 begaf ik me naar de buurtschap Huinen, parkeerde de auto bij de buurtschool en begon aan een 15 km lange tocht over essen, langs akkerranden, overlandgoederen, door weilanden en over eeuwenoude boerenerven.

img_8768   img_8769             verenigingsgebouw   en school (met de Bijbel, uiteraard)

12795409_758743557558920_8828980562735624765_n   goed bevolkte school altijd

Direct aan het begin kwam ik op een smal paadje tussen houtwal en weiland een boer op een fiets tegen. Ik moest de houtwal op. De vriendelijke ontmoeting leidde tot een vrij lang gesprek over het boerenbestaan, over de in mijn ogen verwoestende uitwerking van maisvelden, de boerenprotesten, Carola Schouten als minister en de toekomst van het boerenbedrijf, de alternatieven ervan. De lange vijftiger met echte boerenknuisten en een gezond blozend gezicht was geen radicale activist, maar vond wel dat ook de huidige minister de boeren in de steek liet. Qua verdiensten zijn ze niet veel opgeschoten, met honderd koeien nu verdienen ze net zo veel als met dertig vroeger. De lasten zijn hoog, er is een vracht aan administratie, waardoor loonbedrijven ingeschakeld moeten worden, de banken zijn de baas. mais is nodig als het meest goedkope en praktische krachtvoer en het saaie raaigras voor de noodzakelijke eiwit. Overschakelen op biologisch is niet eenvoudig en een zorgboerderij beginnen of camping lijkt wel leuk, maar helpt je niet uit de financiële zorgen, zeker als je onlangs voor heel veel geleend geld heb moeten investeren in een nieuwe schuur, zoals hij. De familie boert al 500 jaar op zelfde plek, maar wellicht is hij de laatste. Alleen zijn jongste zoon zegt ambitie te hebben hem op te volgen, maar het joch is nog maar elf, dus … En daar ging de openhartige Hervormde boer, wiens zuster nog directrice is geweest van Voor Anke, het Hervormde  bejaardenhuis van mijn dorp.

img_8770   img_8771

Houtwallen zijn kenmerkend voor het landschap van Huizen. De keuterboeren van vroeger werkten met blokvormige kavels akkers en weiden, afgescheiden door houtwallen, ter bescherming tegen wild. Het hout werd gebruikt als gemakshout bij huis en haard.Ik kom over een oud kerkenpad te lopen, waarover de Huiners naar Putten liepen. Huinen heeft nu zelf een eigen kerk. Een PKN kerk, maar van orthodoxe signatuur (Ger. Bond). Vanaf 1929 kerkte men in een verenigingsgebouw naast de school, vanaf 1965 in de Zuiderkerk, die ik tegen het eind van mijn wandeling voorbij wandel.

img_8773   img_8775

img_8776   img_8779

 

Een man repareert een afzetting van een weiland vol mest. Ik vind het niet onaangenaam ruiken. We groeten elkaar en ik vraag hem van welk beest de mest afkomstig is. Van rosé kalveren zegt hij. En zo komt ons gesprek op de wereld van de kalverfokkerij. Kalverboeren, zoals zijn broer, voor wie hij de afzetting gerepareerd, zijn afhankelijk van de voederjongens, waarvan Van Drie de grootste is, die bijvoorbeeld de firma Boeve uit Uddel heeft overgenomen. Van Drie bepaalt, de boer betaalt. Het bewijs wordt direct geleverd: een enorme vrachtwagen van Van Drie komt over het smalle weggetje aanrijden.  Van Drie is ook eigenaar van Struijk, de conservenfabrikant. 

img_8781   img_8788

img_8789   img_8790

Mijn wandeling speelt zich af niet ver van de buurtschappen Halvinkhuizen en Krachtighuizen. Huinen zelf is eeuwenoud. Er zijn graven gevonden uit de 8e en 9e eeuw. De naam is afgeleid van hun(e), veelkleurig, bruin.

img_8791   30 Hervormde Gemeente Putten - Zuiderkerk - orgel (De Koff)           Zuiderkerk van Huinen   en orgel

Mijn wandeling eindigt  op het erf van de boer die ik sprak, Van de Kamp geheten, naar de boerderij. Al 500 jaar staat er een boerderij met die naam en een boert er een familie met dezelfde naam. 

img_8792   img_8793              boerderij van de Kamp                                            koekenpanverzameling

img_8795   img_8794             van boerderij naar school

 

Norderpad – klompenpad bij Putten

Op 22 september van het corona-jaar 2020 liep ik 12 km vanuit het centrum van Putten door fraai buitengebied richting Veluwemeer en zuidelijk van Ermelo. Dit Norderpad start bij de Oude Kerk van Putten. Reeds in de 10e eeuw is er een melding van een kerk op die plek, een eenvoudig bouwwerk  van hout en leem. Begin 11e eeuw ontstaat een kerk van steen, waarvan nog restanten in de toren te zien zijn. De kerk is van ouds gewijd aan één van de IJsheiligen, Pancratius. De traditie wil dat op 12 mei 304 een 14 jarige Phrygische jongen na weigering om het chr.geloof af te zweren gemarteld werd in Rome. Hij is een van de oorspronkelijk vier IJsheiligen: Mamertus (11 mei), Servatius (13 mei) en Bonifatius (14 mei). Servatius is die van Maastricht en Bonifatius die niet van Dokkum. De IJsheiligen zijn ‘strenge heren’ die staan voor het meteorologisch  volksweten van de overgang van weer met nog evt. nachtvorst naar een periode met meest zonder de nachtelijke kou. Tegen de oostmuur van de kerk bevindt zich een steen die herinnert aan het Puttense oorlogsdrama van begin oktober 1944. Als vergelding voor een gewelddadige verzetsdaad werd het dorp gebrandschat, vrouwen opgesloten in de kerk, mannen en jongens in de school en de eierhal achter de kerk en tenslotte werd meer dan 650 mannen vanuit de kerk afgevoerd naar Kamp Amersfoort en vandaar naar Neuengamme. Slechts 48 mannen keerden terug. Op 22 augustus 2013 overleed de laatste overlevende van de Razzia. De dorpspomp op het pleintje voorzag in oude tijden in drink- en bluswater.

img_9127    img_9129

san_pancrazio_guercino_1616  Pancrazius         war_monument_church_putten

Ik wandel de Papiermakerstraat in en sla rechtsaf naar de Brinkstraat bij het politiebureau. Vroeger begonnen daar de akkers. En wat nu parkeerplaats is stond de Kelnarij, waar vanuit de kloosterbezittingen werden beheerd, zoals boerderijen. Die beheerder heette ‘cellerarius’ oftewel cellenaar. Vandaar Kelnarij. De pacht, grotendeels in natura als gedeelte van de oogstend hier verzameld en met paard en wagen naar kloosters in het huidige Duitsland vervoerd. Napoleon maakte een eind aan dit systeem.De staat confisqueerde de bezittingen en verkocht het door aan grootgrondbezitters. Zij hielden grote delen van wat tot het buurtschap Norden behoorde in takt, tot op de dag van vandaag.

img_9131    img_9132

img_9133   img_9134

Ik kom aan bij de Oude Rijksweg, de N303, steek die over en vervolg over de Telgteweg langs Schootmanshof, de grote algemene begraafplaats en langs de wielerzaak van Geurts en neem het Kerkepad, waar in het bos ik eventueel verrast kan worden door de vrij zeldzame middelste bonte specht. Het Kerkepad komt uit bij de Beekweg en gaat daarna verder tot an de Volenbekerweg , die weer uitkomt bij de Vanenburgerallee.  Over zandweg en bospad loop ik achter landgoed en kasteel De Vanenburg langs. Het is hier bijna 15 meter lager dan het Puttense kerkplein. De vijver is een restant van de 18e eeuwse Engelse tuin. Van 1931 tot 1940 functioneerde het als zwembad en je kon er roeien en kanoën. Kasteel en landgoed De Vanenburg was oorspronkelijk een boerderij van een klooster van Paderborn: ‘het goed tho Nulde’ geheten. In de 17e eeuw bouwt Hendrik van Essen een nieuw gebouw ten oosten van de oude boerderij. Eerst de oude boerderij en later – in 1813 – werd het gebouw van Van Essen afgebroken. Pas rond 1870 bouwt Frederik van Aylva, baron van Palandt het huidige Vanenburg., met oorspronkelijk een lange zichtas naar de toren van Putten. Tijdens de oorlog was het een gevangenkamp voor Joden. Thans is het hotel en restaurant, eigendom van de Vanenburgerallee Group van Jan Baan.

img_9135    img_9137

img_9138    img_9140

vanenburg    img_9141

Via de Engersteeg en de rechte Cleenhorsterweg kom ik op de Zuiderzeestraatweg, vervolgens passeer ik het station, sla linksaf en dan weer rechts naar de Handelsweg om via Keizerswoert en Husselsesteeg  bij de Putterbrink uit te komen. Hier tref je nog een paar stokoude boerderijen, met in een bocht  rijksmonument ‘Colengoed’. Ik kom weer bij de Oude Rijksweg, steek die over en even later ben ik weer in het centrum van het Veluwse dorp.

img_9142    img_9143

img_9147    img_9146

 

 

 

Limespad – 8 – Fort Vechten – Cothen

Op zaterdag 19 september in het corona-jaar 2020 begonnen we – Rob, Fieke, Marianne, Anja en ik –  bij Fort Vechten, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tunnel onder de A12 door, over het spoor, een klein stukje langs de N411, hier Koningslaan geheten, naar Bunnik. En snel weidegebied in, 550 meter over het zgn. Bunkerpad. Dat pad komt uit bij de brug naar kasteel Rhijnauwen. Ooit een ridderhofstad, het gebouw dat er nu staat is 18e eeuws en doet sinds 1933 dienst als jeugdherberg, daarmee de oudste van ons land. Een beroemde Theetuin trekt vele toeristen, fietsers en wandelaars.

img_9044    img_9045  Bunkerpad

img_9046    img_9047

poortgebouw kasteel Rhijnauwen                          kasteel zelf (auen=drassige grond)

Voor ons is een versnapering te vroeg en wij zetten de route voort langs de Kromme Rijn, met zicht op een fraaie boerderij aan de overkant en daarachter Fort Rhijnauwen, het grootste in de Waterlinie, gebouwd om artillerieaanvallen op de stad Utrecht te weerstaan. Het voormalige jaagpad dat we lopen is tevens onderdeel van het Utrechtpad en loopt helemaal om Bunnik heen.

532px-kasteelrijnauwen    img_9048

 Bunnik telt zo’n 15.000 inwoners en kent een geschiedenis van 2000 jaar, ontstaan als nederzetting en handelsplaats bij het Romeinse castellum Fectio- Vechten. Na de Romeinen zijn het de Friezen en Franken die hier heersen en uiteindelijk de bisschop van Utrecht. Dan wordt het gebied steeds meer ontgonnen, een proces dat duurt van de 8e tot 14e eeuw. De dorpjes Bunninchem (Bunnik), Iodichem ( Odijk) en Wercundia (Werkhoven) ontstaan, met in de 12 eeuw eigen kerkjes. Bunnik is de geboorteplaats van Katja Schuurman en de woonplaats van Thea Beckmann, Vincent Bijlo en oud-voetballer Leo van Veen.

img_9051    img_9050  opgeblazen visbootjes                                              futenfamilie

We gaan de A12 onderdoor en blijven de Kromme Rijn volgen. Nu om Odijk heen.  Dit bijna 6000 inwoners tellend dorp was  in zijn jeugd de woonplaats van Wouter Bos. Ook de PVDA activist Piet Reckman woonde er en aidspatient Reneé Klijn die met z’n song Mr.Blue dankzij Paul de Leeuw  beroemd werd. Dat ook de FC Utrecht-voetballers Didier Martel en Harald Wapenaar er woonden is voor de echte voetballiefhebber. We komen bij een weg over de Kromme Rijn, waar twee jongetjes en een  meisje dapper van de brug de rivier in duiken. Dichtbij Werkhoven ligt aan de overkant van het water Kasteel Beverweert, een van oorsprong 13e eeuwse ridderhofstad, gebouwd op een eilandje. Ooit in handen van een telg uit de Oranje-Nassau-familie is het nu in handen van Geert Jan Jansen, de grootste kunstvervalser van onze tijd en de vorige eeuw. We komen op de Werkhovenseweg, schampen het dorp, steken de Achter Rijn over en vervolgens de Kromme Rijn, slaan rechtsaf naar de Jachtlustlaan. We komen weer bij de Kromme Rijn uit en uiteindelijk bij de N229 naar Wijk bij Duurstede. Het Utrechtpad is intussen een andere weg in geslagen. 

img_9053   img_9055            de dappere kinderen                                                Beverweert

img_9056     img_9057            Oprijlaan naar Beverweert                                        Zicht op Werkhoven

Inmiddels was de beslissing gevallen dat Anja en ik de route zouden verkorten. Het eigenlijke pad gaat vanaf de N229 via de Oude Kromme Rijn  en komt na drie kilometer dan weer terug bij de Kromme Rijn zelf. Een uitstulping in de route, die sterk lijkt op het aneurysma in mijn buikaorta. Anja en ik volgen een stuk de N229, tot we de Kromme Rijn over kunnen en aarde andere zijde weer over een jaagpad van grind richting Cothen kunnen.  We treffen een bankje en wachten daar in heerlijk weer de komst van Fieke, Marianne en Rob af. Gevijven komen we in Cothen, eten een boerenijsje en vinden een terras bij  eetcafé ‘t Molentje, waar het heerlijk eten en drinken is. We hebben er respectievelijk 17 en 20 km opzitten. 

img_9060   b55193f5-8626-4df7-952f-65719903847d                ode op de Kromme Rijn                                           het laatste stuk tot aan Cothen

efd4fe26-8409-4103-a215-0c5f71fae8b1    img_9061                                boerenijs                                                                      RK kerk Cothen

img_9062    img_9064  eetcafe ‘t Molentje                                                     Rob aan het Scrypto (NRC)

173px-molen_oog_in_t_zeil_cothen     unknown                                                  Molen van Cothen                   Prot. kerkje