Snorrenhoefpad – klompenpad rond Achterveld

Het is woensdag 29 juli in het corona-jaar 2020. De dag ervoor had ik voor het eerst kennisgemaakt met het fenomeen klompenpad, gedeelten van twee klompenpaden waren opgenomen in het eerste traject van het Vallei en Eempad, van Otterlo naar Wekerom. Die stukken bevielen me en ik besloot vandaag een klompenpad in zijn geheel te lopen. Klompenpaden zijn rondwandelingen over zoveel ongebaande wegen, boerenpaden in Gelderland en Utrecht. Er zijn er al ontzettend veel, in diverse lengten. Je kunt een app downloaden, waar ze allemaal opstaan. Een boekje is er niet, is niet nodig. De app is genoeg, met de route, leuke informatie en de routes zijn allemaal gemarkeerd. Je kunt routes onderweg verkorten of verlengen of overstappen op een ander pad. Je loopt regelmatig over particulier terrein, waar soms vee loopt. Daarom zijn honden verboden. 

Ik koos deze dag voor een pad vanuit en naar Achterveld. Het dorp in de Gelderse Vallei tussen Leusden en Barneveld is een katholieke enclave in een protestantse streek. De bevolking is hoofdzakelijk werkzaam in de agrarische sector. Een forse in mijn ogen fraaie neoromaanse kerk, gewijd aan St.Jozef, domineert het centrum. Het is een ontwerp van H.W.Valk, uit 1933. Valk (1886-1973) komt uit de school van Cuypers, had ook les van Berlage en ontwierp in zijn eerste periode in de stijl van de Amsterdamse School, zoals de St.Aloysiuskerk in Utrecht en vooral de St.Janskerk in Waalwijk. Later bouwde hij meer in traditionele stijl, zoals hier in Achterveld. Hij ontwierp naast kerken een raadhuis in Tubbergen, een woning voor Antoon Coolen en een bank voor Van Lanschot in Den Bosch. Helaas was in de oorlog fout, waardoor hij na de oorlog een tijd lang zijn beroep niet kon uitoefenen. Tegenover de kerk ligt het voor oog en mond aangename etablissement De Roskam. Hier ligt het startpunt voor de te lopen route. Aan de Hessenweg, verwijzend naar de eeuwen geleden al belangrijke handelsroute van Amersfoort naar Deventer. Schrijfster Fleur Bourgonje werd in 1946 in Achterveld geboren als dochter van een hoefsmid en winkelierster in huishoudelijke artikelen.

img_8589    img_8590

 

Aan de voet van de kerk het plaatselijke oorlogsmonument, dat verhaalt van slachtoffers gedurende de meidagen van 1940, toen het dorp ontruimd moest worden vanwege de ligging in de Grebbelinie, van 25 burgerslachtoffers en van de bevrijding op 18 april 1945 door Canadese soldaten die ook het opblazen van de kerktoren voorkwamen.

img_8591    img_8592

img_8593   fraaie boerderij nog aan de Hessenweg

Ik sla rechtsaf de Schoonebekerweg in. Deze weg kruist de Modderbeek, die ten westen van Barneveld begint, onder Achterveld door stroomt en bij Leusden uitmondt in het Valleikanaal, dat ten noorden van Leusden de oude loop van de Modderbeek volgt, die voor 1935 ten oosten van Amersfoort in de Barneveldse Beek uitmondt. Het waterschap Vallei en Veluwe heeft de Modderbeek opnieuw ingericht door langs de beek meer ruimte te creëren om neerslag beter vast te houden. Over een lengte van bijna 6 km is de beek smaller en dieper gemaakt en er zijn meer bochten aangebracht. Hermeandering, want tot 1969 hoorde het kronkelen tot het natuurlijk verloop van de beek. Deze herinrichting is goed te zien op de kruising met de Schoonebekerweg, een info-bord maakt je lekker met een ijsvogel. Helaas niet gezien, ik ga wel de weg af en vervolg het pad langs de beek, tegen de klok in.

img_8594   img_8595       Modderbeek

Het is verrukkelijk wandelweer, zo rond de twintig graden, het landschap levendig, afwisselend, brengt tot rust. Je loopt langs weilanden, door stukjes bos, door groterstukken bos met machtige beuken en eiken en dan weer langsakkers. Ik ontmoet een jonge vrouw, die uit Geel (België) afkomstig blijkt en met haar dochter op vakantie is. Dochter neemt deel aan een paardenkamp. De stralend aardige vrouw is verrukt van ons land. Strakker in de verf, zogezegd. Eigen land is eenzootje vindt ze, een wanordelijke bende architectonisch gezien, vreselijke lintbebouwingen met lelijke fabrieksgebouwen, een allegaartje met de onvermijdelijke frietkotten. Zo hoor je – mopperaars die we zelf op eigen land graag zijn – eens een ander geluid.

img_8597   img_8598

img_8599     img_8601

 De laatste foto rechts laat een zgn. rabatten. Het gebied hier was vroeger erg nat . Om toch hakhout te kunnen telen werden greppels gegraven, waarbij de vrijkomende grond op de ernaast gelegen stuk grond werd gedeponeerd. Dat werd een rabat genoemd, waar bomen op geplant werden.

Het pad dat ik loop is genoemd naar de buurtschap Snorrenhoef. De naam verwijst vermoedelijk naar de snorders en bedelaars die er vaak verbleven. In 1925 wordt het in een Utrechts tijdschrift aangeprezen als een gebied vol schilderachtige doorkijkjes “zonder gevaar te lopen, slachtoffer van het snelverkeer te worden”.

Dat gevarieerde landschap is nog steeds te bewonderen rond hoeve Groot Zandbrink, maar snelverkeer is er genoeg, in de gedaante van auto’s, motoren, maar ook van elektrische fietsen, waarop sommige berijders een tempo hanteren die elke wandelaar schrik aan jaagt. De hoeve ligt in een omgeving van heide, eikenbos en de in ons land zeldzame blauwgraslanden. Het gebied was aangewezen als (voorlopig) Natura 2000-gebied. Daar zette in 2010 Henk Bleeker – in mijn ogen een prototype van het ergste soort politici-  een streep door. 

img_8600   img_8602

Ik loop om de hoeve heen , langs zo’n blauwgrasland (natte schrale weilandjes met grote plantendifferentiatie, dus niet geliefd bij boeren), steek een weg over en loop via het N.Schipperspad, een eerbetoon aan een voormalige wildbeheerder, landgoed De Boom binnen. Het bosgebied waar ik doorheen loop heet Hardeveld, een plaatselijke verbastering van ‘Hertenveld’. Helaas geen ree gezien.

img_8604    img_8605

Ik kom mijn Belgische ‘geliefde’ voor 1 dag weer tegen en loop daarna het dorp De Glind binnen. “Als kinderen buiten de samenleving dreigen te vallen, moeten we een samenleving creëren waarin zij wel welkom zijn”. Aldus ds. R.J.W. Rudolph in 1911 en hij voegde de daad bij het woord en kocht landbouwgrond, waarop boeren zich konden vestigen, op voorwaarde dat zij enkele jongeren in gezin en bedrijf opnamen. Zo legde hij de grondslag voor Jeugddorp De Glind. De Rudolphstichting kent nog steeds dit principe. Er wonen thans 700 mensen in oudere en nieuwe bebouwing, met bedrijven, een manege, een prot.kerk en een heuse villa. Ruim 120 kinderen worden in 28 gezinshuizen opgevangen. Kinderen zijn uit huis geplaatst om juist hier weer een thuis te vinden.

img_8606    img_8607

img_8609    img_8610

Aan de rand van het jeugddorp een prachtige vijver met eilandje, waar de kinderen zich naar kunnen toetrekken met een pontje. Achter de vijver een smal pad langs knotwilgen, dan een weiland oversteken langs een verwaarloosde kippenfarm en uiteindelijk weer uitkomend op de Schoonebekerweg.

img_8611   img_8617            vijver                                                                            zicht op Achtereld vanaf Schoonebekerweg.

Ik loop vrijwel langs de grens tussen Utrecht en Gelderland. In de middeleeuwen schouwtoneel van diverse grensconflicten tussen de Bisschop van Utrecht en de Graaf (later Hertog) van Gelre. In 1527 werd Utrecht ingenomen door Maarten van Rossum. Met hulp van Karel V, in ruil voor het opgeven van haar zelfstandigheid, werd Utrecht weer herwonnen. In 1543 werd Gelre overmeesterd.

img_8619   img_8620

Terug op de Hessenweg pleister ik bij de Roskam voor heerlijke kroketten op stevig bruin brood. Hessenwegen zijn historische handelsroutes tussen graafschap Hessen in Duitsland en Amsterdam. De handelaren gebruikten grote, brede wagens, met soms wel acht paarden er voor. De wegen gingen daardoor kapot en de hessen mochten er geen gebruik van maken en trokken derhalve dwars door heiden en bossen. Dit soort informatie vind je op je app, als je een klompenpad volgt. Wat er niet op staat is het monument naast De Roskam ter ere van het boerenechtpaar Van Dijk vanwege het opnemen van een joodse onderduiker, waarvoor ze ook door Had Vashem zijn onderscheiden. Aan de overkant van de Roskam staat de voormalige St.Josephschool, nu buurthuis De Moespot, waar op 30 april 1945 het zgn. Akkoord van Achterveld werd gesloten. Hooggeplaatste geallieerde generaals en een zeer hoge Duitse functionaris onderhandelden hier over het toestaan van voedseldroppings in hongerend West-Nederland. Met succes en het zgn. Zweedse witbrood tot gevolg.

img_8623    img_8626

Domweg gelukkig … column 8 voor Ned. Dagblad

Afgelopen maandag was het weer zover. De driejaarlijkse inkijk in mijn ingewanden, specifiek mijn dikke darm.                                                                                                                          De eerste keer – zeker vijftien jaar geleden – wilde ik per se meekijken. Vorm van baas in eigen buik. Mijn hele bewuste leven ben ik bijkans ziekelijk nieuwsgierig naar alles van het lichaam en zijne kwalen.

Ik was keurig op tijd, voortijdig zelfs, waardoor ik nog zeker tien minuten in de hal van het ziekenhuis moest wachten alvorens me te mogen melden voor het eigenlijke werk. Zo leeg mogelijke wachtkamers is het parool in deze coronatijd.

Over leeg gesproken. Een ieder die wel eens een inkijk heeft gehad in dat specifieke onderdeel van onze voedselverwerking, weet dat je helemaal leeg moet worden, noodzakelijk leeg moet lopen. Na vier liter water met een vies kleurloos goedje ben je niet alleen leeg, je voelt je ook leeg, maar tegelijk vervuld, geconcentreerd op dat ‘ene nodige’, dat wat gedaan moet worden.

Je bent helemaal één met je lijf, met dat ene belangrijke onderdeel en dat geeft ook ruimte, gek genoeg. Heel veel ballast is uit je hoofd weg. Je bereikt een status van ‘zijn’ die tegelijk pijnlijk en verlichtend is. Je valt niet in duizend brokstukken aan gedachten, verlangens, drijfveren, dwanggedachten, nog-te-doen-obsessies uit-een. Je bent (in-) één. Zoals je dat ook in de natuur kunt beleven, ik althans. Dat je samenvalt met de machtige beukenlaan, waardoor je loopt, de ooievaars in het weiland voor je, de miezerregen op het bladerdak.

In deze contemplatieve concentratie wenkt de stilteruimte van het ziekenhuis me. Stilte: dat is precies het woord wat bij mijn toestand hoort. Achter de matglazen deur opent zich op de wand een gedicht van Martin Bril:

Wat we willen:

Momenten

Van helderheid

Of beter nog: van grote

Klaarheid

 

Schaars zijn die momenten

En ook nog goed verborgen

 

Zoeken heeft dus

Nauwelijks zin, maar

Vinden wel

 

De kunst is zo te leven

Dat het je overkomt

 

Die klaarheid, af en toe

 Stilte is met helderheid gevulde tijd. Een flits van ‘ja, dit is het’.  Een moment van geluk, over je heen komend  als een gul warm bad . Eens was ik met een vriend de heuvels van het Schotse eiland Islay ingetrokken op zoek naar de te verwachten steenarend. Die vonden we niet, maar alleen dat zijn, dat  vertoeven in die immense ruimte om ons, boven ons, voor ons, het heldere zicht op de oceaan, de zachte bries, het frisse groen en geen enkel mechanisch geluid bezorgde kippenvel tot in alle vezels, geest en lichaam, van mystiek-erotische proportie. Het zijn momenten van strikte, volstrekte een-voud, met nadruk op ‘een’. Corresponderend met de Hebreeuwse Godsnaam, onuitsprekelijk, want te snel in onze mond en door onze hand bedorven. Die Godsnaam – geschreven JHWH – is één concentratie van het werkwoord ‘zijn’. Als je wilt vertalen dan is het ‘Ik ben die Ik ben, Ik zal zijn die Ik ben, Ik zal zijn die Ik zal zijn’. Kortom: Ik ben uit Eén stuk, de EEN-Voud zelve. Piet Oussoren vertaalt in de Naardense Bijbel de Naam konsekwent met De Ene. Goden, machten, krachten, bewegingen: ze moeten allemaal wat of juist veel van ons. Het zijn hebberds, met grijpgrage handen, vooral naar je ziel en zaligheid. Helaas hebben we in de kerk van de Ene ook vaak zo’n machtsbeluste god gemaakt. Terwijl je bij hem alleen maar hoeft te zijn. Leeg, stil wachtend op zijn ontferming. Hij wil omarmen en overeind zetten en overeind houden. Althans zo lees ik de Verhalen over Hem.  Wat ik bedoel is beter verwoord in een gedicht van Ad den Besten, dat ook in de stiltekamer hangt.

 

Gij hebt, o God, dit broze bestaan gewild,

hebt boven ’t nameloze mij uitgetild,

 

laat mij dan dankbaar leven, de volle tijd,

geborgen in de bevende zekerheid,

 

dat ik niet uit dit smal en onvast bestand

van mijn bestaan zal vallen dan in uw Hand.

 

 ‘Domweg gelukkig’ (JC Bloem)… soms zelfs in een ziekenhuis.

Van Otterloo naar Wekerom – traject 1 van Het Vallei en Eempad

Het is dinsdag 28 juli in het corona-jaar 2020. In de Zwerfkei, een winkel voor wandelaars en fietsers, als mede voor kampeerders in Woerden, kwam ik een mij nog onbekende wandelgids tegen. Het is er één uit de Wandel Knooppunten Reeks, met als onderwerp en titel bovengenoemde Vallei en Eempad. 22 trajecten door de Gelderse Vallei naar de monding van de Eem. De trajecten zijn uitgezet en beschreven door Fokko Bosker. En dat doet hij bekwaam en aanstekelijk. Dichtbij huis een mooie route leek me. Dus bij het begin beginnen en derhalve toog ik naar Otterlo voor de aftrap.

De twee ijstijden hebben een enorm stempel gedrukt op het landschap van het noordelijk en middendeel van ons land. We hebben er de Utrechtse Heuvelrug en de stuwwallen aan de westflank van de Veluwe aan te danken en de Gelderse Vallei, ingeklemd tussen heuvelruggen, tafelbergen, doorsneden door talloze beken die het water van Veluwe en Heuvelrug afvoerden. Gedurende duizenden jaren werd het stroomdal opgevuld met een veenpakket van soms wel tien meter dik. Rendierjagers waren actief op de hoger gelegen gronden, duizenden jaren later kwamen boeren uit het zuiden en streken neer als akkerbouwers op de Veluwe, Heuvelrug en in ‘t Gooi. Nederzettingen ontstonden, met Leusden als eerste en al spoedig overvleugeld door Amersfoort, een voorde , doorwaadbare plaats in de Amer (Eem). 

Wandelen is een krachtig medicijn tegen chagrijn en kwalen schrijft Fokko Bosker in het voorwoord van de gids. En zo is het. Ook tegen obesitas. Wat me bevestigd wordt direct aan het begin van mijn tocht. Er komt een klein mannetje aanlopen, die mij nog ziet lezen in de gids. ‘Bent u nu al de weg kwijt’, vraagt hij goedsmoeds plagend. Het begin van een gesprek, waarin hij vertelt dat hij twee jaar geleden nog 140 kilo woog en intussen er vijftig kwijt is, door behalve een streng dieet ook veel te wandelen. Deze Delftse man, die ik onderweg nog eens tegenkom, begint aan het Eeskooterpad, een klompenpad, vanuit Otterlo en door de omgeving weer terug  naar Otterlo. Mijn route maakt veel gebruik van klompenpaden.

Otterlo – oorspronkelijk Utterlo – is meer dan 1100 jaar oud. Otter kunnen we letterlijk nemen en lo verwijst naar bos. Vanaf de veertiende eeuw is het de familie Eyschoten die de dienst uit maakt in het gebied. Vandaar Eeskooterpad. Maar ook omdat de naam verwijst naar het omheinen – het afschieten – van percelen essen. De van oorsprong Saksische akkerbouwers moesten hun gebied delen met edelherten, beren en wolven. “Een tekst uit 1659 vermeldt dat er in die jaren meer wolven dan mensen in de streek rondliepen. Een dode moerwolf leverde maar liefst zestig gulden op, een mannetje vijftig”. Aldus de gids. Op de Veluwe is de wolf weer terug en wie weet  groeit hij uit tot een aantal zo groot dat er wederom een prijs op haar en zijn kop komt te staan.

unknown   img_8571

 

Otterlo is nog steeds in de ban van 75 jaar bevrijding , getuige banieren met foto’s van bevrijders en enorme panelen met foto’s van bevrijdingsacties. Verder werft het toeristen met de grote vijf van het wild: moeflon, vos, buizerd, wildzwijn en edelhert. Behalve de buizerd heb ik van de andere vier geen enkel exemplaar kunnen waarnemen. 

Ik begin mijn wandeling in de Dorpsstraat, na een kop koffie – omdat ik  ook nodig al naar de wc moet – en een ronding van de oude Hervormde kerk, met haar Romaans schip en laatgotisch koor. Aan de rand van het dorp loop ik langs het monument dat herinnert aan de bevrijding door het Canadese leger. Een jong stel kuiert met een peuter naar de ingang van het Nationaal Park Hoge Veluwe en dus ook Kröller- Müllermuseum.  

img_8575    img_8577  oorlogsmonument                                                     boerderij de Houtkamp.

Een holle weg rond boerderij de Houtkamp is vanwege corona afgesloten. Dus loop ik voor de boerderij langs en sla rechtsaf een pad in dat naar het heide- en stuifzandgebied De Zanding voert. Links de overblijfselen van een bos, geteisterd door storm en brand. Het pad voert me een wal van stuifzand op, met bomen begroeit. Twee kloeke vrouwen met drie kleine honden komen me tegemoet. Vanaf een hoogte van tien meter heb ik een prachtig zicht op het intens gele  zand, stukken hei en plukken bomen. Betoverend vooral door de volle zon die er op schijnt. Links van me groeit een van de oudste eikenhakhoutbossen van de Veluwe, zo leert de gids me. Het hout vond z’n weg in de kachels, de schors naar de leerlooierijen. In het bos ontspringt de  Valkse Beek, bij bungalowpark De Wijde Werelt kom ik in haar stroomdal. De route voert over het park, maar is ook hier vanwege corona afgesloten. Ik wandel derhalve aan het park voorbij, langs de Arnhemseweg om linksaf een bos in te slaan, waar ik uitkom op een stuk hei, met een monument zonder tekst en uitleg. Een echtpaar uit Lunteren dat het klompenpad volgt heeft eveneens geen idee van het wat en waarom van dit ‘monstrum’. L’art pour l’art op de degelijke Veluwe. 

img_8579     img_8580

Bij een camping het Roekelse Bos in van kaarsrechte grove dennen en lariks en met zicht op een maisveld, waarachter de Valkse Beek zich laat vermoeden. Ik rond over een smal pad een terrein met grote tenten, kenmerkend voor het leger. Opengeslagen flappen geeft inkijk op stapelbedden, koffers, handdoeken in een rommeligheid, kenmerkend voor jeugd op vakantie. Padvinderskamp?  Een boerenpuber verzorgt de tuinrand van hoeve de Bosrand, die ik links laat liggen. Bij de hoeve de beek over, even later links een weiland door, bij een poel weer links – ik blijf het klompenpad volgen, ook al zegt de gids dat ik die nu verlaat – kom langs een andere kampeerboerderij die zich zelf de leukste van de Veluwe vindt, steek weer het bos in, kom op een verlenging van het klompenpad, waar me de voormalig ultra dikke man met KRO/NCRV petje op tegemoet loopt. De tocht voert me naar ‘s Heeren Loo, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Over het terrein van deze instelling zou ik mijn weg moeten vervolgen, maar al weer verspert corona een goed vervolg. Dus op goed geluk om de instelling heen gelopen, wat een paar kilometer meer scheelt. Ik beland op de N304 en kom voor de ingang van de instelling weer op de route. Langs een rododendron kwekerij linksaf door buurtschap Roekel. Ik sla linksaf richting een zorgboerderij, maar het pad gaat over een chique bungalowpark (Berkenrhode). De route loopt inmiddels parallel met het Beek en Bultpad. Bos door en het wordt eentonig: wederom wordt een toegang ontzegd tot een pad in de route. Dus weer omlopen en uiteindelijk via een andere weg in Wekerom beland. De gids geeft aan dat er van Wekerom een bus gaat naar Otterlo. Maar mooi niet, ja via Ede of Harskamp wellicht. Aldus een vriendelijke Wekeromse die ik aanspreek. Voor een bus komt moet ik  driekwartier wachten. Het weer is goed, dus besluit ik redelijk rechtstreeks naar Otterlo terug te wandelen. Ik hou nog een stop bij een blauwe bessen kwekerij voor een koffie met blauwe bessentaart, beiden welkom en smakelijk. Als ik in Otterlo terug ben staat de teller op 22 km. 

img_8583   img_8586                 Roekelse Bos                                                             beschermde jonge aanplant

img_8587

 

 

Laag door de uiterwaarden, hoog de berg op – rondwandeling bij Amerongen

Zaterdag 25 juli reed ik naar Amerongen, parkeerde bij het gelijknamige kasteel en begon aan een wandeling van 14 km die voor het grootste deel door druilregen vergezeld werd. En waarin ik een boer van mijn leeftijd op een traktor ontmoette en met wie ik een half uur lang een vriendelijk en onderhoudend gesprek kon voeren n.a.v.de nog steeds weer oplaaiende boerenprotesten. Met elkaar – consumenten en producenten – zijn wij gevangenen van een systeem, dat humaan gezien onwenselijk is, maar moeilijk en moeizaam aan te ontsnappen.

Het huidige kasteel is tussen 1674 en 1680 gebouwd. De laatste adellijke bewoner was graaf Van Aldenburgh Bentinck (1857-1940). Alvorens hij terecht kwam in Huize Doorn verbleef van 1918 tot 1920 de gevluchte Duitse keizer Wilhelm II bij genoemde graaf. Sinds 1982 wordt het beheerd door een stichting. Een restauratie van 2002 tot 2011 heeft kasteel als ook kasteelpark teruggebracht tot de situatie van 1930.

img_8514    img_8515  poortgebouwen ter weerszijden  van de toegangslaan tot kasteel

img_8516   img_8517            kasteelmuur rechts                                                   hotel hoek van weg naar de Nederrijn.

Het eerste stuk voert me door de Bovenpolder, een uiterwaard. Loop een stukje langs de Nederrijn, met aan de overzijde de contouren van het dorp Maurik. Mijn route loopt hier parallel met het Trekvogelpad, een echtpaar dat dat loopt komt me welgemoed tegemoet.

img_8518   img_8521

img_8523    img_8527

 

Ik kom op de Lekdijk en daal dan daarvan af om in het bos van landgoed Zuylestein te belanden, waarvan de renaissancistische parkaanleg uit de 17e eeuw qua structuur is bewaard gebleven. Deze geometrische aanpak is het werk van Frederick Nassau van Zuylestein, die als bastaardzoon het landgoed in 1640 erfde van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje Nassau. Het kasteel werd eind van de WO.II door de Engelsen gebombardeerd. Nazaten van Frederick hebben het landhuis in 1980 laten bouwen in de oude stijl. De geschiedenis van het landgoed gaat terug tot in de 14e eeuw. Bisschoppelijke registers maken melding van Jan van Zuylen als eigenaar van een versterkt huis. Laer werd dat een ridderhofstad voor rust en jachtpartijen en ontmoetingen. Frederik Hendrik kocht het in 1630. De bossen van het landgoed worden beheerd met behulp Magalitza varkens en Bonte Bentheimer varkens. Ze leven buiten, leven van beukennoten en schuilen in metalen rondbooghutten. Ik zie slechts de snuit van één van hen in  zo’n hut. Verder geen ander varken gezien. Aan de provinciale weg staat nog het 18e eeuwse poortgebouw, nu horecagelegenheid.

img_8528   img_8529              beeld, waar ik de boer ontmoette en gesprek n.a.v. waarom en hoe van het beeld. Zomaar door een kunstenaar er neergezet, waarschijnlijk

img_8532    img_8533  oude schaapskooi                                                     varkenshut

img_8535    img_8538  kasteel                                                                         poort en poortgebouw 18e eeuws.

Ik steek de drukke weg over en bewandel een lang bospad dat langzaam maar zeker omhoog gaat, tot op de hoogste heuvel van de Utrechtse Heuvelrug, de Amerongse Berg, het bos er om heen is het oudste bos van de heuvelrug, met grove dennen uit 1770, maar het meeste pas in 1900 aangeplant. Door de heren van Amerongen, terwille van de jacht. Eeuwen lang was het heide en nog eens heide en kon men van heinde en verre de kerktorens van Zeist en Amerongen zien, van Woudenberg, van Amersfoort. Bos is feitelijk van redelijk recente tijden.

img_8541   img_8542           Amerongse Bos                                                         top A.Berg met toevallig twee mij onbekenden

img_8543    img_8544  reconstructie grafheuvel                                           oude tabaksschuur

Al dalend , zeker drie kilometer, kom ik weer bij de drukke provinciale weg. Die oversteken en ander andere kant over een smal pad onder bomen door langs rechts de weg en links de Bovenpolder weer naar Amerongen, langs de rand ervan, uitkomend aan de andere kant van het kasteel. Ik bezoek nog de oude Dorpskerk alvorens weer huiswaarts te keren.

img_8554   img_8555

img_8559    img_8561                                            muurschilderingen  en graftombe adellijke familie Van Reede in Andrieskerk

Door bos, langs heide, rond water – Rondwandeling bij Leersum

Dinsdag 21 juli in het corona-jaar 2020 parkeer mijn auto op het terrein van restaurant Darthuizen,  aan de rand van Leersum. Darthuizen, een voormalige heerlijkheid, was tot 1857 een zelfstandige gemeente. In de 16e eeuw was Willem van Zuylen van Nijevelt , mogelijk de dichter van de Souterliedekens (berijmde psalmen) heer van Darthuizen. Jkvr. Agnies Pauw van Wieldrecht, (1927-2013), schrijfster van o.a. ‘Het dialect van de adel’ mocht zich vrouwe van Darthuizen noemen.

Vanaf de parkeerplaats steek ik de provinciale weg over om al snel een bos in te duiken. Het pad loopt omhoog en brengt mij bij een toren, die onderdak biedt aan een graftombe. De toren staat op de top van de Donderberg, 36 meter NAP. Donderbergen  - er zijn meer van in ons land – zouden in heidense tijd gewijd zijn aan Donar. In 1818 gaf Cornelis Jan van Nellesteyn, eigenaar/bewoner van ridderhofstad Broekhuizen,  aan Jan David Zocher de opdracht een familiegraftombe te ontwerpen en te bouwen. De opdrachtgever werd in 1830 als eerste hier bijgezet. In 1917 de twaalfde tevens laatste. Op zondag middagen kan men rond geleid worden in het monument.

img_8480   img_8479                        Tombe van Nellesteyn                         19e eeuwse begraafplaats aan voet van toren-tombe

Met mooi zicht daal ik af, vanwege het zeer ongelijke pad voorzichtig en er niet van af te ‘donderen’. Ik kom uit bij de Maarsbergseweg, om vrij snel weer door bos te lopen naar Breeveen, een fraai heidegebied. Ik hoor het knorkrassen van een raaf, maar zie de vogel helaas niet. Evenmin de levendbarende hagedis die hier zich thuis schijnt te voelen. Om over de nachtzwaluw te zwijgen.

img_8478    img_8483

De beschrijving van de tocht is niet even adequaat – een euvel dat ik al eerder heb moeten constateren helaas en steeds betreft onjuiste afstandsmetingen. Dus loop ik strakker langs een plas dan de bedoeling is volgens het boekje. Ik kom weer op het ‘juiste pad’ , loop tussen plassen door en om de grootste heen. Deze Leersumse plassen zijn ontstaan door veenafgraving in de 18e eeuw. Tot voor kort waren het niet meer dan modderpoelen met riet begroeid en verzuurd. Door o.a. baggeren zijn de plassen hersteld en dobberen er diverse watervogels op het lage water. En er waden witte runderen door, een fraai rustiek gezicht als op een 18e eeuws schilderij.

img_8484    img_8489

Na het ronden van de plassen gaat het wederom mis, een beschreven klaphekje zie ik niet en daarna is het weer dwalen, maar uiteindelijk  kom ik tegen het einde weer op het beschreven pad, beklim de Lombokheuvel om uit te komen bij  de zgn. Uilentoren. Deze folly (= bouwwerk voor de lol) werd in 1904 gebouwd in het toen nog bestaande landgoed Lombok. Het is een uitzichttoren met vier uilen, maar vanwege het hoog oprijzend geboomte is het uitzicht vrij beperkt. 

img_8492

Ik daal de heuvel af en beklim de Donderberg weer en kom weer uit bij de Toren/graftombe van Nellesteijn, daal tot aan een begraafplaats met bij de hoofdingang een sprekend monument . Spoedig steek ik weer de provinciale weg over bij het restaurant waar ik mijn tien kilometer lange wandeling begon. Op de terugweg kijk ik goed of opnieuw wellicht een boommarter oversteekt, wat mij op de heenweg overkwam.

img_8494   img_8495                        links de graftombe en rechts monument voor drie monumenten : Graftombe; klinkerweg door Leersumse arbeidersgezinnen in Elst gehakt en op kar geladen en door stratenmakers gelegd.

 

 

 

Tussen groen en de bonte kleuren van mountainbikers – Wandeling landgoed Den Treek – Leusden

Zondag 19 juli in het Corona-jaar 2020 begaf ik me naar Leusden en parkeerde mijn auto op de Paradijsweg. De wandeling van circa 14 km was enerzijds paradijselijk, gezien het weldadige landschap, maar wekte ook ergernis vanwege onjuiste afstandsaanduidingen in de gids en dus verkeerd lopen en de confrontatie met talrijke mountainbikers over een eigen parcours die soms samenviel met mijn aangegeven wandelroute en soms die kruiste. Ik heb begrepen dat zo’n landgoed om extra inkomsten te genereren dit soort parcoursen bewust uitzet, want de mountainbiker moet voor gebruik er van betalen. Of dat bevorderlijk is voor flora en fauna valt ernstig te betwijfelen.

img_8463   img_8464

In een oorkonde uit 777 wordt melding gemaakt van villa Lisiduna, gelegen op de overgang van Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei. Karel de Grote schenkt deze villa aan de Utrechtse kerk. Een villa is wat wij landgoed noemen, met boerderijen, akkers, bossen, weiden etc, toebehorend aan één heer en bewerkt en bebouwd door horigen. Uit genoemde villa ontwikkelde zich het dorp Leusden, met in 1006 al een eigen kerkgebouw. Er vindt landbouw plaats en ijzerwinning. Zandgronden en veengebieden komen hier samen. In de 18e eeuw raakt Leusden ontvolkt, dusdanig dat in 1827 de kerk wordt afgebroken en een nieuwe in Leusbroek wordt gebouwd. Leusden is Oud-Leusden geworden en Leusbroek wordt Leusden.

img_8465   img_8466

img_8467     img_8468

img_8469    img_8470

De laatste foto rechts laat de Woudenbergse grift zien oftewel het Valleikanaal. Dat kanaal kent een lengte van 40 km en loopt van de Nederrijn bij Rhenen aan de voet van de Grebbeberg naar de Eem in Amersfoort. Gedurende die 40 km loopt het na Rhenen door de plaatsen  Wageningen, Veenendaal, Overberg, Scherpenzeel, Woudenberg en Leusden om dus uiteindelijk in de keistad te eindigen. In zijn huidige vorm is het in het kader van de werkverschaffing aangelegd tussen 1935 en 1941, als versterking van de Grebbelinie en verbetering van de afwatering van de Gelderse Vallei. Het gedeelte tussen Rhenen en Veenendaal werd al in de middeleeuwen gegraven onder bisschop David van Bourgondië en heette Davidsgrift, kortweg Grift. Bij Woudenberg is een deel van de Lunterse Beek gebruikt, bij Leusden de Moorster- en Modderbeek.

img_8471   img_8472

img_8473    img_8475

Den Treek is één van de 26 hoeven die al in de dertiende eeuw in de streek te vinden zijn en gezamenlijk een marke vormden oftewel een meent. Bavoort, thans een restaurant, was een andere hoeve. Den Treek breidt zich steeds meer uit, als huis en als landgoed. In 1807 wordt het gekocht door Willem Hendrik de Beaufort, die het huis verbouwt, twee nieuwe vleugels toevoegt en een koetshuis. Tot 1998 was het eigendom van de Beauforts. Van 1949 tot 2000 was het een hotel. Nu is het weer particulier bewoond.

img_8476   img_8477

Tegen het eind van mijn rondwandeling ontmoet ik een oudere man op een bankje, met plaats voor twee binnen de corona-afstand. Hij fietst dagelijks vanuit z’n woonplaats Amersfoort naar dit gebied. Hij vertelt spontaan dat hij weduwnaar is, al weer 15 jaar, vrouw plotseling op vakantie overleden aan een geknapt aneurysma. Zelf heeft hij daarna long- en nierkanker, darm- en prostaatkanker overleefd. En recentelijk ook nog corona. ‘Ik ben God dankbaar’,  zegt hij. ‘s Avonds eet hij een boterham en gaat dan ook weer op pad. Van tv kijken houdt hij niet, vandaar. 

 

 

Pelgrimspad 9 – Middelbeers – Haaren

Zaterdag 18 juli in het coronajaar 2020 kwamen we om 11 uur des ochtends in de benen voor een ruim 20 kilometer lange voettocht, de ene laatste etappe van het zuidelijk deel van het Pelgrimspad. Weer en humeur zijn stralend.We vertrekken vanaf het grote plein in Middelbeers, het dorp dat zowel een oude als nieuwe Sint Willibrorduskerk. De oude middeleeuwse wordt alleen gebruikt voor exposities en bij bijzondere gelegenheden. 

532px-middelbeers_-_willibrordusstraat_25_-_oude_st-_willibrorduskerk  532px-middelbeers_-_willibrordusstraat_16_-_st-_willibrorduskerk                                de beide St.Willibrorduskerken van Middelbeers

Door akkerland bereiken we een kanaal door een bos. We worden gewaarschuwd voor een agressieve buizerd. Hoog in de lucht zien we er twee op de luchtstroom deinen en cirkelen, horen de schrille roep. Het kanaal leidt naar het grotere Wilhelminakanaal. De bossen horen bij landgoed Baest, waar de Beerze doorheen stroomt. Dit landgoed was vanaf 13i7 in bezit van de abdij Tongerlo (België). Na de Vrede van Münster (1648) werd het door de overheid geconfisqueerd en kwam het in particuliere handen.                                    Het Wilhelminakanaal is 68 kilometer lang en verbindt de Zuid-Willemsvaart met Geertruidenberg. De plannen om Tilburg en Eindhoven met de Maas te verbinden dateren al uit 1794. Kanalenkoning Willem I stimuleerde de aanleg er van zeer, maar moeizame onderhandelingen voorkwamen aanleg voorlopig. Koning Willem II gaf tijdens zijn korte regeerperiode voorrang aan Nieuwe Waterweg en Noordzeekanaal. De Tilburgse textielindustrie had dringend behoefte aan een adequate verbinding, maar haar lobby onder koning Willem III bleek vruchteloos. Eindelijk kon in 1910 begonnen worden met graven en in 1916 meerde het eerste schip in Tilburg aan.

img_8405     img_8409                      waarschuwing agressieve buizerd      Wilhelminakanaal

 

Na de oversteek over het kanaal bereiken we al snel Kapel De Heilige Eik. Een forse kapel diep in het groen, waar om heen je de kruiswegstaties kan lopen, elke statie een kunstwerk van de beroemde beeldhouwer Mary Andriessen. De legende wil dat een boer uit Spoordonk op een dag een uit hout gesneden Mariabeeldje in de Beerze tegen de stroom in zag drijven. Hij viste het beeldje op en plaatste het in een holle eik. Een voorbijganger vond dat een ongepaste plek, nam het beeldje mee naar de pastoor van Oirschot, die het in de lokale Pieterskerk een plek gaf. Maar, de andere dag was het beeldje weg en werd het opnieuw in de holle eik aangetroffen. Dat was een duidelijk teken en dus werd tot de bouw van een kapel besloten. Het is dan midden in de tachtig jarige oorlog. In 1649, dus na afloop daarvan, wordt de kapel op last van de Staten Generaal tot de grond toe afgebroken. Maar de pelgrims bleven komen en eind 18e eeuw stond er een kapel van plaggen. In 1854 – de tijd van het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie – werd een nieuwe stenen kapel gebouwd. Echter het oorspronkelijke beeld staat toch weer in  Oirschot, terwijl de werkelijke verering nog immer in de kapel plaats vindt, waar de pelgrims zich tevreden stellen met een kleinere replica. Ook als wij er belanden zijn er veel bezoekers, er worden tientallen kaarsen opgestoken, er zijn fraaie glas-in-loodramen, ook die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. In de kapel worden zowel de militaire als de burgerslachtoffers uit de streek herdacht.

img_8413   img_8410

img_8416    img_8418

Vanaf de kapel stiefelen we naar de A58, waar we overheen gaan en vervolgens linksaf slaande even langs lopen om uiteindelijk koers te zetten naar Spoordonk. De naam verwijst naar een donk (hoogte) in moerasgebied, met een struik van sporkenhout. Het kerkdorp van 2000 inwoners ligt gegroepeerd rond de karakteristieke Sint-Bernadettekerk, uit 1935/36. Het dorp ontstond ooit door en bij Kasteel Ten Bergh aan de Beerze, bewoond door o.a. de familie van Merode. In de 18e eeuw werd het kasteel gesloopt, slotpoort en koetshuis resteren nog. Iets buiten het dorp staat de Spoordonkse Watermolen, een olie- en korenmolen. Nu een prachtig gelegen horecagelegenheid. Het waterrad is onzichtbaar, vormt het midden van de molen over de Beerze langwerpig heen gebouwd. Met een reclame voor Wyers Oude Jenever, wat de molenaar een aantal flessen jenever opleverde. De molen doet nog steeds zijn zegenrijk werk.  Het is de enige horecagelegenheid op onze route en het is lunchtijd, dus strijken we neer en doen ons tegoed aan kroketten, broodjes zalm, karnemelk en cappuccino .

532px-bernadettekerk-spoordonk        img_8423

img_8424    594-1333748187-3

 

We vervolgen onze tocht langs de Beerze, waarin een achttien vistrappen van enorme keien zijn aangebracht die een stuw vervangen die voorheen het verval van twee meter opving. De oude meanderende loop is hersteld; het gekanaliseerde deel kan bij forse regenval voor extra opvang zorgen.   We komen uit bij Viermannekesbrug, alwaar een poel vinpootsalamanders herbergt en kikkers, bloedzuigers en watervlooien. We blijven door het dal van de Beerze lopen, waar we vooral hinderlijk last hebben van bloedbeluste steekmuggen. In een overloopgebied van heide, graslanden en bosschages stuiten we op een stille getuige van een tragische gebeurtenis. In dit gebiedje , Balsvoort, stond ooit een gelijknamige boerderij van de familie Schut. De broers Hein en Theo Schut waren actief in het verzet, voorzagen onderduikadressen van voedsel, waren begaan met het lot van afgedwaalde en verkeerd gedropte piloten in het kader van Market Garden en boden onderdak aan gezochten , zoals hun eigen broer Bernard en de burgemeester van Oisterwijk. Het verzet hield op de hoeve zeven Duitsers gevangen, die ze op 4 oktober 1944 vrij lieten. Maar dat werd de broers Schut niet gemeld. Die werden dus verrast door de daarop volgende overval van de Duitsers. Bernard werd op de vlucht doodgeschoten, Hein na aanhouding gefusilleerd. Althans zo wordt vermeld op een informatiebord naast de stenen contouren van de toenmalige boerderij.

img_8431     img_8429

img_8428-2  de broers Hein en Bernard

 

De muggenplaag houdt op als we een van de grootste natte heidegebieden van ons land betreden, de Kampina. Het gebied van 1200 ha tussen Boxtel en Oisterwijk is al sinds 1929 eigendom van Natuurmonumenten en onderdeel van Het Groene Woud, Nationaal Landschap in de driehoek Tilburg, Den Bosch en Eindhoven. Naast de Beerze stroomt ook de Rosep door het gebied. En het kent talrijke vennen. Eén ervan heeft zo’n aantrekkingskracht op Anja, dat zij zich ontdoet van haar bovengoed en een duik neemt. 

img_8432     3807148f-3b94-4344-978c-0955ba708edb

img_8434    b654ed27-91b7-4a3c-aa01-c2311049f18c

We steken een spoorlijn over en de Essche Stroom , ook wel Run genoemd, vroeger Dieze, een gekanaliseerd riviertje van 7 km en even later de Nemer en zien links na een oprijlaan Kasteel Nemerlaer. Het wordt voor het eerst genoemd in 1303 als woning van ridder Geerlinck van den Bossche. In 1718 wordt het gerestaureerd en deels verbouwd. In 1880 werd het nogmaals verbouwd en in 1964 werd het landgoed aangekocht door Het Brabants Landschap en kreeg het vervallen kasteel voor één gulden er bij. Het kasteel is opgeknapt, wordt particulier bewoond, maar biedt tevens onderdak aan culturele evenementen en horeca. We lopen de lange toegangsweg af en komen bij de parkeerplaats waar de auto’s van Anja en mij staan. Maar eerst doen we ons tegoed aan bier en pannenkoeken. 

266px-kasteelnemerlaer   img_8438

739b95eb-9f5d-4a95-a5dd-d16f8a7b47fb   4d2a3e21-85cd-45c6-bed6-c5416baad7f3

Groen en geel genieten – rondwandeling van en naar Den Dolder

Woensdag 15 juli in het corona-jaar 2020

Even na tien uur parkeer ik mijn Nissan – koekblik bij het station van Den Dolder om te beginnen aan wandeling 4 uit het boekje ‘Wandelen over de Utrechtse Heuvelrug. Rondwandelingen van 15 km staat op de cover. Van de 15 wandelingen zijn er slechts twee die die lengte kennen, waaronder deze. 85% zandpad-garantie vermeldt de omslag ook. En dat klopt ook. Het eerste en het laatste deel van deze rondwandeling gaat over asfalt en op twee plekken onderweg raken de voeten harde ondergrond, zoals in het villadorpje Soestduinen. Alwaar een fijne stop mogelijk is bij een gelijknamige brasserie, waar ik me tegoed deed aan uitstekende kroketten op heerlijk brood. Het terrein is verder behoorlijk geaccidenteerd en zwaar: zandverstuiving en tegen het eind steeds weer klimmen en dalen over een wortelrijke stuwwal. De routes zijn niet gemarkeerd, maar volgt vaak wisselend lokale, regionale of landelijke routes. Daar wordt in de beschrijving niet altijd gebruik van gemaakt. Een gemis, omdat de beschrijving alleen soms juist onduidelijk is of te precies, zoals: pad oversteken, even doorlopen en dan eerste paadje linksaf’, terwijl de praktijk leert dat dat doorlopen slechts één of twee stappen behelst, dus ‘na oversteek direct links af is m.i. duidelijker. Afstand meten is ook geen sterk punt. Waar 300 meter staat blijkt  niet meer dan 100 meter en 100 meter slechts dertig meter. Enfin niet te veel kniezen en zeker niet groen en geel ergeren, maar ze genieten.

img_8384   img_8388

Het groen van bos en geel van stuifzand bepalen het beeld. Fraai landschap tussen Den Dolder en Soest, waar veel wandelaars, joggers en fietsers gebruik van maken en uiteraard hondenuitlaters. 

Ruim 1 km loop je vanaf station Den Dolder langs het spoor over een fietspad om langs een entree van het park van vliegveld Soesterberg het spoor over te steken en ogenblikkelijk door groen van bomen, struiken, gras omringd te worden.    

img_8385                   

In 1900 was Den Dolder niet veel meer dan een halteplaats van de trein Utrecht-Amersfoort. In 1902 vestigde zich in het gebied van heide en stuifzand zeepfabriek De Duif. Directeur Pleines was uit het sociale hout gesneden. Behalve woningen voor zijn arbeiders zorgde hij voor een school, een postkantoor en een winkel.   In 1917 kocht Unilever de fabriek en verplaatste de productie naar elders. Nu staat er nog steeds de Remiafabriek. Den Dolder is echter nog veel meer bekend vanwege de Willem Arntsz Hoeve, een psychiatrische instelling/inrichting die zich al in 1906 hier vestigde. Den Dolder kent derhalve de bittere klank van geestesziek. Vanwege de fabriek en de inrichting kreeg het dorp een naam, naar een al bestaande Dolderseweg: den Den Dolder.

Het eerste bos waar ik door heen loop , eenmaal het spoor over, behoorde bij het landgoed Pijnenburg, dat zich uitstrekt naar Lage Vuursche, Soestdijk en Baarn. Sinds 1951 is dit eigendom van Natuurmonumenten en heet sinds 15 jaar Laag Hees en De Zoom. Na dit bos weer de spoorlijn over en dan een km door weelderig groen naar een kleinstuk heide en groot stuifzandgebied, de Lange Duinen. Na Soestduinen volgt dan nog de Korte Duinen.  De beide Duinen ontstonden in de late middeleeuwen door overbegrazing en het steken van plaggen. En dan is er geen houden meer aan. Benutters van heiden trekken verder en al dus stuifzand uiteindelijk achterlatend. Bosaanplant verkleinde het stuifzandgebied. Het restant kreeg in 1996 de status van aardkundig monument. Tien jaar later werd het gebied vergroot door bomenkap en wegplaggen van begroeiing onder het motto ‘laat maar waaien’. Er groeien jeneverbesstruiken en vliegdennen.  Ik zie kinderen uitbundig ravotten in het zand, al dan niet met ouders en/of hun hond.

img_8390     img_8392

 

In 1863 werd station Soestduinen geopend en later uitgebreid in de verwachting dat ook het villadorp groter zou worden, maar die verwachting kwam niet uit. Het dorp kende nog een industriewijkje met de firma Kodak en een militair depot. Die zijn verdwenen en het wijkje werd ruim tien jaar geleden aan de natuur teruggeven. Het station werd in 1998 opgeheven. Een natuurbad, in het kader van de werkverschaffing in 1933 aangelegd, werd in 1990 verkocht door de gemeente Soest aan een projectontwikkelaar, die een golfbaan liet aanleggen, een hotel  en appartementengebouwen liet bouwen.

img_8391

De Korte Duinen zijn het keerpunt in de route en onder Soest langs, de (drukke) N43 nogmaals overstekend , langs de noordkant van de Lange Duinen, het spoor weer over en door bos, voornamelijk over een grillige oude stuwwal bereik het terrein van de Willem Arntsz Hoeve. Willem Arntsz was een vermogende Utrechter die oog had voor de nood van geesteszieken. In zijn nalatenschap stelde hij geld ter beschikking voor een gasthuis voor deze noodlijdenden. In Utrecht verrees in 1461 – twee jaar na Arntsz’ dood –  het tweede dolhuis van de noordelijke Lage Landen. In 1905 kocht wat inmiddels een stichting was terrein inde buurt van de treinhalte aan de Dolderscheweg. In 1906 werd een boerderij gebouwd, waar patiënten konden werken. In feite een zorgboerderij avant la lettre! Langzaam dijde het uit tot een neusdorp in het groen. In de jaren ’70 speelde zich hier de affaire Dennendal af, waar met nieuwe ideeën geëxperimenteerd werd, onder andere door patiënten en personeel onder één dak te brengen. Politie-ingrijpen maakte een eind aan het experiment. Sommige onderdelen er van inmiddels gemeengoed. Het terrein is thans over diverse eigenaren verdeeld: Twee stichtingen, Utrechts Landschapen kunstenaars die anti-kraak wonen en werken. Stichting Altrecht, de opvolger van de W.A.Hoeve,  zal het terrein op termijn verlaten.  De plek kwam zeer negatief in het nieuws door de moord op Anne Faber, september 2017. In de buurt van Den Dolder en de W.A.Hoeve werd een ontmoeting met een aldaar verblijvende delinquent uit Zeewolde haar fataal.

img_8394

                

 

Tussen donker en licht – wandeling in het land van Achterberg

Op maandag 13 juli in het Coronajaar 2020 reed ik naar de weg tussen Doorn en Leersum, parkeerde mijn auto op het Doornse Gat en stak met moed en beleid en dus voorzichtig de immer drukke provinciale weg over de Utrechtse Heuvelrug over en begon aan een wandeling van een kilometer of elf. 

De wandeling uit het boekje ‘Wandelen over de Utrechtse Heuvelrug’ van de heren Wolfs en Snelderwaard is getiteld ‘Sandenburg’ naar het gebied waarin de voetstappen gezet worden en het doel en keerpunt, het gelijknamige kasteel. 

Het eerste stuk, de noordelijke kant van het landschap, bestaat uit een smalle strook donker bos, wat in 1975 in handen kwam van het Utrechts Landschap. Mijn voetstappen zet ik op de oude Postweg parallel aan de N225, nu een breed bospad en vroeger het traject van de tram tussen Utrecht en Rhenen. Aan de N225 ligt nog het Wapen van Sandenburg, een in Zwitserse chaletstijl gebouwd theehuis, waar vroeger tramreizigers konden pleisteren tijdens het wachten. Het is nu dicht en verlaten, onduidelijk of dat een gevolg is van de coronacrisis.

Ik wandel om het sportcomplex van de DEV Doorn, de plaatselijke voetbalclub, heen en dan ben je al snel in open land, komt het licht daverend je tegemoet. Loof-en naaldbos, doorsneden door beuken- en eikenlanen heeft plaats gemaakt voor laag, nat, rivierkleigebied en dus geschikt voor weiden. Mijn oog valt op een bord van familie Doornenbal. En ik besef ineens in welk gebied ik terecht ben gekomen; ik had het kunnen weten. Sandenburg deed al een heel klein belletje rinkelen, maar het geluid kon ik nog niet thuis brengen. Doornenbal en dus ook Achterberg. In Oene op de Veluwe stond jarenlang één van de markantste en merkwaardigste dominees van ons land. Een vrijgezel, weliswaar orthodox-hervormd, maar tegelijk doortrokken van mystiek en poëzie. Hij schreef stukken in het Veluws Kerkblad die in heel Nederland gelezen werden, omdat ze openhartig waren, vol liefde voor flora en fauna, bewogen om mensen. Die stukken werden gebundeld en Bart Spruijt schreef een biografie over de dominee die niet ouder werd dan 64 jaar en als boerenzoon in mijn wandelgebied geboren werd. In dit zelfde gebied kwam Gerrit Achterberg aan het levenslicht. De dominee en de dichter raakten bevriend. Achterberg vader werkte op het kasteel, waar sinds de achttiende eeuw de familie Van Lynden de scepter zwaait, toen baron , nu graaf en gravin.  Sandenburg bestaat al sinds de 13e eeuw en is nog steeds het grootste landgoed in het gebied tussen Langbroekerwetering en Utrechtse Heuvelrug.

Een groot deel van de route die ik loop valt samen met een klompenpad naar de dichter genoemd en onderweg voorzien van panelen met zorgvuldig gekozen gedichten van Achterberg.

Het kasteel is keerpunt van mijn route en het lijkt wel of de ontwerpers dachten en nu nu zo snel mogelijk weer naar het beginpunt. Een aantal kilometers zet ik voet voor voet op een hobbelig graspad tussen vers gemaaide weilanden, langs een akker boekweit en rogge en een strook gele ganzenbloem, gelardeerd met korenbloem, klaproos en komkommerkruid. Struiken en knotwilgen vergezellen me rechts. De donkere bossen komen gestaag dichterbij. Om me uiteindelijk weer geleidelijk op te slokken. Aan de Buntlaan , geasfalteerd in het open gebied, zandpad in de bossen, staan een paar aantrekkelijke menselijke onderkomens.

 

img_8353   img_8352                        klompvoet                                              overgang tussen zand en rivierklei

img_8351    img_8357 sportvelden                                                                 Doornenbal

img_8358   img_8360

img_8362    img_8365

img_8367   img_8368

img_8371     img_8372

 

img_8373    img_8374

img_8375    img_8379  boekweit

img_8380img_8381

 

Met hun loftrompet – column 7 – Nederlands Dagblad

 

‘Zwarte levens doen er toe’. Zo kan je het toch in ondubbelzinnig Nederlands zeggen?! ‘Black lives matter’ klinkt voor mij afstandelijker en dus makkelijker te ontwijken.

Hetzelfde heb ik met Keti Koti. Ik snap dat de betrokkenen gezien hun achtergrond het zo willen noemen. Maar ik voel het als ‘niet voor mij’, hun feestje. Terwijl alom geroepen wordt om verbinding. Ik zag de herdenking in het Oosterpark en ik voelde me een buitenstaander.‘Gebroken kettingen’ komt veel dichterbij. Voor mij dan.

Het is blijvend zinvol om te gedenken hoe vroeger zwarte medemensen misbruikt werden en vernederd voor eigen gewin, in Amsterdam nog steeds zichtbaar in wat we de grachtengordel noemen. Het is eveneens zinvol om huidig racisme te benoemen, te onthullen, te bestrijden. Ook in mijzelf, indien nodig. 

Maar laten we dan ook ketens die nog steeds niet gebroken zijn, aan de kaak stellen en vurig bevechten. Slavernij is er helaas nog steeds. Niet alleen op afgelegen boerderijen in bijvoorbeeld Drenthe. Maar structureel nog steeds in de kledingindustrie. Op de akkers, in de slachthuizen.

Hoe huisvestten wij destijds wat wij toen gastarbeiders noemden? ‘Gast’ was een eufemisme, gezien de behandeling, zeg maar gerust mishandeling, die in onze samenleving gedoogd werd. Net als toen, als altijd uit geldelijk gewin.

Voor mij is de mensheid een kleurpotlodendoos. Van wit tot zwart en alles er tussen in en allemaal even bruikbaar en gewenst voor een bestaan als voor een hopelijk fraaie tekening. 

Ik kan me heel goed voorstellen dat gekleurde voetballers het zat zijn om steeds maar weer meestal zouteloze grappen te moeten horen.    Maar ik kan me niet goed voorstellen dat zij en de anderen in de voetbalkleurpotlodendoos straks zo maar zonder bezwaar afreizen naar het WK  in Qatar, mochten zij zich plaatsen.. Want als er ergens nog ketens verbroken moeten worden, mensen uit slavernij moeten worden bevrijd, dan zeker ook daar. 

Het argument dat voetbal en politiek twee verschillende zaken zijn of dat bij een boycot de jongens uit de Filippijnen, Sri Lanka en Bangladesh dan nog verder van huis zijn lijkt hout te snijden, maar mist humaan gezien elke grond. Geldelijk, veel geldelijk gewin is ook hier in het geding.  Zijn de voetballers zelf eigenlijk niet een soort moderne slaven, met onzichtbare, maar wel merkbare kettingen verbonden aan makelaars, zaakwaarnemers, oligarchen, hedgefondsen enzovoort? 

Er is gezamenlijk, met ‘de gehele doos’, meer werk aan de winkel dan de uitbanning van Zwarte Piet . Ander werk ook dan het bekladden of zelfs omverhalen van standbeelden. Dat is in mijn ogen destructieve energie en mist elk doel.

Remonstrants collega Tom Mikkers meende een duit in het racisme-zakje te moeten doen door voor te stellen vers 19 van Barnards lied ‘Jeruzalem, mijn vaderstad’ te verwijderen. 

Voor wie het niet weet, dat couplet luidt:

De negers met hun loftrompet                                  

de joden met hun ster,

wie arm is, achteropgezet,

de vromen van oudsher.

 

Je zou prima negers  door zwarten kunnen vervangen, maar het hoeft niet. In het gebruik van het woord ‘neger’ zit de pijn van hun onderdrukte positie, zoals ook uitgedrukt in ‘de joden met hun ster’. Onbegrijpelijk dat Mikkers dat niet  lijkt te begrijpen.

Nu begreep ik onlangs dat hij het hele lied geen plek meer gunt in het  Liedboek der Kerken (nr.737).

Zelf heb ik het lied  van 21 coupletten wel eens als een kralensnoer door de hele dienst heen laten zingen. Omdat dat lied zo prachtig en treffend de hoop verwoordt op een andere wereld, waarin juist het recht wordt hersteld en wie achteropgezet zijn in deze bedeling een ereplaats krijgen. Het is een protestantse ‘negro-spiritual’. Pardon, dat mag ik natuurlijk ook niet meer zeggen.

Met dat lied kun je juist de eigenlijke barricaden op, waar in welke kleur dan ook de ‘slaven met hun ketenen rammelen’.

Met perspectief:

 

van alle kanten komen zij

de lange lanen door,

het is een eindeloze rij,

de kinderen gaan voor.