Grebbeliniepad 5 – Renswoude – Scherpenzeel

Naar Renswoude, Dorpsstraat bij restaurant De Dennen, waar ik mijn auto parkeer. Renswoude: De naam is een samentrekking van Rhenen-s woude, omdat het ooit tot Rhenen behoorde. Al in 855 werd het zo genoemd, maar dan in het Latijn: silva Hrenhem. Echter pas rond 1400 is er echt sprake van een nederzetting, bestaande uit een versterkt huis en een aantal boerderijen. In 1638 kwam er lintbebouwing: de huidige Dorpsstraat en twee achterwegen (nu Molenstraat en Kerkstraat) De initiatiefnemer Johan van Reede liet tevens kasteel Renswoude (1654) en de koepelkerk (1639) bouwen. In 1674 werd Renswoude een ‘Hooge en vrije heerlijkheid’, een gebied met een eigen onafhankelijke rechtspraak. In W.O.II is er hard gevochten in het buitengebied van het dorp. Uit voorzorg was de bevolking geëvacueerd. Een deel van hen kwam tussen evacués uit Veenendaal terecht en kwamen op een schip, niet voor hen bestemd. Enfin voor hen werd toch plek gevonden in plaatsen langs de Lek. Het merendeel van het dorp vond onderdak in Noord-Holland en kwam daar per spoor. Het kasteel bood in ’43-’44 onderdak aan evacués uit West-Nederland, terwijl de Duitsers in het laatste oorlogsjaar het gebruikten als opvangplaats van gewonden.

440px-church_in_renswoude_designed_by_jacob_van_campen
440px-renswoude_kasteel

Ik start tegenover  De Dennen op het vervolg van de Groeperkade, een onverhard pad tussen bomen door. Al snel kom ik bij een oorlogsmonument in de vorm van een houten kruis. Op deze plek werden op 14 november 1944 om half één ‘s middags vijf verzetsmensen gefusilleerd als vergelding voor een actie van een andere verzetsgroep. Deze had een aanslag op een Duitse soldaat gepleegd op de Groeperkade, die dat overigens overleefde. Als represaille werden vijf verzetslieden uit de Utrechtse gevangenis gehaald en op dit dijkje neergeknald. De mannen die herdacht worden zijn Fekko Ebbens (1912) uit Midwolda, Matthijs van Ommeren(1925) uit Zoelen, beide leden van een Tielse verzetsgroep, Christiaan Frohn (1926), opgepakt bij een poging de Waal over te zwemmen, Pieter Oltmans (1915) en Andreas van Oijen (1919). 

Ik kom bij een damsluisje in de Lunterse Beek, gebouwd in 1865 als vervanger van een houten voorganger. Door schotbalken in de sleuven te laten zakken zou het water dermate opgestuwd worden dat het gebied de Groepse Kom zou onderlopen. In 1940 bleek dat niet echt perfect te werken; water bleef door de balken sijpelen, waardoor de inundatie niet voldoende slaagde. Achter de brug die ik oversteek ligt Werk aan de Engelaar, aangelegd in 1799  ter bescherming van het sluisje. In mei wisten enige tientallen soldaten o.l.v. kapitein Moquette diverse aanvallen van een Duits bataljon af te slaan. Maar in de avond van 13 mei was  men door munitiegebrek tot overgave gedwongen.

img_2939
img_2940

Ik loop de kade helemaal af, met onderweg een oversteek over de Groeperweg en kom uit bij het spoor en sla daar rechts af naar buurtschap De Groep.

img_2943
img_2969
torenvalk

Na de brug  over het Valleikanaal rechtsaf en verder over de Grebbeliniedijk, een graspad, langs het Valleikanaal.  De spoorlijn loopt ook over het Valleikanaal en daarom werd er na de aanleg in 1843 al een damsluis in aangebracht, zodat een deel ten zuiden van de spoorlijn onder water gezet kon worden. Over de dijk krijg ik zicht op het Broekerbos aan de overzijde van het kanaal, goed voor een reigerkolonie en reeën, maar veel hebben we er niet aan, aangezien het bos niet voor publiek toegankelijk is. Aan de dijk restanten van bunkers. Het aangename weer en een knorrende maag nodigen uit tot neerzijgen op zo’n restant.

img_2944
img_2945

        

Een asfaltweg noopt tot dalen en na oversteek weer tot een klimmetje. Bij de Lambalgseweg hetzelfde ritueel. Hier mondt de Lunterse Beek uit in het Valleikanaal. De weg is genoemd naar het oude landgoed Lambalgen, bos sinds 13e eeuw, landgoed vanaf de 15e eeuw. Lam = Lammer = belemmering; balgen = zwellingen/zandruggen.  Bij dit landgoed werd de liniedijk omgevormd tot redoute met emplacement voor artillerie. Tijdens de mobilisatie kwamen er loopgraven en enkele kazematten. In de meidagen van ’40 werd er flink gevochten. In 1953 bood het landhuis onderdak aan twintig Molukkers en aan een familie uit Stellendam, ontkomen aan de watersnoodramp. Er brak brand uit. Daarna werd het huis gesloopt.

300px-rijksmonument_39544
220px-huize_lambalgen_1903

Van de Lambalgseweg loopt de liniedijk langs de licht slingerende Lunterse Beek. Bij Hoeve De Beek vind je een reconstructie van een loopgravencomplex. Het is een herinnering aan de slag bij Scherpenzeel, waar een aanval van de Duitsers door onze infanterie en artillerie werd afgeslagen.

img_2958

Uiteindelijk kom ik bij de Pothbrug, met damsluis. De brug is opgenomen in de weg Woudenberg-Scherpenzeel. Hier wacht ik en stap op de bus die me bij De Dennen terugbrengt.