Huinerpad – klompenpad in buitengebied van Putten

Op 19  augustus in het corona-jaar 2020 begaf ik me naar de buurtschap Huinen, parkeerde de auto bij de buurtschool en begon aan een 15 km lange tocht over essen, langs akkerranden, overlandgoederen, door weilanden en over eeuwenoude boerenerven.

img_8768   img_8769             verenigingsgebouw   en school (met de Bijbel, uiteraard)

12795409_758743557558920_8828980562735624765_n   goed bevolkte school altijd

Direct aan het begin kwam ik op een smal paadje tussen houtwal en weiland een boer op een fiets tegen. Ik moest de houtwal op. De vriendelijke ontmoeting leidde tot een vrij lang gesprek over het boerenbestaan, over de in mijn ogen verwoestende uitwerking van maisvelden, de boerenprotesten, Carola Schouten als minister en de toekomst van het boerenbedrijf, de alternatieven ervan. De lange vijftiger met echte boerenknuisten en een gezond blozend gezicht was geen radicale activist, maar vond wel dat ook de huidige minister de boeren in de steek liet. Qua verdiensten zijn ze niet veel opgeschoten, met honderd koeien nu verdienen ze net zo veel als met dertig vroeger. De lasten zijn hoog, er is een vracht aan administratie, waardoor loonbedrijven ingeschakeld moeten worden, de banken zijn de baas. mais is nodig als het meest goedkope en praktische krachtvoer en het saaie raaigras voor de noodzakelijke eiwit. Overschakelen op biologisch is niet eenvoudig en een zorgboerderij beginnen of camping lijkt wel leuk, maar helpt je niet uit de financiële zorgen, zeker als je onlangs voor heel veel geleend geld heb moeten investeren in een nieuwe schuur, zoals hij. De familie boert al 500 jaar op zelfde plek, maar wellicht is hij de laatste. Alleen zijn jongste zoon zegt ambitie te hebben hem op te volgen, maar het joch is nog maar elf, dus … En daar ging de openhartige Hervormde boer, wiens zuster nog directrice is geweest van Voor Anke, het Hervormde  bejaardenhuis van mijn dorp.

img_8770   img_8771

Houtwallen zijn kenmerkend voor het landschap van Huizen. De keuterboeren van vroeger werkten met blokvormige kavels akkers en weiden, afgescheiden door houtwallen, ter bescherming tegen wild. Het hout werd gebruikt als gemakshout bij huis en haard.Ik kom over een oud kerkenpad te lopen, waarover de Huiners naar Putten liepen. Huinen heeft nu zelf een eigen kerk. Een PKN kerk, maar van orthodoxe signatuur (Ger. Bond). Vanaf 1929 kerkte men in een verenigingsgebouw naast de school, vanaf 1965 in de Zuiderkerk, die ik tegen het eind van mijn wandeling voorbij wandel.

img_8773   img_8775

img_8776   img_8779

 

Een man repareert een afzetting van een weiland vol mest. Ik vind het niet onaangenaam ruiken. We groeten elkaar en ik vraag hem van welk beest de mest afkomstig is. Van rosé kalveren zegt hij. En zo komt ons gesprek op de wereld van de kalverfokkerij. Kalverboeren, zoals zijn broer, voor wie hij de afzetting gerepareerd, zijn afhankelijk van de voederjongens, waarvan Van Drie de grootste is, die bijvoorbeeld de firma Boeve uit Uddel heeft overgenomen. Van Drie bepaalt, de boer betaalt. Het bewijs wordt direct geleverd: een enorme vrachtwagen van Van Drie komt over het smalle weggetje aanrijden.  Van Drie is ook eigenaar van Struijk, de conservenfabrikant. 

img_8781   img_8788

img_8789   img_8790

Mijn wandeling speelt zich af niet ver van de buurtschappen Halvinkhuizen en Krachtighuizen. Huinen zelf is eeuwenoud. Er zijn graven gevonden uit de 8e en 9e eeuw. De naam is afgeleid van hun(e), veelkleurig, bruin.

img_8791   30 Hervormde Gemeente Putten - Zuiderkerk - orgel (De Koff)           Zuiderkerk van Huinen   en orgel

Mijn wandeling eindigt  op het erf van de boer die ik sprak, Van de Kamp geheten, naar de boerderij. Al 500 jaar staat er een boerderij met die naam en een boert er een familie met dezelfde naam. 

img_8792   img_8793              boerderij van de Kamp                                            koekenpanverzameling

img_8795   img_8794             van boerderij naar school

 

Norderpad – klompenpad bij Putten

Op 22 september van het corona-jaar 2020 liep ik 12 km vanuit het centrum van Putten door fraai buitengebied richting Veluwemeer en zuidelijk van Ermelo. Dit Norderpad start bij de Oude Kerk van Putten. Reeds in de 10e eeuw is er een melding van een kerk op die plek, een eenvoudig bouwwerk  van hout en leem. Begin 11e eeuw ontstaat een kerk van steen, waarvan nog restanten in de toren te zien zijn. De kerk is van ouds gewijd aan één van de IJsheiligen, Pancratius. De traditie wil dat op 12 mei 304 een 14 jarige Phrygische jongen na weigering om het chr.geloof af te zweren gemarteld werd in Rome. Hij is een van de oorspronkelijk vier IJsheiligen: Mamertus (11 mei), Servatius (13 mei) en Bonifatius (14 mei). Servatius is die van Maastricht en Bonifatius die niet van Dokkum. De IJsheiligen zijn ‘strenge heren’ die staan voor het meteorologisch  volksweten van de overgang van weer met nog evt. nachtvorst naar een periode met meest zonder de nachtelijke kou. Tegen de oostmuur van de kerk bevindt zich een steen die herinnert aan het Puttense oorlogsdrama van begin oktober 1944. Als vergelding voor een gewelddadige verzetsdaad werd het dorp gebrandschat, vrouwen opgesloten in de kerk, mannen en jongens in de school en de eierhal achter de kerk en tenslotte werd meer dan 650 mannen vanuit de kerk afgevoerd naar Kamp Amersfoort en vandaar naar Neuengamme. Slechts 48 mannen keerden terug. Op 22 augustus 2013 overleed de laatste overlevende van de Razzia. De dorpspomp op het pleintje voorzag in oude tijden in drink- en bluswater.

img_9127    img_9129

san_pancrazio_guercino_1616  Pancrazius         war_monument_church_putten

Ik wandel de Papiermakerstraat in en sla rechtsaf naar de Brinkstraat bij het politiebureau. Vroeger begonnen daar de akkers. En wat nu parkeerplaats is stond de Kelnarij, waar vanuit de kloosterbezittingen werden beheerd, zoals boerderijen. Die beheerder heette ‘cellerarius’ oftewel cellenaar. Vandaar Kelnarij. De pacht, grotendeels in natura als gedeelte van de oogstend hier verzameld en met paard en wagen naar kloosters in het huidige Duitsland vervoerd. Napoleon maakte een eind aan dit systeem.De staat confisqueerde de bezittingen en verkocht het door aan grootgrondbezitters. Zij hielden grote delen van wat tot het buurtschap Norden behoorde in takt, tot op de dag van vandaag.

img_9131    img_9132

img_9133   img_9134

Ik kom aan bij de Oude Rijksweg, de N303, steek die over en vervolg over de Telgteweg langs Schootmanshof, de grote algemene begraafplaats en langs de wielerzaak van Geurts en neem het Kerkepad, waar in het bos ik eventueel verrast kan worden door de vrij zeldzame middelste bonte specht. Het Kerkepad komt uit bij de Beekweg en gaat daarna verder tot an de Volenbekerweg , die weer uitkomt bij de Vanenburgerallee.  Over zandweg en bospad loop ik achter landgoed en kasteel De Vanenburg langs. Het is hier bijna 15 meter lager dan het Puttense kerkplein. De vijver is een restant van de 18e eeuwse Engelse tuin. Van 1931 tot 1940 functioneerde het als zwembad en je kon er roeien en kanoën. Kasteel en landgoed De Vanenburg was oorspronkelijk een boerderij van een klooster van Paderborn: ‘het goed tho Nulde’ geheten. In de 17e eeuw bouwt Hendrik van Essen een nieuw gebouw ten oosten van de oude boerderij. Eerst de oude boerderij en later – in 1813 – werd het gebouw van Van Essen afgebroken. Pas rond 1870 bouwt Frederik van Aylva, baron van Palandt het huidige Vanenburg., met oorspronkelijk een lange zichtas naar de toren van Putten. Tijdens de oorlog was het een gevangenkamp voor Joden. Thans is het hotel en restaurant, eigendom van de Vanenburgerallee Group van Jan Baan.

img_9135    img_9137

img_9138    img_9140

vanenburg    img_9141

Via de Engersteeg en de rechte Cleenhorsterweg kom ik op de Zuiderzeestraatweg, vervolgens passeer ik het station, sla linksaf en dan weer rechts naar de Handelsweg om via Keizerswoert en Husselsesteeg  bij de Putterbrink uit te komen. Hier tref je nog een paar stokoude boerderijen, met in een bocht  rijksmonument ‘Colengoed’. Ik kom weer bij de Oude Rijksweg, steek die over en even later ben ik weer in het centrum van het Veluwse dorp.

img_9142    img_9143

img_9147    img_9146

 

 

 

Limespad – 8 – Fort Vechten – Cothen

Op zaterdag 19 september in het corona-jaar 2020 begonnen we – Rob, Fieke, Marianne, Anja en ik –  bij Fort Vechten, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tunnel onder de A12 door, over het spoor, een klein stukje langs de N411, hier Koningslaan geheten, naar Bunnik. En snel weidegebied in, 550 meter over het zgn. Bunkerpad. Dat pad komt uit bij de brug naar kasteel Rhijnauwen. Ooit een ridderhofstad, het gebouw dat er nu staat is 18e eeuws en doet sinds 1933 dienst als jeugdherberg, daarmee de oudste van ons land. Een beroemde Theetuin trekt vele toeristen, fietsers en wandelaars.

img_9044    img_9045  Bunkerpad

img_9046    img_9047

poortgebouw kasteel Rhijnauwen                          kasteel zelf (auen=drassige grond)

Voor ons is een versnapering te vroeg en wij zetten de route voort langs de Kromme Rijn, met zicht op een fraaie boerderij aan de overkant en daarachter Fort Rhijnauwen, het grootste in de Waterlinie, gebouwd om artillerieaanvallen op de stad Utrecht te weerstaan. Het voormalige jaagpad dat we lopen is tevens onderdeel van het Utrechtpad en loopt helemaal om Bunnik heen.

532px-kasteelrijnauwen    img_9048

 Bunnik telt zo’n 15.000 inwoners en kent een geschiedenis van 2000 jaar, ontstaan als nederzetting en handelsplaats bij het Romeinse castellum Fectio- Vechten. Na de Romeinen zijn het de Friezen en Franken die hier heersen en uiteindelijk de bisschop van Utrecht. Dan wordt het gebied steeds meer ontgonnen, een proces dat duurt van de 8e tot 14e eeuw. De dorpjes Bunninchem (Bunnik), Iodichem ( Odijk) en Wercundia (Werkhoven) ontstaan, met in de 12 eeuw eigen kerkjes. Bunnik is de geboorteplaats van Katja Schuurman en de woonplaats van Thea Beckmann, Vincent Bijlo en oud-voetballer Leo van Veen.

img_9051    img_9050  opgeblazen visbootjes                                              futenfamilie

We gaan de A12 onderdoor en blijven de Kromme Rijn volgen. Nu om Odijk heen.  Dit bijna 6000 inwoners tellend dorp was  in zijn jeugd de woonplaats van Wouter Bos. Ook de PVDA activist Piet Reckman woonde er en aidspatient Reneé Klijn die met z’n song Mr.Blue dankzij Paul de Leeuw  beroemd werd. Dat ook de FC Utrecht-voetballers Didier Martel en Harald Wapenaar er woonden is voor de echte voetballiefhebber. We komen bij een weg over de Kromme Rijn, waar twee jongetjes en een  meisje dapper van de brug de rivier in duiken. Dichtbij Werkhoven ligt aan de overkant van het water Kasteel Beverweert, een van oorsprong 13e eeuwse ridderhofstad, gebouwd op een eilandje. Ooit in handen van een telg uit de Oranje-Nassau-familie is het nu in handen van Geert Jan Jansen, de grootste kunstvervalser van onze tijd en de vorige eeuw. We komen op de Werkhovenseweg, schampen het dorp, steken de Achter Rijn over en vervolgens de Kromme Rijn, slaan rechtsaf naar de Jachtlustlaan. We komen weer bij de Kromme Rijn uit en uiteindelijk bij de N229 naar Wijk bij Duurstede. Het Utrechtpad is intussen een andere weg in geslagen. 

img_9053   img_9055            de dappere kinderen                                                Beverweert

img_9056     img_9057            Oprijlaan naar Beverweert                                        Zicht op Werkhoven

Inmiddels was de beslissing gevallen dat Anja en ik de route zouden verkorten. Het eigenlijke pad gaat vanaf de N229 via de Oude Kromme Rijn  en komt na drie kilometer dan weer terug bij de Kromme Rijn zelf. Een uitstulping in de route, die sterk lijkt op het aneurysma in mijn buikaorta. Anja en ik volgen een stuk de N229, tot we de Kromme Rijn over kunnen en aarde andere zijde weer over een jaagpad van grind richting Cothen kunnen.  We treffen een bankje en wachten daar in heerlijk weer de komst van Fieke, Marianne en Rob af. Gevijven komen we in Cothen, eten een boerenijsje en vinden een terras bij  eetcafé ‘t Molentje, waar het heerlijk eten en drinken is. We hebben er respectievelijk 17 en 20 km opzitten. 

img_9060   b55193f5-8626-4df7-952f-65719903847d                ode op de Kromme Rijn                                           het laatste stuk tot aan Cothen

efd4fe26-8409-4103-a215-0c5f71fae8b1    img_9061                                boerenijs                                                                      RK kerk Cothen

img_9062    img_9064  eetcafe ‘t Molentje                                                     Rob aan het Scrypto (NRC)

173px-molen_oog_in_t_zeil_cothen     unknown                                                  Molen van Cothen                   Prot. kerkje

Westerborkpad 15 – Zwolle – De Lichtmis

Op 16 september in het corona-jaar 2020 eindelijk weer eens een vervolg gemaakt op mijn weg van Amsterdam naar Westerbork. De auto geparkeerd in een parkeerkolos achter het station, door het station gestoken en toen op weg naar de binnenstad. Als ik de Sassenpoort zie , heb ik 2/3 van het pad afgelegd, 200 km van de iets meer dan 300.  De poort is als enige overgebleven van de zeven die de stad telde, in een rondom ommuring. De Sassenpoort uit waarschijnlijk 1409 is een binnenpoort. Er was dus ook ooit een buitenpoort. Tussen beiden een rondeel met plein. In de 16e eeuw werd de hertog van Gelre verrast door hem toegang te verlenen door de buitenpoort. Die werd achter hem gesloten, de binnenpoort werd zwaar verdedigd, de hertog zat in de val. Ik heb nergens kunnen lezen waarom hij zo heet. Ik vermoed een assimilatie van Saksen. Na de poort volgt de Sassenstraat. Een steegje in en al spoedig sta ik voor de synagoge met joods oorlogsmonument. In de 14e eew woonden er al Joden in Zwolle. Maar na de openstelling van de gilden in 1756 kwam het tot een echte gemeente. Tot 1899 deed de Librije dienst als synagoge. Daarna het huidige gebouw. De gemeenschap beschikt over een eigen begraafplaats aan de Kuyerhuislaan, tot 1887 aan de Willemsvaart.  Circa 140 Zwolse Joden overleefden de Sjoa door onder te duiken en niet verraden te worden, vier keerden terug uit de kampen. Onder hen Selma Wijnberg, één van de 18 Nederlanders die Sobibor overleefde. Selma behoorde tot een groep gevangenen die op 14 oktober 1943 uit het kamp wist te ontsnappen. Zie verder : www.sobiborinterviews.nl 

img_9019    img_9020

img_9022    175px-oorlogsmonument_3206

Aan de singel van de oude stadskern staat een Gereformeerde Kerk uitnodigend open. Een groepje drinkt samen koffie en hoort elkaars verhalen aan. Ik loop door. Ter hoogte van de kerk in een plantsoen een oorlogsmonument.

unknown-1

Een bruggetje over. De brug over de Almelose Vaart over. Er staat een RK kerk. Klein stukje langs de vaart en de watertoren en dan links over de Philsophenallee. In de berm een huisje met mee te nemen boeken en een paar sportschoenen. Dat geeft te denken!

img_9027    img_9026

img_9028    img_9029

 

Dan stuurt de route me even naar rechts naar een plantsoen met daarachter de P.C.Hooftstraat. Op nr. 18 ook een huisje, met lamineerde foto’s en een oorlogsgeschiedenis. Dit huis was bijna drie jaar een schuilplaats voor onderduikers.  Het dappere gastvrije echtpaar Nico en Ati Noordhoff boden onderdak aan uiteindelijk maar liefst 14 onderduikers tegelijk. De onderduikers sliepen in de kelder, op zolder, mochten zich over dag vrijelijk door het huis bewegen, met uitzonderling van de aan de straatkant gelegen woonkamer. Ze vulden hun dagen met het vervaardigen van illegale bladen, huishoudelijke klussen, lezen en eigen culturele avonden. De Noordhofs werden in 1999 postuum door Had Washem onderscheiden als ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’. 

img_9030     img_9031

 

Terug weer naar de Vondelkade, waar oliemolen De Passiebloem staat te pronken. Ooit één van de drie aan de Nieuwe Vecht om de opbrengst van vlasakkers te verwerken. Gebouwd in 1776, gestopt in 1928 en sinds 1985 weer in gebruik. De drukke Ceintuurbaan over, door een tunnel, door een klein industriegebied , door het Vegtlusterbos. En dan ben ik in de wijk Berkum, waar ik de benen kan strekken en koffie kan nuttigen op het terras van een cafetaria. Verrassing: een eekhoorn schiet voorbij!

532px-zwolle_molen_de_passiebloem_2007   img_9032

Na Berkum de Overijsselse Vecht over, door industriegebied Hessenpoort. Nieuwe wegen worden aangelegd. Opeens ontwaar ik een bankje, met prullenbak. Even  later voegt zich een lange, leptosome man met lang haar bij me, rolt een shagje en begint een praatje. Hij vertelt dat hij als werknemer van een van de bedrijven gezorgd heeft dat dit bankje er kwam om rustig in de pauze een boterhammetje te kunnen eten en met een shagje te ontspannen. Collega’s beijverden zich daarvoor met hem. Nu is hij nog de enige die er gebruik van maakt. Ik eet een boterham, hij na z’n shagje ook, beiden zitten we tevreden te wezen. Na het gebied met o.a het immense gebouw van de Wehkamp, schuldenoorzaak van de armen, kom ik in wat de Tolhuislanden heet.

img_9034 img_9033              Berkumerbrug over de O.Vecht, met info over het stapelrecht van Zwolle .

Heerlijk rustig weidegebied, met een enorme bul tussen vaarzen, een wei met schapen, waar spreeuwen op mee deinen intussen zich te goed doende aan ongedierte. In dit gebied ontsnapten acht jonge Joden aan de vernietiging in Auschwitz. Zij zaten in het laatste transport, dat van 3 september 1944.  Dat ging niet via Nieuweschans, maar via Meppel en Zwolle. De jongelui hadden een zaadje meegesmokkeld en zaagden een gat in de korte wagonwand. Eenmaal buiten de wand, gezeten op de buffer, moest er gesprongen worden. Sonja Wagenaar – van Dam, één van de waaghalzen: ‘Ik ben gaan duiken, net als in een zwembad, met de armen naar voren, zo onder de wagon.’ Allen overleefden de sprong en de oorlog op een safe adres. 

img_9035   img_9036

img_9037   img_9039

img_9040     img_9038

Kris kras door de weiden, uiteindelijk uitkomend op de Nieuwendijk. Nog twee km en ik ben bij De Lichtmis. Het is onbekend waarom deze buurtschap aan de A28 zo heet. De voormalige watertoren heeft in de top een draaiend restaurant en is eigendom van Hennie van der Most. Partycentrum De Vijverhof is deze zomer door brand verwoest. Er is ook nog een kippenrestaurant en er zijn bushaltes. Met bus 83 kan ik vrij snel terug naar Zwolle Station.

520px-koperen_hoogte    img_9042

Pelgrimspad 10 – Haaren – Den Bosch

Op een stralende 12 september in het corona-jaar 2020 wandelden Rob, Fieke, Anja en ondergetekende  de laatste 20 km van het zuidelijk deel van het Pelgrimspad. Mijn auto geparkeerd achter het station van de Brabantse hoofdstad, meegereden met R. en F. naar Haaren, waar A. reeds stond op het parkeerterrein tegenover Herberg van Boxtel.     Het pelgrimspad is voor de wandelaar vooral een feest omdat zoveel mogelijk asfalt vermeden wordt. Ook de laatste etappe was dat het geval. Even liepen we over het fietspad langs een asfaltweg, maar al snel sloegen we linksaf en begaven we ons op een brede onverharde weg tussen weiden, omzoomd door bomen. Bij de afslag een herinnering aan een noodlottig ongeval van een marathonloopster op die plek. Toen ging mijn telefoon dat de parkeertijd in Den Bosch afgelopen was. Ik dacht dat ik daar de hele dag kon staan, maar dat bleek nu een grote vergissing. De paniek sloeg toe. Straks wordt de auto weggesleept en wat dan?  Op een zaterdag en hoe kwamen we dan weer in Haaren? Enfin, wegslepen doet men in de ‘bollenstad’ niet , dus hooguit een fikse boete. Doorlopen maar, mijn paniek verdween . We liepen gestadig verder langs de Essche Stroom, tussen Haaren en Esch. Tot vijftig jaar geleden een riviertje van 12 km en Dieze geheten, nu gekanaliseerd en 7 km lang, met stuwen. Er wordt gewerkt om het weer te herstellen naar zijn oude slingerende toestand. We passeren boerderij De Ruiting, een Mariakapelletje  We geraken in het Helvoirtse gehucht Overeind en langs een ‘vriend op de fiets’. Tot in Vught  - zo’n vier km – lopen we door voornamelijk bosgebied. 

img_8984   essche_stroom_bij_kasteel_nemerlaer_3                    Monumentje voor Mieke Pullen, marathonloopster  - Essche Stroom

img_8985     img_8986                      Mariakapelletje                                        Vriend op de fiets

img_8987

Van Vught zien we niet veel meer dan de randbebouwing, we steken de N65 over, de drukke verbinding met Tilburg, een spoorlijn over en daar ligt de IJzeren Man, een recreatieplas, resultaat van forse zandafgraving. De naam verwijst naar  stoombaggermolen, aangewend  in 1890 om zand uit te graven voor de aanleg van station Den Bosch en de ophoging van het  gebied daarom heen tot aan het centrum van de stad.  Bij de aanleg van een spoorbrug bij Culemborg in 1868 deden mannen het werk nog. Toen kwam die stoommachine, de mannen gingen in staking, omdat ze hun baan en brood kwijt zagen raken en zij noemden de machine IJzeren Man, een scheldnaam dus. Bij Weert en Eindhoven vinden we die benaming ook. Ondanks de drukte konden we in het restaurant aan de plas even pauzeren en wat nuttigen.  Het noordelijk deel van het pelgrimspad loopt langs de IJzeren Man. Wij vervolgden onze tocht noordwaarts tussen de Vughtse Heide (militair oefenterrein) en Kamp Vught in. 

img_8988   img_8989

De Vughtse Heide, een gebied van zo’n 75 hectare groot, deed tijdens de Tachtig Jarige Oorlog al dienst als voorveld van het Spaanse fort Isabella. Koning Willem II kreeg het gebied in 1842 in handen en veranderde het in een legerplaats met de Vughtse Lunetten, een onderdeel van de zuidelijke verdedigingslinie van Den Bosch. Lunet is afgeleid van het Franse ‘luna’, maan. Lunetten zijn verdedigingswerken in de vorm van een halve maan, omringd door een fort.  Na de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden in 1839 werd een inval door België gevreesd. In 1920 zijn de Lunetten formeel als verdedigingswerk opgeheven. Bij Lunet II – het Pelgrimspad loopt er langs – ligt de plek waar waar in 1944 vlak voor de ontruiming van Kamp Vught zeker 317 gevangenen zijn gefusilleerd. Kamp Vught werd in 1942 gebouwd ten westen van de lunetten.

We komen  bij het afwateringskanaal  Den Bosch – Drongelen en zien een ijsvogel wegschieten. We komen uit bij fort Isabella, rond 1618 aangelegd door de Spanjaarden en vernoemd naar dekdochter van koning Philips II. Het fort is door Frederik Hendrik veroverd. Thans wordt gegeten, gewoond en zijn er culturele evenementen en er is een monument voor omgekomen militairen die de fiets hadden als vervoermiddel.

img_8992   img_8993

img_8995  img_8996

Wij komen uit bij de Dommel, lopen er langs, met prachtig zicht op de stad. Bij de Vughterbrug maken we gebruik van de mogelijkheid om aan de groene kant van de Dommel de route te vervolgen. Een zelfbedieningspontje brengt ons naar de Bossche Broek. maar voordat zo ver is, hebben we, dwz Fieke , 112 gebeld. Op een steiger aan destadse kant ligt een man het zwart roerloos er bij. Een rondvaartschipper roept ons toe om 112 te bellen, omdat volgens hem de man er zo al uren ligt. Na zachte aanraking hadden wij (lees:Fieke)  al ontdekt dat de man niet dood was, maar toch. Na veel vijven en zessen komt de ambulance, gevolgd door politie. Deze pakken het wat minder angstvallig aan. Bij hun aanraking springt de man als een veer overeind en gaat er al vrij snel van door. Later zien we hem al weer met een collega stadszwerfster een biertje achterover slaan.  Dwars door de binnenstad, langs de kathedraal, door straatjes vol druk bezette horeca komen we bij het station. Inderdaad mijn auto staat er nog en zelfs zonder boete! God is genadig en groot en zeker zijn Bossche dienaren. Met mijn lieve koekblikje gevieren naar Haaren, waar we als enige gasten – fel contrast met Den Bosch – liefderijk worden onthaald met voortreffelijk eten. En het weer laat toe dat het buiten kan.

img_8999   img_9001

img_9004   img_9005

6974e701-2dd7-4100-b2ce-8068a561cceb    img_9009

img_9011

 

Wandelen door koninklijk bos – Lage Vuursche

Op 9 september van het corona-jaar 2020, een wat sombere dag, trok ik met collega en vriend Wouter Klouwen, dienstdoend predikant in Baarn, de ‘stoute wandelschoenen ‘ aan voor een 11 km lange tocht van en naar Drakesteyn, het sinds 2014 weer door Beatrix bewoonde kasteeltje. Het kasteel werd in 1640 gebouwd tussen de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. Er kwam bewoning voor personeel en boswerkers en voorzieningen als een kerk en een winkel en zo ontstond in de Furs ( oud woord voor woud) een nederzetting. Beatrix kocht het als prinses in 1959 en verliet het toen ze koningin werd en als prinses woont ze er dus weer. Zonder Claus uiteraard, met wie ze in haar bos toen ze verkering had waarschijnlijk ‘gestuurd’ met de telelens gesnapt werd en met het graf van Friso in de buurt, dicht achter het hek met het kerkhof waar hij ligt begraven. 

532px-lage_vuursche_straat    240px-rm8561_lage_vuursche_-_kerk_foto_1

240px-overzicht_met_toegangsbrug_en_gracht_-_lage-vuursche_-_20128600_-_rce

De Hervormde Stulpkerk is genoemd naar boerderij De Stulp, een boerderij achter Drakesteyn waar de eerste jaren na de bouw van het kasteel diensten gehouden werden.  De eerste heer van Drakesteyn, Gerard van Rede schonk grond voor de bouw, die in 1659 gereed kwam. De kerk als protestantse kerk gebouwd, kent een kruisvorm. Het kerkhof kon dankzij grondschenking van Beatrix uitgebreid worden, niet wetende dat daar haar tweede zoon zou komen te liggen. Op het kerkhof het graf van Jacob Vincent, de vader van Jo Vincent, de fameuze sopraan. Het grafmonument toont een gegraveerde luidbel, ter herinnering aan de schenking van Vincent in 1938 van een nieuwe luidklok aan de gemeente als herinnering en hommage aan zijn vrouw Geertruida. 

180px-the_grave_of_friso_van_oranje-nassau_van_amsberg   graf Friso

In Lage Vuursche heeft de vader van Jan Terlouw als predikant gestaan. Thans G.H. Kruijmer, een zoon van een oude schoolvriend, tijd van de Mulo, eveneens predikant. Ik heb nog een tijdje in het dorp gewoond, in het huisje van de vader van een telg uit het geslacht Oosterom, dat ook al eeuwen het restaurant Lage Vuursche runt. Mijn buurman was toen – begin jaren negentig – Coen Flink en Ellen van Hemert, erg aardige mensen zonder enige kapsones. In het dorp werden de kunstenaar Herman Kruyder en de atlete Fanny Blankers- Koen geboren stierven de hoorspelactrice Lia Dorana en de muziekrecensent Wouter Paap. 

Het eerste deel van de tocht voert door bos langs de hekken van Drakesteyn. Dan rechts af  een laan in met het bordje Nonnenland, dat na een 1 km eindigt bij de Embranchementsweg. Vlak er voor via een overstapje een drassig weiland in en langseen meanderende beek weer op bos af en bos in. Het Nonnenland dankt haar naam aan een middeleeuws nonnenklooster in De Bilt. Omstreeks 1300 gaf het opdracht hier turf te steken. In 2003 was het behoorlijk uitgedroogd. Staatsbosbeheer besloot een 1000 jaar oud beekje weer uit te graven, poelen te maken en waterkeringen in gesloten te plaatsen om zo het gebied nat te houden. 

het_nonnenland_2011_60

 

In het bosgebied van landgoed Venwoude dicht struweel, veel rododendrons, een houten huisje met picknicktafel en zigzaggend komen we wederom bij de Embrachementsweg, die we nu oversteken. We lopen door Landgoed Vijverhof, in 1926 afgesplitst van landgoed Prins Hendrikoord. We volgen een bochtig parcours. Een stukje Vuurscheweg en dan duiken we de Ridderoordse bossen in, waar dassen verblijven. We komen uit op de Maartensdijkseweg bij de buitenplaatsen Rovéresteyn en Eyckenstein.  Rovéresteyn  - Rovére is Italiaans voor ‘eik’-  is in 1885 gesticht door de Maartensdijkse burgemeester Eyck tot Zuylichem. Eyckenstein was begin 17e eeuw nog een herenboerderij met trapgevels, Eind 18e en begin 19e eeuw zijn delen gesloopt en nieuw gebouwd en kreeg toen zijn neo-classicistisch uiterlijk met in het midden de vier dikke kolommen onder een driehoekig fronton. De tuinen van beide ‘Steinen’ zijn aangelegd door tuinarchitect Springer. En met restaurant De Mauritshoeve zijn ze nu eigendom van de familie Van Boetselaer. 

532px-eyckenstein_-_wlm_2011_-_ednl  unknown              Eyckensteyn                                                              Mauritshoeve.

De verleiding van de Mauritshoeve weerstaan we. We lopen vrijwel in rechte lijn door bosgebied weer naar de Dorpsstraat en doen ons tegoed aan een pannenkoek en kroketten. 

img_8975    img_8977

img_8979   img_8980

img_8981   img_8983

Isten hozott – Column 10 – Ned. Dagblad – 7 sept 2020

Vier uur in de ochtend, nog aardedonker. Doordringend geluid van de stoomfluit en dan het knarsend geluid van de wielen. Langzaam rolt de trein uit op het station van Cluj, Roemenië. Even later staan mijn toenmalige vrouw en ik in het schaarse licht van het perron. Een man in het zwart komt naar ons toe en zegt in ietwat gebroken Nederlands met deftige tongval: ‘Hartelijk welkom in Cluj!’ En voegt er in het Hongaars aan toe: ‘Isten hozott’. En vervolgens worden we door deze Cseh Zsolt,prediant in Cluj oftwel in het Hongaars Kolozsvár, met een stralend gezicht omarmd. 

We zullen het nog vele malen tijdens ons tweejarig verblijf onder de Hongaarse minderheid bij een bezoek horen: Isten hozott. Vertaald: God heeft jullie gebracht. Je komst krijgt dan wel een verlegenmakende allure van hoogbezoek. Ik weet wel zo’n welkomstwoord kan de slijt krijgen van een dooddoener, een snel in de mond genomen cliché. Maar toen in die barre Ceausescu-tijden werd bezoek van onze kant als zeer welkom ervaren, als een steun, als een bezoek van de Heer zelf. En het beste uit tuin en varkenshok of kippenren kwam ter tafel en de glazen gingen rond en de vrolijkheid met en aan elkaar steeg op als een lofzang in die vaak stokoude boerenpastoriehuizen. 

Isten hozott- God heeft je gebracht. Ik heb het zelf onlangs weer mogen ervaren, toen ik weer eens de bodem had bereikt als van een droog gevallen put. Terneergeslagen, spoken uit het verleden als demonen verkleed, duistere dagen, lange nachten. Dan opeens een telefoon, een stem van buiten die binnendringt, oprecht vragend naar welzijn en welbevinden. Een stem als geroepen in je eigen privé-woestijn, een luisterend oor, een ziel die met jouw ziel meebuigt. En dan het wonder van een klare lucht, een heldere hemel, een beker die overloopt, een weg om te gaan. Isten hozott!

Een vriend vertelde me eens dat hij en zijn vrouw huisbezoek kregen nadat een van hun dochters een suicide-poging had ondernomen. ‘Wij hebben nog nooit zo’n troostend huisbezoek gehad”, zei hij. ‘Er werd alleen geluisterd’. Isten hozzott!

Een van de aangrijpendste welkom thuis-scenes vinden we in de gelijkenis van de verloren zoon. Die vader staat er al van verre, die hunkert hem als het ware naar zich toe, de liefde trekt letterlijk. En dan is er de schuldbelijdenis en de vader zegt niets, er is alleen maar omhelzing, omarming, een alle schuld en ontreddering overstijgende kus. Isten hozott!

Het is wellicht wel het meest pijnlijke en schrijnende van de huidige tijd, dat een welkom, een goddelijk welkom, een gemeende liefde niet ‘vlees’ kan en mag worden. Genegenheid, vriendschap, liefde blijven in de lucht hangen, abstracties met een lengte van anderhalve meter.

Je zal maar verliefd worden dezer dagen en nog beantwoord ook: een Isten hozott van twee kanten, mooier kan niet. Bellen met de GGD: ‘we willen graag getest worden’. Heeft u klachten? Integendeel, we willen gevonden liefde feestelijk vieren!. 

We zijn de aanraking kwijt, het zachte strelen. Het om de hals kunnen vallen, als eindelijk ruzies beslecht zijn, verloren zonen, zielen en dochters gevonden.  Zou er een verband bestaan tussen een gebrek aan aanraking en de toename van agressief lichamelijk contact?  Vlucht de tederheid uit de samenleving?

 

Ik denk aan het gedicht ‘Mens’ van Leo Vroman. Uit het laatste gedeelte:

 

God behoede de mens

en geve hem een zoen:

er is verder niets met hem te doen.

Streel zijn zoete pens,

want mens is een zachte machine,

een ingewikkeld liefje.
Verzilver zijn statiefje,

leid hem in een vitrine

doe bij hem een lichtje aan.

 

Op een van mijn laatste wandelingen zag ik twee paarden: een schimmel en een vos. Ik kon mijn ogen niet van hen afhouden. Zij minnekoosden elkaar, snuit tegen snuit. Een Benetton-reclame in een Puttens weitje.  Het raakte en wekte gemis en verlangen tegelijk. Geroerd en ontroerd: Isten hozott!

 

 

 

 

 

Hoeverveldpad – klompenpad bij Putten

Op 2 september in het corona-jaar 2020 parkeer mijn Nissan Micro van 21 jaar oud bij het station van Putten, alwaar ik een begin maak van een tocht die uiteindelijk zo’n 20 km lang zou blijken te zijn. Het pad is genoemd naar het Hoeverveld, ooit een moerasgebied, door ontginning veranderd in weidegebied. Veel sloten en slootjes spelen nog immer een belangrijke rol in de afwatering. Door het gebied stroomt de Schuitenbeek, ook van belang voor de afwatering van het Veluwe Massief. Het Hoever Maalschap beheerde eeuwenlang, tot honderd jaar geleden het Hoeverveld. Een bestuursvorm die terug gaat tot de Germaanse tijd, waarin lokale boeren, de maalmannen de ‘woeste gronden’ beheerden en ontwikkelden. In Putten waren ooit tien van die maalschappen. De naam ‘hoef’ kan verwijzen naar een boerderij oftewel hoeve of naar een landmaat, een gebied van 16 morgen. Op de Veluwe was een morgen 0,85 hectare.                                                         Het eerste stuk is een aanlooproute, langs de oude Zuiderzeestraatweg, met behoorlijk druk verkeer zo in de redelijk vroege ochtend. Deze weg  die we na Harderwijk kennen als de oude weg naar Zwolle, is hier een oorspronkelijke kerkroute. In de 19e eeuw werd de weg bestraten werd over deze weg gekapt hout vervoerd naar de buurtschap ‘t Oever aan de Zuiderzee, waar het hout met paard en wagen door het water naar schepen werd gebracht. In 1863 werd de spoorweg aangelegd en verloor ‘t Oever zijn betekenis als laad- en losplaats. Nu is de weg een belangrijke verbinding tussen de A28 en het dorp. Vandaar de drukte.     Eindelijk rechtsaf, waar de weg na een paar honderd meter dood loopt. Ik moet ik de Schuitenbeek over met een handmatig te bedienen pontje. Aan de overkant staan een bijkans zwart paard met witte veeg over z’n kop en een schimmel elkaar te besnuffelen en te ‘kussen’, een ontroerend tafereel. Een letterlijk natuurlijke Benetton-reclame. 

img_8946   img_8947

img_8950    img_8951

De Schuitenbeek vormt de historische grens met de polder Arkemheen. De Puttense zijbeken monden in haar uit en de beek voert het water af naar het randmeer. Vanwege regelmatige wateroverlast na heftige regenval heeft het Waterschap Vallei en Veluwe een overstromingszone ingericht. Langs een  boerencamping en over een minuscuul pad tussen sloot en maisakker, schurend langs distels, zonder distelvinken, bereik ik de onderdoorgang van de A28 en daarachter Strand Nulde. Ogenblikkelijk schiet het drama van de vondst van een onbekend meisje me te binnen, het ‘Meisje van Nulde’ daarna genoemd. Wikipedia frist het geheugen op. Delen van dit 4 jarig kind werden op 27 augustus 2001 gevonden bij Nulde, haar hoofdje een paar dagen daarna bij Hoek van Holland en in oktober daarna in het Veluwemeer een handje. Aan de hand van haar schedel werd een hoofd gereconstrueerd en werd zij herkend als de 4 jarige Rowena Rikkers uit Dordrecht. Ze bleek uiteindelijk mishandeld ten dode door haar moeder en vriend, die haar vervolgens in stukken hakte.  Het is prachtig weer, maar de vakantie is voorbij. Er zijnat fietsers en een moeder met kind op het strand. En een troep grauwe ganzen met daar tussen rustig en pontificaal een grote zilverreiger. Als ik nader vliegen de ganzen op en weg, de reiger blijft roerloos staan. Ik loop een pad af naar een vogelkijkhut: tafeleenden, wilde eenden, zwanen en nog meer zilverreigers. terug , strand Nuldeaf en rechts naar de dijk om de polder Arkemheen. Het is een van de oudste polders van ons land, eind 14e eeuw aangelegd. Er heeft nooit ruilverkaveling plaats gevonden.  Slenken, kolken en rietmoerassen zijn een onderdeel van de polder. Het is op de dijk een drukte van belang van fietsers. In moerassig gebied zie ik lepelaars, tureluurs en oeverlopers. 

img_8952   img_8959             Schuitenbeek                                                            grote zilverreiger na vertrek grauwe ganzen

img_8961   img_8963            Arkemheenpolder                                                    Zicht op Puttens stoomgemaal

Ik wandel  tot waar een polderweg de dijk aan tikt als het water en sla links af om over die weg weer richting de A28 te lopen. Links passeer ik al spoedig het Putter Stoomgemaal, gebouwd in 186 op de fundamenten van een afgebroken windmolen. Het gemaal heeft tot 1971 dienst gedaan, het is Rijksmonument, gerestaureerd en tussen maart en november op woensdagen open voor publiek om het in originele staat te zien draaien. De Arkerheenpolder kwam regelmatig onder water te staan na dijkdoorbraken tengevolge van heftige stormen. Zo bijvoorbeeld in 1825 en de laatste keer in januari 1916, toen ook de stad Nijkerk onder water liep. In de polder doe ik me tegoed aan een broodje en geniet van een bruine kiekendief zwevend en wervelend op zoek naar zijn ‘broodje’  Na de brug over de A28 direct rechts af, achter een benzinestation langs en dan langs weiden en mais naar Steenenkamer, een buurtschap genoemd naar de boerderijen ‘Groot Steenenkamer’ en ‘Klein Steenenkamer’. Het waren tevens herbergen, zeker in een er van, want het Arkemheense polderbestuur vergaderde altijd in herberg Steenenkamer.  Voordat ik in Steenenkamer ben over de Waterweg, de Nijkerkerstraat  (N798) over  , over de Withagensteeg, onderdeel vanher Westerborkpad, linksaf de Broekmolenweg, waar ik bij een benzinestation laaf aan een heuse cola. Weer naar de Nijkerkerstraatweg en die volgen tot aan het spoor en dan ben ik in het gebied, waar naar dit pad is genoemd.  De Hoeverveldweg, waarover brommerjongens me tegemoet stuiven en een klein stukje Stenenkamerweg en dan rechts af de Kuiterweg en die eindigt bij de Zuiderzeestraatweg, waar ik rechtsaf sla naar het Puttense station.

img_8965   img_8967

img_8968    img_8969

 

Harscamperpad – klompenpad rond Harskamp

Op 31 augustus parkeerde ik mijn autootje bij het terrein van de SV Harskamp, de in 1948 opgerichte voetbalvereniging. Een goede vriend is geboren en getogen in dit ongeveer 3500 inwoners tellende Veluwe dorp, behorend tot de gemeente Ede. In het dorp wonen de bekende dressuurruiters Edward Gal en Hans Peter Minderhoud. Het dorp is vooral bekend vanwege de Legerplaats voor infanterie, genoemd naar Generaal Winkelman. Op het terrein waren tot september 2014 nog een viertal musea, maar bezuinigingen bij defensie deden die musea de das om. Een kamp oftewel ‘campe’ is een omheind stuk grond in eigendom van een enkele persoon. Hars is Middelnederlands voor ‘paard’. De 13 km lange wandeling begint bij het voetbalterrein en brengt me direct in een ruig bos, waar Schotse Hooglanders lopen. De Harskampers noemen het het Seintorenbos, omdat aan het begin van de 20e eeuw er een open vlakte lag met een houten seintoren van het leger. Vanaf deze 24 meter hoge toren had men goed zicht over het gebied. Op de eerste verdieping bevond zich een afgesloten ruimte, waar een tafel stond met genummerde drukknoppen, waarmee elektrische schellen in observatieposten in trilling gebracht konden worden en er was telefoonverbinding van hier met elke observatiepost.                             Lopend door het bos wordt mijn aandacht getrokken naar kleurrijke figuren achter een hek, rechts. Het blijkt een soort sprookjesbos, met kabouters, figuren uit inderdaad sprookjes, stripboeken. Het is de beeldentuin van Galerie Zuid, van dhr. Kuit, waar ook wisselexposities te bewonderen zijn van etsen. keramiek en schilderijen. Vanwege corona nu gesloten.

img_8901    img_8903

img_8904   img_8908

Ik kom uit bij een buurtschap en ontmoet een vrouw en een man, van wie de eerste een vroegere collega blijkt te zijn van mijn Harskamper vriend. Het pad voert over een erf van een rustieke woning, waar een forse boom gesnoeid wordt, de stoere snoeiers zitten aan de koffie, zodat ik langs hun vervaarlijke snoeiwagen kan en mag. Daarna over een zandpad tussen bomen (zie foto boven) en ik kom weer uit op het punt waar ik de buurtschap binnenging. De tocht gaat verder over een fraaie al lang bestaande camping.          Ik bereik het gebied dat bekend staat als Westeneng, een langgerekt eeuwenoud akkercomplex, door ophoging van een mengsel van mest en heideplaggen ligt het hoger, zelfs geldt voor een gedeelte dat nu dienst doet als weidegrond. Naast een maisveld vind ik rust onder een grote boom, die bevolkt wordt door een enorme zwerm putters! Ik loop als het ware om de Westeneng heen en kom uit bij de fraaie boerderij Pijnenburg.

img_8909  img_8912    camping gebouwen                                                 naar de Westeneng

img_8913   img_8914             weiland van Westeneng                                           boerderij Pijnenburg

Het pad voert rond een feeërieke vijver, met op de omwalling talrijke judaspenningen, een groep hybride eenden schiet voor me uit naar het veilige water. Dan hoor ik het geluid van hout kloven. De eigenaar van alleraardigst oud boerderijtje brengt al vast de wintervoorraad op peil. Hij blijkt een vrachtwagenchauffeur, die snel met pensioen mag. Tot grote vreugde, omdat de weg een soort wild westen is geworden, met bijvoorbeeld Spaanse wagens, bestuurd door Litouwse chauffeurs en Litouwse bestuurd door Oekrainers. Verder lopend komt de geur van uien me tegemoet. Eindelijk geen mais! Harskamp kent ook al een wijngaard. Met het oog op de klimaatverandering een goed alternatief. 

img_8915    img_8917

img_8918   img_8919

Met een paar uien in mijn broekzak wandel ik verder , kom in het dorp, steek de hoofdstraat over en geraak in het buurtje, waar de ouders van mijn vriend wonen ( na afloop van de wandeling ga ik bij ze op bezoek en vertellen ze me dat ze een appelvink in hun tuin hadden!) Ik kom te wandelen over de Harskampereng en stuit op een oude boerderij, met buitengewoon rommelig erf. Daartegenover ligt de Eder houtzagerij. De geur van gezaagde douglassparren zijn een weldaad voor de reukorganen. Een echtpaar krijgt een stapel hout voor niets mee. Het lijkt nu niets waard te zijn. De nog jongeman van de zagerij doet er laconiek over. Over een zandweg weer richting beginpunt hoor ik steeds luidere knallen van geweren. Alsof ik in een oorlog ben beland. Bij een boerderijtje houd ik halt op een nodigend bankje. Een hond verschijnt en daarachter een dikbuikige goedig ogende man op klompen. Hij werkt bij een bouwmaterialenhandel en hoort die knallen al niet meer. Tja, op een legerplaats wordt geoefend, in elk geval op het oefenterrein daaraan verbonden. 

img_8920   img_8921

img_8923   img_8922

Het schietkamp werd al in 1899 in gebruik genomen. Eind oktober 1918 kwamen soldaten hier in opstand tegen hun slechte economische omstandigheden. Een inleiding tot een poging tot revolutie in ons land, die als ‘de Vergissing van Troelstra’ in de geschiedenisboeken terecht kwam. Op het terrein kunnen ook oefeningen gedaan worden in bebouwd gebied, in het oefendorp Oostdorp. Een vijfhoekig gebied van 7 km in diameter is aangewezen als vliegbeperkingsgebied.

Ik bekijk nog de monumenten die herinneren aan de bevrijding van de Veluwe niet ver van begin cq eindpunt van dit klompenpad. Na het bezoek aan de ouders van mijn Harskamper vriend tref ik het industriegebied Hasselaar op braakliggend terrein wel zo’n 25 ooievaars op een kluitje. Zouden daar zoveel muizen zitten?

img_8929  img_8930    bioscoopgebouw voor de militairen

img_8931    img_8932

Carola – column 9 Ned Dagblad – 21-08-2020

Ik vertoef aan de rand van water en aan de rand van weidegrond. Ik vertoef waar de Eemnesserpolder het Eemmeer raakt. Gisterochtend was ik er ook en verbonden met de hemelse goedheid boven en om me heen werd ik geraakt door wat via mijn mobiel vanuit de Baarnse Pauluskerk tot mij kwam. Collega Klouwen opende de ‘hemel’ van Romeinen 11 en plantte mij als ‘dor hout’ opnieuw in de ware Wijnstok, in de olijftak Israël. Dat had ik nodig, broodnodig. Want soms is het leven een woestijn. Soms? Misschien wel vaak, of principieler fundamenteel, zo tussen uittocht uit Egypte en intocht in Beloofd Land. Hij geeft manna  en kwakkels voor onderweg. Hij herschept het dorre hout tot boom des levens, wegend op de rug van zijn geliefde. 

Ja, ik verwijs naar Willem Barnard,  één van  mijn ‘kerkvaders’: lied 547 in het Liedboek der kerken. Kerkvader Barnard blijft me leren dat je eigenlijk alleen zingend kan geloven, als een inademen, voorafgaand aan een uitademen. 

Na die verkwikkende dienst, waarbij je weet dat onze natuur aan geloof niet meer voortbrengt dan soms zelfs gevaarlijke overtuigingen, oordelen, aannames, in beton of goud gegoten en dat het ware geloven als vertrouwen je geschonken wordt, als tegennatuurlijke anti-stof, ontmoet ik een jong vogelaarsgezin. De blauwborsten zitten goed verstopt, maar groepjes baardmannetjes zou ik kunnen zien, zo krijg ik te horen. Vogels kijken is ook wachten op openbaring en dan toch de verrassing. Kijk, een ijsvogeltje, en zie die twee torenvalken die samen een aantal kraaien uit hun territoir verdrijven. 

Vandaag ben ik er weer. Het is mistig na een nacht vol slagregens. Weer zit ik in het beleidsterrein  van Carola Schouten, onze minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. Vanaf het begin van haar verschijnen in de Kamer ben ik fan en ik werd het nog meer nadat ik haar in Ossendrecht in ons kerkje kon interviewen. En gisteren zat ze bij Janine Abbring op de caravan als Zomergast. Een omstreden keus eigenlijk. Want hoe open kan een politicus zijn, zeker in deze tijd van morrende en murmurende boeren? Zou dat niet te veel met geen water weg te spoelen meel in de mond-gesprek worden? 

Maar daar sprak een vrouw met visie en durf. Zo was ze in Ossendrecht, zo was ze nu. Zo openhartig mogelijk, zonder pantserend bravour. Gevoelig zoekend, zonder vals sentiment. En weer klonk het evangelie zoals diezelfde zondagmorgen op dat dijkje: geschonken liefde voor een mens, niet goed genoeg.

Met Sigrid Kaag en deze fonkelende Carola kent ons land twee vrouwen die wat mij betreft de politiek mogen bepalen. Carola liet beelden zien van een ander monument van een vrouw: Golda Meir. En met haar plompe verschijning, eenvoudige kleding moest ik direct denken aan Angela Merkel, de onbetwiste leider van Europa. ‘Wir schaffen das’, niet als overmoed, maar als grondhouding. Daarin sprankelt volgens mij een Bijbelse grondtoon. En ik moet denken aan Madelein Albright die als Joodse Tsjechische een Praagse Winter overleefde, wat haar denken en doen, zo goed en kwaad als dat kan op het politieke veld, heeft gestempeld. Een vrouwelijke Havel.

Vrouwen zoals ze in de Bijbel cruciale rollen vervullen, zo prachtig verklankt in ‘Kom zing het lied van Eva’, van Ria Borkent (738 in het Liedboek)  Eva, Sara, Hanna, Maria, Sifra en Pua, Mirjam en Ester, Tamar en Rachab, Ruth en Bathseba, Anna, Marta en Maria. 

Op de hoeken van het Evangelie staan vrouwen, zei Noordmans dat niet? Eerste ontvangers en boodschappers van Gods gein (genade) in ons waren vrouwen.

En ze zijn er nog steeds die ons voorgaan, aansteken, opbeuren, begeesteren. Ook in ultieme kwetsbaarheid. 

Daar is Gonneke, een dochter van goede vrienden, zelf een vriendin. De ziekte van Recklinghausen sloopt haar steeds meer en meer. Maar in al haar pijnen en beperkingen blijft ze stralen in goede moed, rake opmerkingen, ontroerende eenvoud. In volharding vooral. Kwetsbaar, maar geen ‘dor hout’,  maar op eigen wijze ‘boom des levens’.