‘Natuurlijke’ opvoeding

In de enorme tuin met haar drie kolossale beuken vóór ons appartementencomplex huizen eksters, die naar believen andere gevleugelde vrienden weg jagen, zoals duiven en kraaien. Zij zijn de baas op het veld. Het eksterpaar heeft twee jongen gekregen, die al behoorlijk uit de kluiten zijn gewassen. Maar nog steeds leren moeten, naar blijkt.

Vijf keer per week krijgen we hier warme maaltijden, inclusief een toetje of fruit. Soms is dat een appel. Ik ben niet zo dol op appels: het hapt met een kunstgebit niet zo makkelijk en er zit meer suiker in dan vitamines. ‘Snoep verstandig , eet een appel’ is een dubieus zo niet slecht advies. Enfin, ik besloot een appel prijs te geven aan het grote veld. En keek wat er gebeurde. Daar kwamen de eksters: vader en moeder voorop, de kids bleven op afstand. Vader en moeder begonnen in de appel te pikken en namen het stukje appel mee in hun snavel en brachten die naar de jonkies en stopten het in hun snavel. Dat was de voeding. Maar toen kwam de opvoeding. Ze dreven de jonkies naar de appel en stimuleerden hen zelf in de appels te gaan pikken. Dat viel nog niet mee. De jonkies keken en keken, maar pitten niet. Weer werd hen een stukje ‘in de mond’ gelegd. En daarna werden ze wederom gestimuleerd nu zelf de appel aan te vallen. Aarzelend begonnen de jonkies te pikken, dat wil zeggen een pikkende beweging te maken. Echt toetasten was er niet bij. Het ritueel herhaalde zich. Eindelijk durfden ze zelf de appel aan te vallen. De ouders bleven nog er bij staan. Volgende fase: de ouders verwijderden zich en keken toe of de jonkies zonder begeleiding aan het eten sloegen. Ook dat weer aarzelend eerst. de ouders  of althans één er van vloog weer aan om nog een zetje te geven. En eindelijk durfden de jonkies alleen toe te slaan. 

 

Meesterlijk?

Sinds het succes van biografiëen over Kieft en Van der Gijp is een steeds meer groeiende berg aan boeken ontstaan over (oud-)voetballers. Ondanks mijn liefde voor het spelletje laat ik de meesten rustig in de schappen van de boekwinkel staan. Wat voegen ze toe aan wat ik al  weet? Uitspattingen en andere onthullingen halen de kranten en de talkshows als lokkertjes om tot aanschaf over te gaan, waarna blijkt dat er niet veel meer nieuws in staat dan wat je aldus al weet. Onlangs kwam een biografie van Keje Molenaar op de markt. Ik liet me nu wel verleiden, omdat ik nieuwsgierig was wat er geschreven was over de zgn. fluwelen revolutie van Cruijff bij Ajax. Keje speelde daarbij een grote rol en als lid van de ledenraad was ik nauw bij die revolutie betrokken en heb met Molenaar, ook lid van die raad, een aantal keren de degens gekruist.

Meesterlijk, zo luidt de titel van zijn biografie. Voor de hand liggend, aangezien Molenaar meester in de rechten is en als advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht. Verder dan dat wordt de titel totaal niet waar gemaakt. Het boek is een aaneenrijging van bekende feiten en anekdotes. Nergens een interessante voetbalvisie of prikkelende reflectie. En het is een grote lofzang op Johan Cruijff. Wat me het meeste stoort is dat de periode van de revolutie een staaltje schoon bezemen van eigen straatje bevat. Geen enkel mededogen met de mensen die van die revolutie de dupe of zelfs slachtoffer werden. En nog erger: een verkeerde voorstelling van zaken. Molenaar greep in die tijd elke gelegenheid aan om in de media te verschijnen, ondanks dat in de ledenraad afgesproken was dat alleen de voorzitter naar buiten zou treden. De vergadering, waarin dit werd afgesproken was koud afgelopen of hij stond al weer voor een camera. Ik weet nog dat medelid Marc Stuut hem daarbij toeriep: ‘hé Molenaar, wat hadden we nou afgesproken!’ Molenaar zat dan ook in de ledenraad, met zes andere door Cruijff geparachuteerden, niet om de club te vertegenwoordigen, maar om de belangen van Cruijff te behartigen. Je kunt ook zeggen obstructie te plegen. In zijn boek zegt hij dat de ledenraad een slap zooitje zwijgers was. Dat het totaal niet functioneerde daardoor en daarom werd opgedoekt. Natuurlijk waren er leden die nauwelijks hun mond open deden, maar dat waren juist de Cruijff-adepten, die in Molenaar hun masters voice hadden. En de ledenraad functioneerde juist na de komst van de zeven van Johan niet meer zoals dat zou moeten zijn. Los van hun komst was daarvoor echter ook al duidelijk geworden dat sinds de beursgang de raad aan betekenis had ingeboet. Stuitend is Molenaars bewering dat Edgar Davids mede in de Raad van Commissarissen werd gekozen als vertegenwoordiger van het ‘kleurrijk’ deel van Ajax. Hierin horen we de echo van Cruijff, die volgens Davids hem had gezegd, dat ‘hij in de RvC zat vanwege zijn ‘kleurtje’. Dat Molenaar overhoop kwam te liggen met de door Cruijff naar voren geschoven Tsjeu La Ling als algemeen directeur was al bij verschijnen van het boek bekend geworden. Dat Cruijff daarin persisteerde maar niet op vergaderingen van de RvC, waarvan hij ook lid was verscheen en dus zijn medebestuursleden uiteindelijk ‘dwong’ om Ling af te wijzen, vanwege teveel ‘lijken in de kast’ en uiteindelijk Louis van Gaal benoemde, staat niet of onvolledig in het boek. Natuurlijk de rechter heeft de RvC teruggefloten, op formele gronden, omdat hij niet kon treden in het dieper gelegen conflict tussen Cruijff en Van Gaal. Objectief was Van Gaal de best denkbare kandidaat op dat moment in een bestuurlijk vacuüm van de club.  

In 2008 probeerde Cruijff Ajax te hervormen; hij kreeg daartoe verzoek van de ledenraad, later gesteund door het bestuur. Ik was er bij tijdens de vergadering daarover. Maar Cruijf wilde rigoureus te werk gaan en bijna alle jeugdtrainers onmiddellijk ontslaan. Dat ging toenmalig coach Van Basten te ver en technisch directeur Martin van Geel reageerde terecht met de opmerking dat dat arbeidsrechtelijk helemaal niet kon. Van een advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht mag je verwachten dat hij Van Geel daarin steunt. Maar geen spoor daarvan. Molenaar stond toen trouwens ver van de club af, je zag hem ook bijna nooit bij wedstrijden. Nu trouwens ook niet meer, hij vindt het bij Feyenoord warmer. Zou het? Ik denk dat Van Geel daar nu wel anders over denkt. Nu is Ajax ook geen makkelijke club. tegen nieuwkomers zei Bobby Haarms altijd: ‘welkom in de hel.

Molenaar claimt ook dat de huidige successen van de club aan de revolutie te danken zijn. Dat is wel erg kort door de bocht. Veel mede-revolutionairen zijn al weer een tijdje van het toneel verdwenen; kinderen van de revolutie hebben elkaar opgevreten, bekwame opleiders van voor de revolutie zijn gebleven en hebben ook hun sporen verdiend en verder is er altijd ook een portie geluk, dat zich opeens zoveel talenten zich aandienen. Dat Molenaar een fan is van Van Morison en net als ik graag cryptogrammen oplost is nog geen reden dit boek te kopen. Meesterlijk mag de titel zijn, meesterlijk is het boek niet. 

 

 

 

 

 

 

Van Naarden naar Vinkeveen en terug

Bij Vinkeveen zullen velen direct denken aan het befaamde Schmidt-liedje ‘In een rijtuig’, gezongen door leen Jongewaard en Wim Sonneveld. Allemaal, inclusief componist Harry Bannink, overleden. Maar het liedje leeft nog.

In een rijtuigie, in een rijtuigie
In een rijtuigie rejen we naar vinkeveen
Op een dag in maart, zo kalm en bedaard
En maar schommelen en maar kijken naar de kont van ‘t paard
In een rijtuigie, in een rijtuigie
In een rijtuigie helemaal naar vinkeveen
En geen wolkie in de lucht
En een bootje in ‘t riet
En geen auto op de weg
Want die had je toen nog niet
Je ging scheef bij elk bochie
Oh, wat een lekker tochie
In een rijtuigie, in een rijtuigie
In een rijtuigie rejen we naar vinkeveen
Op een dag in maart, zo kalm en bedaard
En maar schommelen en maar kijken naar de kont van ‘t paard
In een rijtuigie, in een rijtuigie
In een rijtuigie helemaal naar vinkeveen
Wat een tijd, oh wat een tijd
Iedereen die was een heer
Iedereen was heel beschaafd
Want er was nog geen verkeer
En niet bang zijn voor je hachie
Oh wat een lekker daggie
En maar schommelen en maar kijken naar de kont van ‘t paard
In een rijtuigie, in een rijtuigie
In een rijtuigie helemaal naar vinkeveen
Gisteren , op een dag waarvan we er vorige zomer zoveel genoten  - warm en zonnig – reed ik naar Vinkeveen, in een gemotoriseerd rijtuigie, waarvan in het lied nog geen op de weg te vinden was. Op mijn terugweg waren er juist bij Vinkeveen zoveel dat een omweg loonde. Ik ging naar het plassendorp niet om een brug te zien, maar een vriend die daar revalideert na een heupoperatie.
Vanaf de flat waarin ik mijn woonst heb linksaf de Amersfoortsestraatweg op, in de tijd van de rijtuigies en ook na in de tijd van de automobiel de hoofdverkeersader tussen Amsterdam en Amersfoort -vandaar de naam – langs Jan Tabak, getransformeerd in een weinig karakteristiek NH hotel, over de A1, de huidige hoofdverkeersader, even naar rechts, op een rotonde naar links, waar ooit het befaamde etablissement De Gooische Boer stond, waar na de oorlog Winston Churchill op doorreis van Paleis het Loo naar Amsterdam spontaan een bierstop maakte. Ik rijd een paar honderd meter parallel aan de A1 (achter een geluidsscherm), sla rechts af  de Ceintuurbaan op. Deze vormde heel lang de zuidgrens van het dorp. In de jaren vijftig en zestig werd zuidelijk van deze weg zoveel gebouwd, dat het nu een derde van heel bebouwd Bussum uitmaakt. In 1966 telde Bussum zo meer dan 40.000 inwoners, tot 2014 al weer gekrompen tot ruim 30.000. Dat betekent dus dat de inwoners veel ruimer zijn komen te wonen.
Aan de Ceintuurbaan liggen twee kerken, de Verlosserkerk (PKN), uit 1956, vanwege zijn vorm ook wel ‘Scheepjeskerk’ genoemd en later rechts op de hoek met de Laarderweg de katholieke St.Jozefkerk, uit 1952-53, met losse klokkenstoel uit 1960. Tot 2003 stond aan de Ceintuurbaan de gereformeerde Zuiderkerk. Deze werd gesloopt en vervangen door een wooncomplex. Tegen de Bussumerheide bevinden zich de honkbalvelden van HCAW en de voetbalvelden van Allen Weerbaar. Aan het eind van de Ceintuurbaan ligt het Vijverpark met fontein. Voorheen lag daar een Fort als onderdeel van het zgn. Offensief van Naarden, in de 19e eeuw gebouwd voor de verdediging van de vesting Naarden. De vijver ontstond door afgraving, waarvan de grond werd gebruikt om de Bussumer haven te dempen.
260px-bussum_verlosserkerk                 260px-bussum_17juni2006_018
Verlosserkerk                                                                St.Jozef
Op de rotonde voor station Bussum Zuid draai ik links af, rijd de spoorlijn over, links rijst de voormalige watertoren uit 1897 op, in 2009 getransformeerd tot futuristisch kantoorgebouw.
220px-watertoren_bussum_2010
Ik sla rechtsaf richting ‘s Graveland, rechts langs een heideveld en links langs de Franse Kamp, waarvan tot een paar jaar terug gedacht werd dat de naam verwees naar de legering van Franse troepen tijdens het beleg van Naarden in 1672. Vondsten van amateurarcheologen, hoogtefoto’s en archiefonderzoek wees uit dat inderdaad Franse troepen hier hun kamp hadden opgeslagen, maar van Lodewijk Napoleon in 1809. Vierduizend man waren in het Gooi gelegerd, waarvan hier het derde jachtregiment. Napoleon zelf verwachtte een Engelse invasie in ons land en wilde dat voorkomen. De daadwerkelijke invasie in Zeeland werd afgeslagen en het kamp raakte in vergetelheid. Tussen 1915 en 1918 werd er een infanteriestelling aangelegd van dertien grote bunkers en 22 kleinere. Ze waren met loopgraven met elkaar verbonden. De Duitse bezetter storten de stelling dicht met zand om te voorkomen dat de geallieerden ze konden gebruiken. Gedeelten van de stelling komen nog steeds boven het zand uit. In 1932 kocht de gemeente Amsterdam het terrein van de Erfgooiersvereniging om er een kampeerterrein op te vestigen. Die is er nog steeds, ook nu het eigendom is van Goois Natuurreservaat.
franse_kamp_bussum_4
De Franse Kampweg loopt door tot aan de afslag naar ‘s Graveland. In mijn mijn Literaire wandeling door Bussum op deze blog uitgebreide informatie over met name de bebouwing aan de rechter zijde.
Links ligt het landgoed Bantam. In de 18e eeuw kreeg de eigenaar van Schaep en Burg (de zetel van Natuurmonumenten) toestemming om een deel van het Naardenveld, oostelijk van zijn bezit te ontginnen. Maurits Jacob van Lennep en zijn vrouw Caroline Wilhelmina van Loon erfden het in 1877 en lieten een jaar later het huis “Bantam” bouwen. Tuinarchitect Zocher legde de rechte eiken- en beukenlanen aan; er kwam een landschapstuin en een aantal heuvels. Op de hoogste stond ooit een zgn. Turkse tuin waar men thee kon drinken met uitzicht op de Zuiderzee. Een betonnen fundering is daar nog van over. In 1899 werd Charles Henry Labouchere de eigenaar en in 1924 werd het gekocht door de gemeente Bussum, terwijl het grotendeels op Hilversums grondgebied lag! Sinds 1984 is het in bezit van Natuurmonumenten en kan men vrij uit over het landgoed en de nog immer bestaande lanen wandelen. Het boswachtershuis ligt aan de Franse Kampweg.
hilversum-bantam-msd-20100524-199311
‘s Graveland is een lang gerekt dorp, waarvan het eerste deel van de hoofdweg Noordeinde heet en het laatste deel Zuideinde. Het dorp ontwikkelde zich in de 16e en 17e eeuw. Er was een veer- en trekschuitendienst op Amsterdam; er kwam in 1648 een school, in 1649 een paardenmarkt en in 1657 werd de hervormde kerk gebouwd door de Amsterdamse stadsarchitect Daniël Stalpaert. Vanaf de 17e eeuw trokken rijke Amsterdammers naar het dorp, die er landgoederen en buitenplaatsen aanlegden, kochten of erfden.In alfabetische volgorde: Bantam, Boekesteyn ( van Natuurmonumenten), Gooilust (Natuurmonumenten), Hilverbeek, Land en Bosch, Schaep en Burgh, Schoonoord (Natuurmonumenten), Spanderswoud, Sperwershof, Spiegelrust, Swaenenburg en Trompenburg, gebouwd door Cornelis Tromp, in bruikleen aan Rijksmuseum. Het leven op zo’n buitenplaats wordt mooi beschreven door Geert Mak in zijn boek over Jan Six. Voor Gooilust ligt een vijftig meter van Zuideinde af een witte boerderij, waar ik als kind soms logeerde. Mijn vaders jongste zuster tante Geert boerde daar met haar man, Klaas Pelsma.
Het dorp kende ook veel wasserijen en blekerijen.
schaepenburg     260px-trompenburg_op_16_juni_2009
Schaep en Burgh                                              Trompenburg
Na een paar honderd meter sla ik rechtsaf richting Ankeveen, links weilanden, rechts oudere nieuwbouw huizen en dan een paar honderd meter ook links weiland en in een bocht naar links de Horstermeerpolder in. Het is een ruim 600 hectare grote droogmakerij, behorend tot de gemeente Wijdemeren, tussen de Spiegelplas en de Ankeveense Plassen in het noorden, de Kortenhoefse plassen in het oosten en zuiden en de Vecht in het westen.Het was een natuurlijk meer, zoals ook het Naardermeer en het heette het Overmeer, nu nog de naam van een buurtschap tegen de Vecht aan, ten zuiden van Nederhorst den Berg. Horstermeer is een latere benaming naar het kasteel Nederhorst. In de 17e eeuw werd het meer bedijkt en met zes molens drooggelegd, maar zonder succes. Pas in 1882 lukte het met stoommachines de polder goed droog te leggen en zo geschikt te maken voor de land- en tuinbouw. In 1914 en in 1940 werd de polder als onderdeel van de waterlinie onder water gezet; aan het einde van de Tweede Wereldoorlog inundeerden de Duitsers het nogmaals. In 1950 werd aan de Radioweg een belangrijk station voor kortegolf-radiocommunicatie, het NERA-gebouw, geopend., beheerst door een paar imposante antennes. Het hoofdgebouw is een ontwerp van Frants Edvard Röntgen, een zoon van de componist Julius Röntgen, die o.a. ook de Villa Gaudeamus en de Werkplaats van Kees Boeke in Bilthoven ontwierp. NERA staat voor NEderhorst den Berg RAdio en vormde lange tijd met Radio Kootwijk een twee-eenheid op het gebied van het internationale telefoonverkeer.NERA ontving de signalen uit het buitenland en Radio Kootwijk zond ze uit. Sinds 2005 is slechts een enkele antenne in gebruik, die op afstand bediend wordt.
Er is al jaren gesteggel over plannen om een deel onder water te zetten in kader van natuuruitbreiding, verdrogingsbestrijding e.d. Lokte veel protesten uit van de bewoners en leidde  in 2010 zelfs tot de symbolische losmaking van het Koninkrijk der Nederlanden en het uitroepen van de republiek Horstermeerpolder. De meeste bewoners wonen aan de Middenweg, met vaak hun kleine bedrijfjes en nog enkele boerderijen en zelfs een Boeddhistische tempel. Het is deze Middenweg waarover ik rij tot aan het gemaal en daarna linksaf sla richting Vreeland.
nera_hoofdgebouw_05          260px-hoekwater_polderkaart_-_polder_s-graveland
NERA
Over de brug kun je langs de Vecht naar en door Vreeland, wat de moeite waard is, inclusief een stop en een wandeling door het schilderachtige dorp.Aan het smalle weggetje ligt het landgoed Groot Kantwijk, een voormalige proefboerderij van Hendrix UTD, maar nu een plek voor concerten, een poloclub met homecourse en een bunker uit 1936 als deel van de Hollandse Waterlinie en door architect Ben van Berkel omgetoverd tot observatiepunt en theehuis. Churchill was een vermoed polo (te paard)-speler, waarbij eens zo hard viel, dat hij een blijvende armblessure opliep. Er is ook het Healey(auto)Museum op het landgoed gevestigd. Er staat in de buurt een ooievaarsnest. Ooievaars zijn weer veel en vaak te spotten in deze streek.
Verderop ligt links de historische buitenplaats Vreedenhorst aan wat de Drosserwaard polder heet. het huidige huis is in 1650 gebouwd, maar bewoning sinds de Middeleeuwen kan niet uitgesloten worden.
vreeland_-_vreedenhorst_rm508270
Voordat je Vreeland binnenkomt ligt links het moederbedrijf van Van Leer, gespecialiseerd in verpakkingsmateriaal, begonnen met vaten. opgericht door Bernard van Leer, die zich ook manifesteerde als filantroop. Zo schonk hij de ophaalbrug midden in het dorp, nu Van Leerbrug genoemd en een glas-in-loodraam in de Hervormde Kerk hartje dorp. Belangrijker nog is de door hem in 1949 opgerichte Van Leer Foundation, uiteindelijk gericht op de ontwikkeling van jonge kinderen met een sociale en economische achterstand en de bevordering sociaal-culturele ontwikkeling, democratie en vrede in Israël. De firma ging in 2001 op in het Amerikaanse Greif. De Foundation bleef bestaan.
Vreeland kreeg in 1265 stadsrechten, maar deze werden in de 16e eeuw haar weer ontnomen. In de 7e/8e eeuw lag er waarschijnlijk al een nederzetting ‘Dorssen”, waar de bovengenoemde polder nog naar verwijst. In 1253 werd het slot Vredelant gebouwd in opdracht van de Utrechtse bisschop Hendrik van Vianden: om de Heren van Aemstel in bedwang te houden en het heffen van tol te voorkomen, de Vecht was een belangrijke handelsrivier die utrecht verbond met de Zuiderzee. De bisschop liet ook een kerk bouwen, tegelijk met de Dom. Het kasteel heeft een roerige rol gespeeld in onze geschiedenis.Het werd onder meer belegerd door graaf Floris V. Het werd gesloopt in 1528/29 en van de stenen werd de dwangburg Vredenburg in Utrecht gebouwd.De oude fundamenten liggen onder een speelveld bij de toegang tot het dorp vanaf de Hilversumseweg. De oude kerk , met glazen van Joep Nicolas, een uniek vierkant koor en prachtig kerkmeubilair is gewijd aan St.Nicolaas. In augustus 1980 werd ik hier predikant, nog getrouwd, was al in therapie, kwam er uit de kast en vertrok er na allerlei trammelant in jan.1982. Tegenwoordig ga ik weer regelmatig voor, tot wederzijds genoegen. Aan de andere zijde van de Vecht ligt achter de ophaalbrug het befaamde  hotel-restaurant de Nederlanden, in het bezit van een Michelinster,  waar naar het schijnt Napoleon nog gelogeerd heeft. Vanaf mijn voortuin aan het water zag ik destijds Wim Duisenberg en OGEM-topman Lenze Koopmans het restaurant binnengaan. het dorp kent menig Rijksmonument, waaronder wellicht het smalste woonhuis van ons land uit de 18e eeuw. Je kan in Vreeland overigens ook voortreffelijk pannenkoeken eten. En op het kerkhof even buiten het dorp bij de molen ligt o.a. Wim Bosboom begraven.
260px-vreeland  260px-vreeland-hervormdekerk
260px-vreeland-vanleerbrug
Zelf heb ik gisteren niet de weg langs de Vecht genomen, maar ben naar de Hilversumseweg gereden, een weg tussen Hilversum en Vinkeveen, die de dorpen ontsloot en voor een veel efficiëntere verbinding zorgde. Het schijnt dat Mussert als ingenieur in dienst van Provinciale Waterstaat Utrecht betrokken was bij de aanleg er van, vrijwel zeker is dat een van zijn laatste werken de brug is over de Vecht bij Vreeland.Deze brug ga ik over na links langs de plas Wijde Blikte hebben gereden. Langs een benzinestation, ooit geëxploiteerd door een gemeentelid van Vreeland en ook in het bezit van een cafetaria in Hilversum, die zo blij met mijn komst was, dat ik er altijd gratis wat mocht eten (eenmaal gedaan) en nadat ik ‘uit de kast’ was gekomen luidruchtig blijk gaf dat ik kon vertrekken (Heden Hosannah, morgen kruisigt hem). Ik passeer de afslag naar Loenen, ga het Amsterdam-Rijnkanaal over, het drukst bevaren kanaal ter wereld, ontworpen naar een plan van -daar hebben we hem weer – Anton Mussert en als geheel pas in 1952 geopend. De N20 snijdt Loenersloot dwars door midden, komt uit op de A2 en na een paar kilometer neem ik de afslag Vinkeveen met die enorme RK kerk als opvallende markering. Achter de kerk in een voormalig nonnenklooster is het revalidatiecentrum gevestigd, verspreid over diverse gebouwen. Op het hoofdgebouw nog de naam van het voormalige klooster Mariaoord, het enige dat er nog aan herinnert.
Vinkeveen – met in haar wapen een vink – heeft bestaan vooral te danken aan de turfafgravingen in de Gouden Eeuw. Legakkers zijn nog steeds zichtbaar. Onder het veen ligt zand, waarvan een groot deel gebruikt werd voor de aanleg van de A2. Toen de reformatie in ons land zijn intrede deed verdeelde dat de gemeenschap van boeren en vissers. Tijdens de Bataafse Republiek liefde dat er toe het inmiddels al eeuwen reformatorische godshuis weer aan de RK gemeenschap teruggeven moest worden. De hervormden bouwden een eigen kerk, die ook weer afgebroken werd, tot in 1932 de huidige kerk in de stijl van de Amsterdamse School verrees. In die tijd kwam de vermaarde ds. P.A. Klusener op de kansel te staan, die nog eens beboet werd omdat hij met blote bovenarmen in een van de plassen zwom, hetgeen toen verboden was.Hij weigerde de boete te betalen en liet het voor komen. De Utrechtse rechtbank seponeerde de zaak. De huidige RK kerk is een initiatief van de toenmalige pastoor Van Groeningen en werd naar ontwerp van Tepe gebouwd tussen 1880 en 1883. Een typisch voorbeeld van RK-bouw van de katholieke emancipatie na de opheffing van het verbod tot uitoefenen van de RK-eredienst. De pastoor was ook aanjager van Maria-devotie en bedevaart naar Lourdes. Vandaar het aan Maria gewijde nonnenklooster en bijbehorende opvang van zieken. In mijn VPRO-tijd heb ik in het kader van mijn serie ‘Als de stenen spreken’ over opmerkelijke graven nog een aflevering gewijd aan een immens nonnengraf op het bij de kerk gelegen kerkhof.
280px-vinkeveense_plassen    266px-vinkeveense_plassen_luchtfoto_2018
vinkeveen-kerk_5664v-300x268     images
Terug laat ik de N20 liggen, rijd er onderdoor en sla vrij snel daarna rechts af over de Baambrugse Zuwe. Vooral links ligt de een na de andere kapitale villa/bungalow. Goed mogelijk dat daar tussen  zich  de voormalige woningen bevinden van Maup Caransa, Johan Cruijff en André Hazes, alle drie reeds overleden, maar wel ooit inwoners van Vinkeveen. In het dorp zijn overigens de acteur Gijs Naber en sportpresentator Jeroen Stekelenburg geboren en getogen.De Baambrugse Zuwe is een voormalige ontginningsas dwars door de Vinkeveense Plassen. Volgens Vrij Nederland (artikel 2011) kent deze buurtschap een grote aantrekkingskracht voor nieuw geld in casu de onderwereld.                    Enfin, de weg loopt uit op de Vinkekade links en de Groenlandsekade rechts. Ik sla rechtsaf en direct weer links de A2 onderdoor en kom via een smal weggetje in het dorp Baambrugge. Een idyllisch dorpje aan de Angstel en net als Vreeland terecht uitgeroepen tot beschermd dorpsgezicht. De Hervormde Kerk werd in 1844 gebouwd na afbraak van de oude kerk, die in zeer slechte staat verkeerde.dk_exterieur
Langs de fraai meanderende Angstel rijd ik naar Loenersloot, al in de vroege middeleeuwen vermeld op een goederenlijst van de bisschop van Utrecht. Er stond een kapel van de Heren van Amstel. Het dorp wordt al sinds 1250 gedomineerd door het Kasteel Loenersloot. Het veengebied tussen Vecht en Angstel werd al vanaf 1100 ontgonnen. Er werden evenwijdig aan elkaar sloten gevaren, die voor een nog steeds zichtbare verkaveling zorgden. Op het ontgonnen terrein werd aanvankelijk haver, gerst , tarwe en boekweit verbouwt, maar de bodem klonk in en werd natter en dus moest overgeschakeld worden op veeteelt.  De eerste bewoners van het kasteel waren de heren Van Loenersloot, maar als ‘ministerialen’ in dienst van de bisschop van Utrecht. Zij speelden een hoofdrol in de ontginning, waren projectontwikkelaars avant la lettre en lieten hun status zien door een aanvankelijk donjon uit te bouwen tot een flink kasteel. Eén van die heren hitte Splinter (zou Splinter Chabot naar hem genoemd zijn?)Deze nam het niet zo nauw en stal links en rechts bezittingen van zijn buren en perste stadsburgers af. (Dat zie ik die aardige Splinter Chabot niet doen). de bisschop stuurt een leger op hem af en Splinter gaat door de knieën. de laatste bewoonster is Magdalena F.M. (Madzy) barones Van Nagell-Martini Buys, die het kasteel in 1948 erft van haar vader. Een excentriek dame met streng ouderwetse opvattingen, die haar boeren verbied kunstmest te gebruiken (ze zou dus nu een icoon zijn van de biologische landbouw) en zelf slechts enkele kamers bewoont, die ze nauwelijks verwarmt, waardoor het zo koud was dat de barones zich in warmte fietst in rondjes in haar huis.Ze levert een gevecht met de overheid over de broodnodige restauratie van het kasteel; nieuwsgierige bezoekers houdt ze met een jachtgeweer op afstand. In 1997 overlijdt ze op 88 jarige leeftijd. Het kasteel is sinds een jaar of vijf open voor publiek.
img_7807-bew
Ik kom weer op de N20, rijdt weer via Vreeland naar Nederhorst den Berg, over de Middenweg door de Horstermeerpolder en dan links af het dorp Ankeveen door.
De eerste vermelding van het langgerekte dorp dateert al uit 953. Er is een parochie die onder utrecht valt. Koning Otto I van Duitsland had ontgingingstoestemming verleent aan bisschop Balderik. Het dorp ligt op de grens van Utrecht en Holland. Het zuidelijke deel heet Stichts End, dat deel behoorde tot 1 okt.1819 tot de provincie Utrecht; tot 1966 was het een zelfstandige gemeente in Noord-Holland, met een raadhuis op de rand van de oude gemeentegrens. Het noordelijk deel heet Hollands End en behoorde tot 1966 tot de gemeente Weesperkarspel. de twee delen werden samengevoegd en kwamen onder ‘s Graveland en dat werd allemaal in 2002 Wijdemeren.Het dorp kent vanouds twee kerken, de RK St.Martinus uit 1928 en de protestantse kerk, die echter in gebruik is als theater.
85px-ankeveen_wapen-svg wapen (ooievaar)   msd-20150405-327589 grens Holland-Sticht
De weg door Ankeveen brengt me op de Loodijk die links naar Weesp leidt; ik sla rechts af naar Bussum en tien minuten later ben ik weer thuis.

Van fort naar kapel

Toen ik het Grebbeliniepad liep kwam ik er langs, maar gunde me toen geen bezoek, omdat ik net lekker de gang er in had. Afgelopen week heb ik het goed gemaakt en dus toog ik naar Fort aan de Buursteeg bij Renswoude. Een belangrijke plek in de Grebbelinie, gerestaureerd en met een bezoekerscentrum. Na het kopen van een kaartje van 5 euro volg je een brede rode lijn, die al spoedig een trap opvoert en je in een zaaltje brengt waar korte informatieve film over de streek en de Grebbelinie te genieten valt. Vervolgens kom je op een omloop rond dat zaaltje, waar met foto’s en goede teksten de vaderlandse militaire geschiedenis uit de doeken wordt gedaan uitlopend in het hoofdbestanddeel: de strijd aan en om de Grebbelinie. Het is generaal Winkelman geweest die niet de Hollandse Waterlinie als ultieme verdediging van het westen van ons land aanwees, maar de Grebbelinie.De Gelderse vallei was ook geschikt om te inunderen, maar op sommige punten was het wel zo smal dat voorposten en zelfs forten gebouwd moesten worden. Zoals hier aan de Buursteeg bij Renswoude. Ook de Grebbeberg moest aan de voet versterkt worden.

img_5091

In augustus 1939 liepen de spanningen in Europa dermate op, dat onze regering besloot over te gaan tot eerst een voor-mobilisatie en later de mobilisatie zelf. Zeker 200.000 in vijftien lichtingen dienstplichtige soldaten ( van 1924 tot 1938)  werden opgeroepen hun woonplaatsen te verlaten en zich te melden bij voorlopige inkwartieringsplekken.  Als Duitsland Polen binnenvalt vertrekken ze naar hun definitief onderkomen. Er worden 500 extra treinen ingezet; 60 goederentreinen vervoeren 14.000 gevorderde paarden. Officieren en onderofficieren worden in huizen ondergebracht, terwijl de gewone infanteriesoldaten in fabriekshallen en scholen de nacht moeten doorbrengen. De cavalerie vindt met de paarden onderdak op boerderijen, waarbij de soldaten boven hun viervoeters op de hooizolder slapen. Ter plekke volgt een medische keuring, worden nieuwe uniformen uitgereikt, indien de oude niet meer voldoet of past, er wordt een wapen verstrekt. Keukenwagens worden klaargemaakt, er worden legersteden van stro vervaardigt, commandogroepen geformeerd en wachtposten uitgezet en dan is het wachten op eventuele actie of een opgelucht ademhalen dat ons land wederom neutraal blijft. Het wachten duurt echter veel langer dan men gedacht had en intussen krijgen de jongens gezelschap op hun legersteden van luizen, vlooien, muizen en ratten: het Nederlandse leger waakt letterlijk!

img_5093     img_5088

In de Valleidorpen is de bevolking overwegend streng protestant en dat geeft soms spanningen met soldaten uit een totaal ander milieu. Toch vindt er ook verbroedering plaats en kunnen de jongens van rats, kuch en bonen ook genieten van extra aandacht, gezellige avondjes en hartelijke ontmoetingen, die wellicht ook wel verder gaan en uiteindelijk tot een ja-woord op het gemeentehuis leiden.

img_5096           img_5095  huisvlijt: doosje van verloofde voor haar dappere held.

De foto’s geven een aardig beeld van die tijd en vondsten in de buurt brengen niet alleen de mobilisatieperiode, maar ook de gevechten in de mei-dagen van ’40 dichterbij.

In het centrum kunnen boeken, ansichten e.d. gekocht worden en er aan verbonden is een ruim restaurant en een groot terras, waar ik een uitstekende uitsmijter nuttig.

Over schilderachtige wegen en door fraai coulisselandschap rijd ik vervolgens naar de langssteeg bij Leusden, waar een door de Duitsers in ’44-’45 gebouwde  bunker te bezichtigen valt.

Ik vervolg mijn weg naar en door Amersfoort, neem de weg richting Bunschoten , maar sla al weer snel links af het polderland van Hoogland in. Een slingerende weg tussen bomen en soms stokoude boerderijen, een cafeetje en plots verschijnt links een kerkhof met witte kapel. Het blijkt om de Kapel van Coelhorst te gaan, sinds 1972 een Rijksmonument. De kapel is in 1363 gebouwd op een kunstmatige heuvel in oost-westrichting en gewijd aan de heilige Nicolaas terwille van parochianen die tot Leusden behoorden, maar aan de andere kant van de Eem woonden. Pas in 1659 kwam het in protestantse handen. Stormen teisteren het kerkje, het wordt weer opgebouwd en in 1843 wordt het verkocht aan de eigenaren van landgoed Coelhorst, de familie van Tuijl van Serooskerken, nadat het Hoge Land oftewel Hoogland een eigen Hervormde gemeente kreeg en een eigen kerk. De kapel is thans eigendom van de familie Beelaerts van Blokland en fungeert als onderkomen van de graftombes van beide families. Het kerkhof er om heen is in gebruik gebleven van de Hervormde Gemeente van Hoogland.

img_5108    coelhorst_4

Op het kerkhof liggen drie predikanten begraven en tegen de kapel staat nog een oude zerk van een overleden priester.De predikanten zijn: Hendrik Jan Bodisco Massink, W.C.Posthumus Meijes en Otto Samuël Jellema.

img_5103  Jellema      img_5104 Bodisco M.

Laatstgenoemde is de vader van de dichter C.O. Jellema. Hij werd geboren op 29 augustus 1889 in Wonseradeel, was in de jaren twintig predikant voor de Nederlanders die in Davos verbleven (Thomas Mann -De toverberg), werd predikant in Amersfoort en na zijn emeritaat geestelijk verzorger in Haagse Bronovo-ziekenhuis. Hij overleed op 10 februari 1961. Van Bodisco Massink zijn geen nadere gegevens bekend. Posthumus Meyes is een bekend geslacht van predikanten en architecten. De oorspronkelijk Friese familie heeft een eigen website, een fonds en organiseert familiereünies. Op hun site staat de menukaart van het huwelijksdiner van de hier begraven Willem Christiaan met Maria Elisabeth de Hoop Scheffer op 5 mei 1909.

img_5105       menu1                    Posthumus Meyjes                                                       menukaart

Langs de Eem red ik naar Baarn en draai de A1 op en spoedig weer in mijn eigen woonst in Naarden.

 

De goede beul

Deze maand is het tien jaar geleden dat oer-Ajacied Bobby Haarms overleed en begraven werd. Fox Sport bracht een eervolle documentaire terugblik. Deze begint met beelden van de herdenkingsbijeenkomst op De Toekomst. En weer voel ik het gemis daar niet bij geweest te zijn. Met Jaap Ellerbroek en John Jaakke was ik in Leipzig vanwege het Bach-festival, dat daar en in de omgeving elk jaar gehouden wordt. Ook zij hadden Haarms goed gekend, als bestuursleden van Ajax. Na een veel te lange verwaarlozing van diabetes was Bobby razendsnel afgetakeld; opname in het ziekenhuis mocht helaas niet meer baten. De ijzeren kerel was in een mum van tijd verworden tot een houten kerel, zoals David Endt treffend verwoordt in de docu. ‘Houten schepen, ijzeren kerels’ was een lijfspreuk van Bobby. Tot zijn leedwezen zag hij bij spelers vaak het omgekeerde: ijzeren schepen, houten kerels. Zijn ultieme doel als assistent-trainer was steeds dat weer om te draaien. Verbaal en in zijn herstel- en (soms ook) straftrainingen. Ajax was voor hem meer dan mooi voetbal alleen. Slechts een ijzeren mentaliteit bracht talent tot wasdom. Als speler werd hij de Spijker genoemd, niet alleen vanwege z’n lange magere gestalte, maar vooral ook vanwege z’n niet aflatende vechtlust en discipline. “Jij was zo’n speler”, zo zei Michels bij zijn afscheid als assistent-trainer, ” van wie je blij was dat die in ons team meedeed en niet bij de tegenstander”.

Toen Rimko Haanstra en ik in 2000 een documentaire over hem maakten was de titel ervan snel gevonden: De goede beul.  Bobby Haarms stoomde spelers na een blessure volledig weer fit klaar voor een rentree. Die trainingen kenden een precies door hem zelf bedachte opbouw. Het werd steeds zwaarder, waarbij oefeningen op een bankje en met een zandzak het uiterste van de spelers vroegen. Inspanningsfysioloog Rob Geysel heeft die trainingen op verzoek van Van Gaal wetenschappelijk getest en moest verbaasd tot de conclusie komen, dat het klopte met de nieuwste inzichten op dat gebied. Bobby begon met dat werk al in de tijd van het grote Ajax onder Michels. Krol en Hulshoff waren de eersten die hij onder zijn hoede nam, later ook Jan Mulder die daar smakelijk over verteld in de documentaire.   Edgar Davids heeft zijn carrière te danken aan een straftraining – op verzoek van Van Gaal – , nadat de kleine felle (toen nog) linksbuiten in en buiten het veld zich niet behoorlijk gedroeg. Na een week Bob was Davids ‘genezen’ en wist hij zijn felheid en energie puur om te zetten in het optimaliseren van zijn niet geringe talent.    

img_3961  Shota Arveladze krijgt de zandzak om                                      

Dankzij Bobby ging Rijkaards wens om naar Ajax terug te keren vervuld. Van Gaal zag er weinig in, aarzelde  in elk geval sterk, maar Haarms bleef vasthoudend en heeft Van Gaal ‘omver’ gekregen. Zonder Rijkaard was nooit de 4e Europa Cup in de prijzenkast beland.

Een andere specialiteit van Bob was het op scherp fluiten van trainingspartijtjes. “De slechtste scheidsrechter die ik heb gekend”, verwoordt Sonny Silooi het – met grote grijns – in de docu. Hij dreef daarmee de spelers tot een optimale instelling in de wedstrijden. Want zei Bobby: ” je moet er altijd vanuit gaan dat je tegen 12 man speelt”. Dat je dus ook de scheids tegen je hebt.                                                                                                                                         Bobby was de meest loyale assistent-trainer die een hoofdtrainer zich wensen kon. Hij zaagde nooit aan diens stoelpoten. Ik weet dat hij van een aantal trainers geen hoge pet op had, maar dat liet hij nooit op het werkveld merken; hij probeerde hen juist  zo veel mogelijk te ondersteunen. De besten waren voor hem Michels, Kovács, Ivic, Cruijff en Van Gaal. Marten Olsen mocht hij ook graag.

Die loyaliteit was een concrete invulling van zijn trouw aan de club. Meer dan met zijn vrouw was hij met Ajax getrouwd. En dat gaf best wel spanningen en soms meer dan dat met zijn tweede echtgenote. Gelukkig had zij haar handen vol aan haar restaurant La Perche d’Or en genoot zij met Bob ook van de successen, nam de spelersvrouwen bij Europese uitwedstrijden onder haar hoede en stelde haar restaurant open voor Ajax-feesten.          

Simon Tahamata zegt in de docu: “Bobby was Ajax, Ajax was Bobby.” Dat verbond hem met de supporters, bij wie trouw aan de club door dik en dun ook tot in hart en nieren geldt. Daarom ook een prachtig levensecht standbeeld bij de hoofdingang van de Johan Cruijff Arena. En daarom ook dat we met een aantal vrienden op 7 februari 1993 een fanclub voor hem oprichtten. In De Meer sloeg Ajax zes gaten in defensie en doel van Sparta: tussen Frank de Boer en tweelingbroer Ronald twee keer Dennis Bergkamp, twee keer Marciano Vink. Euforisch vulden zich de straten en voor een deel de ‘relaxruimten’ van het stadion, waaronder het spelershome van Tante Sien. Daar ontdekte ons vaste groepje een ‘gat’ aan de kop van de bar. Bobby Haarms ontbrak, met z’n glas whisky en de sigaret tussen de vingers. Navraag bij clubarts Piet Bon leerde dat het boegbeeld van alles wat Ajax is in het ziekenhuis plots opgenomen was vanwege hartklachten. Als in een flits ontstond een initiatief bij ons – Rimco Haanstra, Jaap Stobbe, Hans Melissen, Ineke Provily en ondergetekende. Met Bert Haanstra het vaste groepje na een thuiswedstrijd immer om Bob geschaard. Vooraf aan een Europese wedstrijd stuurden we een geluksfax aan Bob. Nu stuurden we een fax dat we een fanclub hadden opgericht als ondersteuning van herstel.

img_4316  Bestuur fanclub in door Bob geschonken tenue’s

Een fanclub van alleen ons groepje, als geintje. Maar die zelfde namiddag wilden mensen die er van hoorden zich aansluiten. We konden niet meer terug, het werd kond gedaan. Oud-spelers melden zich. Johan Neeskens uit Zwitserland als eerste. We vroegen 50 gulden contributie; hij stuurde een check, die we nooit verzilverd, maar ingelijst hebben. We moesten een maximum stellen op 200. Er kwam een clubblad, Het Bobblad; er volgden feestelijke gala-avonden, waarop Bob een mentaliteitsprijs uitreikte aan spelers die dat in zijn ogen verdienden: Blind, Overmars, Litmanen, Silooy en als laatste Ole Tobiassen. 

img_4368  Danny Blind met de eerste Bobby Award

In deze tijd waarin moeizaam pensioenakkoord tot stand is gekomen en velen nog nimmer niet tevreden en terugwillen naar 65 jaar zou Bob ontploft zijn. Tot zijn grote verdriet werd hij gedwongen om op zijn 65e te stoppen. Zijn laatste wedstrijd op de bank – in dit geval naast Hans Westerhof, die de ontslagen Jan Wouters tussentijds was opgevolgd – was thuis tegen MVV. Een moeizame overwinning van 1-0, pas tegen het einde gescoord door Christian Chivu, die ogenblikkelijk naar de bank rende en Bob in de armen vloog. In een training voor de wedstrijd in de Arena had Bob Chivu nog verrot gescholden omdat hij onnodig hands maakte. Wij mochten voor onze docu die training filmen. En die adembenemende scene haalde de film. Bob was enerzijds wel blij met die vreugdesprong van Chivu als erkenning , maar je ziet hem ook Chivu  direct het veld weer induwen, want de wedstrijd moest over de streep getrokken worden. Na afloop werd Bob het erelidmaatschap van de club aangeboden, wat hem zichtbaar ontroerde en de pijn van het afscheid verzachtte. Maar je merkte steeds meer dat hij z’n kind kwijt was, z’n habitat, z’n alles. En zag ook met lede ogen dat zijn opvolger niet die zo noodzakelijke Bob-aanpak toepaste. In mijn ogen is dat een van de oorzaken van het verval in de jaren daarna, met af en toe een opvlammen, zoals onder Ronald Koeman. Bob kon zich gelukkig wel nog uitleven als ‘grasdokter’. Vanaf de opening van de Arena was de grasmat een zorgenkind en Bob sloeg toen al aan het experimenteren en bemoeide zich intensief met de kwaliteit er van. Dat kon hij nu nog voortzetten. Evenals zijn whisky en zijn sigaret bleef hij de club trouw tot het laatst. Hij was overigens ook een enorme liefhebber van Frank Sinatra en terecht.

Een opmerkelijke vriendschap

Ingvar en Otto: twee jongens uit een volkomen tegengesteld milieu en uit twee verschillende landen sluiten een vriendschap aan het einde van hun pubertijd. Ingvar Kamprad en Otto Ullman. De laatste is een Joodse jongen uit Wenen die in februari 1939 met een geheim kindertransport naar Zweden vertrekt. Volwassen vluchtelingen laat de Zweedse regering niet toe, maar voor honderd Joodse kinderen gaan de grenzen tijdelijk open. Een zekere parallel met onze tijd is treffend. Otto gaat van adres naar adres tot hij als boerenknecht terecht komt op de boerderij van Ingvar’s ouders. De boerderij heet Elmtaryd, gelegen in het dorpje Agunnaryd. Ingvar vader Feodor is een geharnaste nazi, met vele anderen in Zweden. Maar Ingvar doet niet voor hem onder en is al vanaf zijn twaalfde een betrokken lid van een nazipartij. Omdat Otto bescheiden is, hard werkt, wordt hij gedoogd op de boerderij en beschermd door de milde moeder van Ingvar. Ingvar wordt zelfs (platonisch) verliefd op hem en er ontwikkelt zich een vriendschap die zich uit in samen werken en het samen beleven van avonturen. Intussen blijft Ingvar actief binnen de partij, verspreidt folders, maakt nieuwe leden, waar Otto nauwelijks van op de hoogte is. Otto beantwoordt zo goed en kwaad als het gaat brieven van zijn ouders en andere familieleden, die zelf steeds verder in de fuik van de ‘Endlösung’ terecht komen en uiteindelijk in Auschwitz vermoord worden. Al in de oorlog begint Ingvar een handeltje in kleine artikelen als lucifers, administratiemappen, kerstversiering e.d. Deze handel breidt hij na de oorlog, waarbij ook Otto ook een tijdje een onderdeel vanuit maakt. Uiteindelijk leidt dat tot het concern, waar iedereen wel eens wat gekocht heeft, al is het maar dat handige stevige houten trapje: IKEA oftewel Ingvar Kamprad Elmtaryd Agunnaryd. Vorig jaar overleed de ongetwijfeld rijkste man van Zweden. Die ook na de oorlog nog redelijk lang extreem-rechtse opvattingen koesterde. In de oorlog was hij al geswitcht van de haatdragende Zweedse nazileider Sven Olov Lindholm naar de enigszins academischer fascistenleider Per Engedahl, maar laatstgenoemde bleef een icoon voor de IKEA-oprichter, wellicht zijn hele leven lang. In de teksten van Engedahl klinken woorden als ‘noords’ en strijd tegen verdunning van de cultuur door het binnendringen van vreemde culturen. 

Bovenstaande gewerd mij middels een boek van de Zweedse schrijfster en journalist Elisabeth Asbrink, zelf kind van een Joods-Hongaarse vader en een Joods- Engelse moeder. In het Nederlands vertaald heet het boek ‘Bijna zijn wij aan de beurt’ en verscheen in 2012. Ik vond het onlangs in de ramsj en een voor mij tot nu toe ongekende wereld ging open. Zij was in het bezit gekomen van de honderden brieven die de ouders van Otto aan hem schreven. Na het lezen van het boek ben ik nog meer overtuigd van het gevaar van Baudet en zijn trawanten. Zijn gedachtengoed was in Zweden voor de oorlog al bij een behoorlijk deel van de bevolking bon ton.

unknown  Ik zou zeggen: koop het, lees het en huiver.

Het Gooi- Elten en St.Vitus

Deze week kon ik m’n boekenverzameling over Het Gooi aanvullen met een uitgave uit 1905, getiteld ‘Wandelingen door Gooi en Eemland en Omstreken’ van prof.J.A. De Rijk e.a. Een prachtig gebonden boek, met kleurkaarten en zwart-wit foto’s, gekocht bij Klaas Oostrom  uit Bussum die boeken verkoopt, waarvan de opbrengst gaat naar Silent Work, een organisatie die zich inzet voor kinderen in ontiegelijke gebieden in Afrika. In het boek zijn talrijke advertenties opgenomen, in fraaie lay out, die al de moeite van het bestuderen waard zijn. Zo is er een advertentie van H.Determan uit Hilversum die in kapitale letters adverteert met ‘passementerieën’. Geen idee wat dat zijn, maar Google helpt verder. Passementen zijn ornamenten voor het afwerken van kleding, gordijnen of meubels. de vervaardiging en verkoop er van is dan een passementerie.  In Utrecht blijkt op de Lijnmarkt nog een passementerie te bestaan: Baars & van de Kerkhof.

Enfin, het gaat me om de inhoud van het boek. In de inleiding wordt benadrukt dat Het Gooi geologisch/geografisch een unieke positie inneemt in het westen van ons land. Een ‘eiland’ boven Amsterdams Peil in de beide Hollanden, Zeeland en een deel van Utrecht. Het kent daarom al een zeer oude bewoningsgeschiedenis; er zijn zelfs sporen van Neanderthalers gevonden in de buurt van Huizen.                                                                          Een andere bijzonderheid is dat vanouds de Gooise kerken zijn gewijd aan St.Vitus, een heilige die verder weinig in ons land werd vereerd. De reden: ruim 1000 jaar geleden werd het gebied geschonken aan de abdij van Elten, die aan St.Vitus gewijd was. Het gebied tussen Eem en Vecht heette toen Nardingerland en was in bezit van graaf Wichman. Elten ligt achter Arnhem, is Duits, maar na de oorlog nog even als genoegdoening Nederlands grondgebied geweest en bestaat uit Laag-Elten en Hoog-Elten oftewel de Elterberg, waarop de abdij lag. De stamvader van graaf Wichman stierf in 690 als hertog van de Elzas. Na een paar generaties ging de hertogentitel verloren en werd vervangen door de graventitel van Noordgouw, een graafschap in het noordelijkste deel van de Elzas, grenzend aan Palts-Beieren oftewel de streek rond Karlsruhe. De Elzassers kregen delen van Nederland, waaronder Nardingerland in bezit na een oorlog tussen de reeds christelijke Franken en de nog heidense Friezen. De Franken wonnen en gaven veroverde gebieden in bezit van strijders aan hun kant. Onder hen Ruthard, een voorvader van Wichman, die behalve het latere Gooi ook de Veluwe in handen kreeg. Wichman was ook nog graaf van Hameland, het Gelderse deel rechts van de IJssel. Urk viel waarschijnlijk ook onder zijn gezag. Wichman had twee dochters, van wie Luitgarde zich aangetrokken voelde tot een kloosterleven. Hij stichtte toen voor haar een abdij te Elten het zuidelijkste deel van Hameland. En schonk haar als ‘bruidsschat’ Nardingerland.

Luitgarde wijdde haar klooster aan St.Vitus. Vitus werd als zoon van een heidense senator op Sicilië geboren en bekeerde zich al op zeer jonge leeftijd tot het christendom. Zijn vader tracht hem middels martelingen daarvan weer af te brengen. Hij vertrekt naar Rome, geneest de krankzinnig geworden zoon van keizer Diocletianus, wat hem door de keizer bepaald niet in dank wordt afgenomen. Hij is een gewelddadig tegenstander van de kerk en ook Vitus treft zijn toorn en terreur. Hij bezwijkt uiteindelijk onder de martelingen van Diocletianus en ook Maximianus. St.Vitus – zijn naamdag valt op 15 juni – is de beschermheilige van dansers, zangers en epileptici. Zijn relieken worden bewaard in de Duitse Abdij van Corvey. De st.vitusdans is een populaire benaming van zeldzame neurologische ziekte, gekenmerkt door schokkerige/dansende beweging van gelaat en ledematen. Ten tijde van Pepijn de Korte, de eerste koning der Franken uit het Karolingisch huis was het lichaam van St.Vitus overgebracht naar St.Denis, waar Pepijn zelf ook begraven ligt. (Vanaf Clovis I werden tot aan de Revolutie van 1789 vrijwel alle koningen in de basiliek daar begraven; tijdens de revolutie werden de graven geplunderd en de stoffelijke resten in een massagraf gegooid; in 1815 volgde herstel en werden ook 19e eeuwse koningen hier begraven)  In 863 werd St. Vitus in plechtige optocht overgebracht naar een nieuw klooster in Corbey/Westfalen. Twintig dagen duurde de reis en trok veel bekijks onderweg. De bevolking was dermate onder de indruk dat men de heilige zwaar begon te vereren. Tot het gebied waar de tocht heen voerde behoorde ook Hamaland. Vandaar dat het door Wichman voor Luitgarde gebouwde klooster aan hem gewijd werd. Het klooster vergaarde roem en rijkdom, kreeg het predikaat koninklijk en bleef bestaan tot aan de Franse omwenteling. In de 13e eeuw schonk de abdij Gooiland aan graaf Floris V van Holland. Maar nog lang daarna heeft de abdij een stenen voet aan de grond in het gebied. Dat ontdek ik op een 16e eeuwse kaart. Boven Maartensdijk, toen nog St.Maartensdijk als kerkje weergegeven, is een huis met bomen getekend en daarbij geschreven : ‘die hofstede van Elten’. Op een huidige kaart is daarvan niets meer te zien. 

49733      pdf.

266px-vitus_cxxvr    corvey_westwerk      Vitus – Abdij van Corvey

220px-saintdenisexterior  St. Denis

Op het Online-Museum Bilthoven vind ik een artikel van  L. van de Brink uit 1993 over de hofstede van de Vrouwe van Elten. Deze beschrijft eerst hoe Nardingerland en de abdij van Elten met elkaar verbonden werden, zoals ik hier boven heb gedaan. En gaat dan nader in op de betekenis en consequentie van het verkrijgen van de door Wichman geschonken bruidsschat.   Deze had pas waarde als het grondgebied inkomsten zou opleveren. Dat vroeg om structuur en bestuur. Bestuur hield o.a. in leiding in de rechtspraak. In 996 verwierf de abdis tevens landsvrouwe een hogere rechtsmacht oftewel ‘het recht van put en galg’. Het gaf het recht om bij bepaalde vergrijpen de doodsstraf uit te spreken. De exploitatie van een grootgrondbezit verliep vaak via een ‘curtis’. Van de Brink: “Dat was een bedrijfsorganisatie met als centrum ‘den hof’ van de heer of vrouwe en aantal hofhorige hoeven rondom”. Het is heel goed mogelijk dat de Vrouwe van Elten ook zo’n ‘vroonhoeve’ kende.

De  stadssecretaris van Naarden, Pieter Aelmanszoon, deed van 1525 tot 1527 te voet onderzoek naar niet alleen de omstreden grens tussen Gooi en Sticht, maar ook naar deze vroonhoeve, wier bestaan dus toen al onduidelijk was. Van een voormalige monnik van de abdij van Oostbroek, ene Gijsbert Lapp, vernam hij dat het om een grote hofstede moest gaan, omringd door grachten en verwees hem naar een gebied ten zuidwesten van de Vuursche. De stadssecretaris vond de resten van een donjon en ridderzaal, een bouwontwikkeling uit de 13e eeuw. In een proces-verbaal uit 1449 aangaande de grens tussen Holland en Sticht is ook sprake van een Hofstede van Elten.   Van de Brink vermoedt nu dat het in de buurt heeft gelegen van boerderij Tautenburg. In de tweede helft van de 16e eeuw liet de Utrechtse bisschop Frederik Schenk van Toutenburg een jachtslot bouwen in de buurt van die in dezelfde tijd gebouwde boerderij: “Zou het kunnen zijn, dat het kasteel Toutenburg werd gebouwd op de fundering van de hofstede van de Vrouwe van Elten?”. Zijn gewaagde veronderstelling zou hij graag bevestigd gezien worden door grootscheepse opgravingen. Als je Tautenburg intikt op Google kom je bij een tennisvereniging in Maartensdijk die zo heet en tik je Toutenburg in , met ou dus, kom je bij zorgboerderij Nieuw-Toutenburg.

Albertus Perk, notaris en historicus van Hilversum, kopieert in 1843 de kaart van 1525, dus inclusief de Hofstede van Elten. Deed hij dat te klakkeloos of was de situatie in al die eeuwen nauwelijks of niet veranderd? En was er inderdaad nog een overblijfsel van die hofstede? En gaat de theorie van Van de Brink (Elten=Toutenburg) dus niet op? Hoe het ook zij: behalve dat nog steeds de katholieke godshuizen in het Gooi aan St.Vitus gewijd zijn, herinnert er niets meer aan de eeuwen dat Gooiland aan Elten verbond. Overigens is de kerk van Laren vanouds aan St.Jan gewijd en die de RK kerk van Huizen aan de apostel Thomas, aan wie de voorloper van de (Hervormde) Oude Kerk al gewijd was. Dat duidt er op dat in deze plaatsen als godshuizen stonden, voordat Nardingerland/Gooiland in bezit kwam van de Eltense abdij.

 

 

49733

De zwerftocht van Belcampo

‘k Las onlangs Het Zoutpad van Raynor Winn. Zij en haar man Moth – al dertig jaar samen, twee volwassen kinderen – raken vanwege een speculatieschandaal hun oude, zelf opgeknapte boerderij annex B&B kwijt en daarmee ook vrijwel al hun geld. Ze raken dakloos, terwijl Moth ook nog eens te horen krijgt, dat hij een ernstige ziekte onder de leden heeft. Ze nemen het impulsieve besluit om de eeuwenoude South West Coast Path te gaan lopen, een tocht van ruim duizend kilometer langs de zuidkust van Engeland. het boek met een verrassende ontknoping is daarvan een fascinerend, goed geschreven en somwijlen verbijsterend dan weer ontroerend verslag. Het is tevens een ‘innerlijke’ ontdekkingsreis.

Het deed me denken aan De zwerftocht van Belcampo. Belcampo is het pseudoniem van Herman Pieter Schönfeld Wichers, geboren op 21 juli 1902 in Naarden en op 2 januari 1990 overleden in Groningen. ‘Belcampo’ is een Italiaanse vertaling van Schönfeld. Hij studeerde rechten in Leiden en Amsterdam en later geneeskunde en was huisarts in Bathmen en studentenarts in Groningen. In 1934 verscheen De verhalen van Belcampo. Zijn tweede boek, verschenen in 1938, eveneens in eigen beheer, was bovengenoemde zwerftocht. Het is een verslag van een tocht van acht maanden door Europa, van oktober 1933 tot mei 1934. In de zomer van 1993 reisde ik hem tot in Italië na voor de VPRO-radio.

In een kort voorwoord beschrijft  Belcampo het motief van zijn wandelende onderneming:

De hele wereld spant samen om te maken dat ik niet werk. Ik zou aan het hoofd kunnen staan van een landbouwonderneming, een advocatenkantoor, een autobusbedrijf, een gezin, een fotografisch atelier, een tijdschrift, een zondagsschool en ik weet niet wat al meer, maar ik krijg er geen kans toe. Nu de wereld mijn werk blijkbaar niet nodig heeft, achtte ik mij aan het bijbelwoord: ” In het zweet des aanschijns zult gij uw brood verdienen” onttrokken en omdat er dus nergens een vaste plaats voor me was, heb ik me maar meteen in beweging gezet.

Belcampo kan aardig portrettekenen en daarmee ‘koopt’ hij onderweg voedsel en onderdak. Soms krijgt hij een lift, vaak slaapt hij in hooibergen. Mussolini is al een tijdje aan de macht in Italië en de opkomst van Hitler veroorzaakt de nodige onrust in Europa. Hij start in Amsterdam, kan meerijden tot Utrecht, reist via Arnhem en Nijmegen, wandelt door Limburg en steekt bij Maastricht de grens over en komt via Huy in de buurt van Namen. Mijn toenmalige partner G.S. en schrijver dezes overnachtten in een sfeervol hotelletje in Celles. Op 1 augustus worden we wakker met het bericht dat koning Boudewijn de dag er voor in Mostril, Spanje is overleden. Belcampo schrijft:

De weg door de Ardennen was niet erg bezocht, zodat ik de hele dag moest lopen. Met nuchtere maag was ik op weg gegaan, de boer was al weer een uur aan ‘t werk. In een klein winkeltje te celles ontnuchterde ik. Van de winkelierster kreeg ik een grote, gekonfijte peer er bij. Ik zou wel, net als sommige liefdadige doeleinden, een een verantwoordingslijst van de arme zwerver Belcampo kunnen publiceren: winkelierster – een gekonfijte peer, visboer bij de weg – een gebakken bot, boerin met blauwe hoofddoek – halve liter melk, een heer, die onbekend wenst te blijven – een vriendelijk woord.                                                                                 Op de Michelinkaart staat de hele weg als schilderachtig aangegeven. Vergeleken met andere autowegen mag dat misschien wel opgaan, maar de voetganger kan daar beter zijn ogen op het eigen inwendige richten.

In Frankrijk beland kan hij een lift krijgen van een handelsreiziger tot aan Sedan.Hij vervolgt z’n tocht verder via Verdun, Nancy en Langres. Dijon, Bourg en Bresse volgen. Na Brou en een groot meer, Le Grand Bataillard schrijft hij:

Vóór de duisternis kwam ik aan een grote boerderij. Les grandes Roussières. Het eten gebeurde aan een hele lange tafel en er was wijn bij. Er zaten wel zestien mensen bij elkaar, maar er werd zowat geen woord gesproken; een mismaakte jongen tichelde voortdurend achter zijn hand.Ik zat helemaal aan het ondereinde van de tafel net als een reizend man in de middeleeuwen. In het hooi dacht ik na over het verschil tussen Goethes Italiaanse reis en de mijne. Stel je voor, dat ik later ook eens beroemd werd en zich een vereniging oprichtte met het doel, op alle plaatsen, waar ik overnacht had , een gedenksteen aan te brengen. Dat zou nog een hele uitzoekerij zijn om al die hooibergen terug te vinden. Enfin, ´´én weten jullie nu al vast: Les Grandes Roussières bij saint Paul de Varax.

Dit was voor G. en mij voldoende aansporing om die boerderij te zoeken. Nu eenvoudig met Tom Tom of Google Maps op de iPhone; toen aandachtig speurwerk op de Michelinkaarten. We vonden de boerderij, zonder ‘Grandes’. Maar een oud baasje dat er nog woonde herinnerde zich als kind een Nederlandse man, die tekende en hij liet ons in de keuken een grote tafel zien uit die tijd en nog immer in gebruik, zonder het aantal knechts van toen. Een gedenksteen was niet zo snel gemaakt, maar op een betonnen paal voor de bovengrondse telefoonlijn konden we wel een geschreven herinnering aan de legendarische en meest merkwaardige schrijver van ons land aanbrengen.

img_4713   img_4714

img_4716    img_4717

img_4715

 

Enigszins brutaal dus ook mijn eigen naam achter gelaten. Onze tocht in zijn voetspoor eindigde in Florence. Wij hadden niet meer tijd. Belcampo reisde door tot op Sicilië  en weer terug naar Bari om vandaar over te steken naar Dubrovnik, door Herzogowina naar Mostar, Brod en Ossijek, Boedapest, Praag en Dresden naar Hildesheim, wat hij verlaat op 1 mei. Een vrachtrijder brengt hem in Nordhorn:

en toen ik zag, dat Nederland al die tijd precies op dezelfde plaats was blijven liggen, was ik erg blij.

Er is nog een ander ding dat mij blij maakt. Ik denk aan de vele kinderogen, de hele weg langs, die die uitheemse tekenende man hebben aangestaard, en ik weet, dat ik voor honderden mensen het eerste blijvende herinneringsbeeld zal zijn.

Een tachtig jaar oud reisboek en een vers reisboek: beiden zeer de moeite van het lezen waard!

Verkiezingsdebat

Net als Bas Heine had ik geen zin om naar Rutte versus Baudet te kijken. Vooral omdat laatstgenoemde alle kwalijke sappen in mijn lijf tevoorschijn roept. Niet goed voor mijn nachtrust. Ik keek wel naar het debat tussen twaalf lijstaanvoerders op wie we vandaag echt kunnen stemmen. Helaas ook daar een paar die me onpasselijk maakten. Gelukkig waren daar ook de rust van Frans Timmermans, de olijke helderheid van Bas Eeckhout en de standvastigheid van Sophie in ‘t Veld. Positief verraste me de man van Denk en de grote vrouw van de Partij voor de Dieren miste gelukkig het onaangename fanatisme van Marianne Thieme. Het nationalisme van de vertegenwoordiger van de PVV gleed van me af, maar misselijk werd ik van Eppink van het te vrezen Forum en nog meer van de lijstaanvoerder van de SP, ene Hoekstra. Over de SP wil ik het nader hebben. Dochter Marijnissen bezorgt me al van het begin koude rillingen. In haar ogen lees ik minachting voor anderen en een overdosis zelfgenoegzaamheid; haar teksten zijn mantra’s met een stem als van een snijbrander. De voorzitter van de partij treft mij in een meedogenloze hardheid, opgesloten in een ijzeren toren van altijd gelijk hebben en willen hebben. Dat smakeloze spotje waarin Timmermans vernederd wordt: men heeft  zelf blijkbaar niets anders in huis dan een liefdeloos schoppen van een ander. Die partij kent alleen liefde voor ideologie en niet voor mensen. Daarvan getuigde ook het optreden van die Hoekstra. Een gezicht en woorden getekend door verbetenheid en minachting voor anderen. Het is luid maar loos getoeter, schallend koper zonder liefde.

Waarom doen partijen mee aan Europese verkiezingen, die tegen Europa zijn, tegen de Unie, die zich willen terugtrekken in een eigen nationalistische bekrompenheid? Over een uittreden uit de Unie gaat het Europees Parlement helemaal niet. Dus deelname is alleen bedoeld om dwars te zitten, om te frustreren, voor de voeten te lopen, te lopen pesten op het plein van de democratie. Aan Europa valt nog heel wat te sleutelen en te verbeteren, maar laten dat partijen doen die principieel voor Europa zijn. Dus mijn voorstel is om de volgende keer alleen partijen toe te laten die die keuze maken en partijen te formeren die je in elk land kan kiezen, zoals nu Volt.

Urker schedels

Wat maakt iemand tot een echte Nederlander? Ik meen dat het in feite er op neer komt dat de ‘ware’ Nederlander iemand is die een ander niet als zodanig kwalificeert, ondanks dat hij/zij onze taal beheerst, keurig meedraait in de samenleving, werk heeft en zich grotendeels aan de wet houdt etc. De berg is een berg, omdat er een dal aan zijn voeten ligt, zo iets.

Bij diegenen die de multicultuur als mislukt beschouwen  en als onmogelijk – en die eigenlijk ook verafschuwen – ligt een superioriteitsgevoel op de bodem van ziel en denken, die doet denken aan de Farizeeërs die in de tempel zich biddend op de borst slaan en blij zijn niet te zijn als die verachte tollenaars.

Zij doen er goed aan om nog eens naar een programma als ‘Verborgen verleden’, waarin de herkomst van Bekende Nederlanders wordt onderzocht, te kijken. Dan wordt duidelijk dat zij (bij  de een meer, bij de ander minder) het resultaat zijn van multiculturele ‘input’. Maxima zei het al: Dè Nederlander bestaat niet.

 

In de 19e eeuw deed de Utrechtse hoogleraar Pieter Harting (1812-1885) als bioloog en fysisch geograaf onderzoek naar de mensen op Urk, omdat hij veronderstelde dat zij de afstammelingen zijn van de zgn.oer-Nederlander.

Voor zijn onderzoek kreeg hij hulp van Johannes Fredericus van Hengel (1811-1892).

Deze wijdde het grootste deel van zijn leven als gemeentegeneesheer aan de verbetering van de hygiëne en de  leefomstandigheden van Hilversum. En hij schreef met een collega en zijn opvolger “Geneeskundige Plaatsbeschrijving van Het Gooiland’, een uniek en zeer gedetailleerd biologisch, medisch en sociologisch rapport, ruim voorzien van cijfers en statistieken.

 

In 1876 gaat Van Hengel met pensioen om vervolgens nog een poosje waar te nemen op Urk. Vandaar roept hij ‘vermogende personen van het Gooi’ op “een bijdrage te leveren ten behoeve van een tehuis waar oude vissers kunnen worden verpleegd”. Maar op Urk doet hij ook iets wat pas in 2005 wordt ontdekt. Ten behoeve van Hartings onderzoek ontvreemdde Van Hengel drie schedels uit Urkse graven.  In een brief aan Harting maakt Van Hengel zelf melding van die ontvreemding èn ruil: hij verwisselde ze met drie Hilversumse schedels die hij met olieverf beschilderde om ze ouder te doen lijken. Het waren Urkers met historisch bewustzijn die in het Utrechtse universiteitsmuseum de Urker schedels hadden zien liggen en die actie zijn gaan ondernemen, hetgeen leidde tot het comité ‘Urker schedels’. Pas op 5 juni 2010 keerden de schedels op Urk terug, waar ze op 20 juli plechtig naar Urkse traditie werden herbegraven op het kerkhof rond de kerk op de kop van Urk, bij het monumentale vissersmonument.

 

In de media is er nauwelijks aandacht voor. Alleen het NOS-journaal deed bij monde van Paulien Broekema verslag.

Dit is als artikel eerder verschenen in Argus, een twee-wekelijkse krant voor liefhebbers.