HERDERS ZONDER ERBARMEN

In één klap leerde ik een nieuw woord, letterlijk. Met mijn toenmalige echtgenote woonde ik in het Roemeense Cluj, in een pijpenla van het Hongaarstalig Theologisch Instituut. De Hongaarse naam voor de hoofdstad van Transsylvanië was ons vertrouwder : Kolozsvár. Zeker op die bewuste dag, nu u dit leest, 45 jaar geleden.

Mijn vrouw was ijverig aan de studie in de smalle gastenkamer, ik was te gast in de  studentenkamer van Kiss Károly een paar etages hoger. We waren met hem bevriend geraakt, hij bekwaamde ons verder in het Hongaars, ik leerde hem Nederlands. Dat zal ik die avond ook gedaan hebben. Opeens voelden we alles onder ons bewegen en zagen de plafondlamp vervaarlijk heen en weer zwiepen. ‘Földrengés’, riep Károly uit. En ik wist precies wat dat woord betekende: aardbeving!

Het episch centrum van deze beving lag een paar honderd kilometers zuidelijker. Vooral Boekarest werd zwaar getroffen. Volgens officiële cijfers vielen er 1500 doden, maar het waren er helaas veel meer. Vanwege het regime, voor wie zo’n beving een enorme deuk in het imago betekende. Een regime in alles meedogenloos en ook nu bij de extra ramp voor de bevolking. Hulphonden uit Zwitserland werden geweigerd. Niet alle puinhopen werden zorgvuldig onderzocht op slachtoffers, maar weggebulldozerd.

Het Ceausescu-regime voerde al jaren oorlog tegen de eigen bevolking, buitte de eigen bevolking uit, behandelde minderheden als Hongaren en Roma als minder dan tweederangs. Nee, financiële schulden kende het land niet, maar humanitaire in juist heviger mate wel.

Er stierven mensen door gebrek aan warmte en voedsel, door gebrek aan barmhartigheid en gerechtigheid. En de hunkering naar verandering, regimewisseling was enerzijds gigantisch maar anderzijds was er berusting: zou dat ooit komen. 

Vladimir Poetin doet me heel erg denken aan Nicolae Ceausescu. Beiden van eenvoudige komaf, beiden kleine kereltjes met een enorm  ego, beiden langzaam omhoog gekomen in de hiërarchie. Beiden zetelend in enorme paleizen, beiden narcisten zonder scrupules. Maar beiden ten diepste angsthazen, bang macht te verliezen, gevoed door wantrouwen ook of juist voor de eigen entourage. Ceausescu trok elke dag nieuwe kleding aan van top ten, van onderbroek tot kostuum, panisch als hij was via zijn kleren vergiftigd te worden. Zijn eigen kinderen liet hij afluisteren, de vriend van zijn dochter vermoorden. Door omstandigheden op het wereldtoneel, toenemend verzet in eigen gelederen moest de schoenlapperszoon uiteindelijk sneven, letterlijk, met z’n nog giftiger vrouw, 

Narcissus of de duivel zo u wilt kan vele gedaanten aannemen, zich in schone kleren hullen, je paaien met zoete vergezichten, maar intussen de nagels scherpen voor een uithaal naar een ieder die niet op het ogenschijnlijk zoete liedje wil dansen. 

De Russische wolf heeft zijn schaapskleren afgedaan en zet z’n tanden in de arme schapen van een buurland en in feite al langer en nu ook indirect in de schapen van eigen kudde. Om een ander dier op te roepen: wat nog aanvankelijk leek op een ringslang vervelde zich steeds meer tot een giftige adder. Om met listige praatjes de kluit te belazeren, om de tuin leiden in eigen land en op het wereldtoneel. Listige praatjes die steeds meer giftige praatjes bleken. Met het Concertkoor in Bergen op Zoom was ik ooit in Kiev voor een uitvoering van Mozarts Requiem. Wij zongen , een Oekraïens orkest begeleidde ons. Wat toen slechts muziek was of herinnering aan in het verleden gestorvenen is nu in het land hartverscheurende werkelijkheid. Elk requiem een kyrie tegelijk.

Zoals door heel Oost Europa staan ook in Oekraïne talrijke St. Nicolaaskerken.

Nicolaas van Myra, begraven in Bari, is een van de belangrijkste heiligen, zeker in Rusland. Ons land kent ook vele Klaaskerken vanwege de scheepvaart, waarvan Nicolaas de patroonheilige is. Maar hij is het ook van de kinderen. Hij is de heilige van het erbarmen, van het beschermen van wat kwetsbaar is. Zijn dat niet alle burgers, wij allen, kinderen van één Vader?

‘Herder’ zonder erbarmen Poetin zal wellicht vele malen de icoon van de Heilige Nicolaas gekust hebben. 

God geve dat hij op de knieën gedwongen wordt om de gerechtigheid te kussen, geraakt door de blik van Nicolaas, geraakt door de ogen van kinderen getroffen door het geweld van zijn bewind.

God geve het land een herder vol erbarmen, de vermorzeling van de slang, het vertrek van de wolf uit de kudde.