CLUJ REVISITED

COLUMN NEDERLANDS DAGBLAD

Ik slaap wederom in een pijpenla, een gastenkamer van het instituut waar ik zo’n 45 jaar geleden ook verbleef, eveneens in een pijpenla. Toen voor twee jaar, nu voor twee nachten.

De pijpenla van nu ligt twee verdiepingen hoger als die van toen. Maar ook vanuit het raam gezien schuin tegenover het gebouw waar destijds een soort hoofdkwartier van de Securitate gevestigd was. Nu nog steeds politiepost.

De Roemeense geheime dienst was zo goed geequippeerd dat zij met gemak vanuit hun hoofdkwartier gesprekken van ons in onze pijpenla konden af luisteren.

De gastenkamer van nu is nieuw, basic, weinig gezellig, maar voldoende voor een paar nachten.

De gastenkamer van toen was oud, maar knus, waar een tegelkachel een aangename warmte straalde. Er was toen nog een gastenkamer, naast die waar wij bivakkeerden. Die werd voornamelijk gebruikt door kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders op bezoek bij derzelve lui van het kerkdistrict Cluj/Kolozsvár. Twee districten waren er met aan het hoofd een bisschop, gesecondeerd door een tweede man. Ofschoon er wel vrouwelijke predikanten waren en ook een enkele vrouwelijke hoogleraar was het plavond voor vrouwen niet hoger dan dat. Er is op dat punt niet veel veranderd overigens.

Beide gastenkamers maakten samen gebruik van een toilet en een badkamer met badkuip.De onderbisschip van het district Oradea kwam regelmatig op bezoek, maar was nog al slordig in het gebruik van het toilet. Het noopte ons tot een tekst op ooghoogte in het Hongaars, letterlijk vertaald: ‘gelieve niet naast het gat te wateren’. Het hielp geen snars, een onderbischop stond daar (letterlijk) boven en bleef kliederen. Het kuisen zat riep ik hem ter verantwoording. Op bezoek meed hij voortaan onze wc en ging elders kliederen. Aan het instituut konden jongens en meisjes van Hongaarse taal en afkomst de opleiding tot predikant konden volgen. Van voornamelijk hervormde of gereformeerde huize  ook – dat is hier om het even, vorming tot PKN was niet nodig, die was er van den beginne – maar ook van unitarische gezindte en een handjevol lutheranen.

Ze woonden  intern, met meerderen in een kamer. Maaltijden werden gezamenlijk gebruikt. Zo gaat het nog altijd, maar nu zonder het ongemakkelijk gevoel niet iedereen te kunnen vertrouwen, het aftasten van elkaar, het testen of je in je kamergenoot niet met een handlanger van de Securitate te maken hebt. 

De arm en invloed van de geheime dienst was lang en berucht. Oren en ogen van de securitate zijn er  onder de hoogleraren, onder het administratieve personeel, onder het personeel van de omvangrijke bibliotheek. Dus ook onder de studenten.

De securitate had er baat bij dat ook wij zo goed mogelijk op hun radar bleven. Dus ‘stuurden’ ze studenten op ons af, hoogleraren, die ons hun vriendschap boden. We waren gewaarschuwd, en op onze hoede besloten we op gevoel en gerucht handreikingen te negeren en andere handen juist te pakken. Misschien hebben we mensen ten onrechte uit onze buurt gehouden.

Met name één hoogleraar had zich bewezen alle vertrouwen waard te zijn. Hij ontfermde zich over de Nederlanders, die er voor ons waren en na ons nog kwamen. We werden kind aan huis bij hem en zijn vrouw, raakten bevriend met hun kinderen, van wie er drie al predikant waren.

Deze Juhasz Istvan was behalve betrouwbaar, ook een betrouwbaar historicus, enigszins gewiekst, slim en wereldwijs, gerespecteerd ook in de kerk buiten die van de Hongaars Hervormden.

Zo’n ankerplaats, zo’n binnenhaven is essentieel als je als vreemdeling vertoeft weliswaar in een warme pijpenla maar verder kille samenleving.

Zo waren er gelukkig meer ‘binnenhavens’, waar het leven in haar essentie wordt geleefd en beleefd: vriendschap, goed gesprek, openhartig in kwetsbaarheid, omlijst met immer een heerlijk maal en geslaagde wijnen. En de onvermijdelijke, zelfgestookte palinka, pruimenjenever.

Hoe de huidige generatie studenten met elkaar omgaan kan ik niet goed peilen. Kan ik helaas niet vragen, want het instituut is vakantie-leeg. Misschien is hun ijkpunt nu wel: voor of tegen Orban?