Grebbeliniepad – deel 1 – Ochten – Kesteren – Nederrijn

Wandelen over het spoor van wat in de gids een ‘verborgen linie’ wordt genoemd. Omdat de restanten er van in het groen verborgen liggen. De Grebbelinie is een van de drie grote Nederlandse waterlinies, samen met de Nieuwe Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Zij moesten het rijkste en machtigste deel van ons land beschermen tegen mogelijk opduikende vijanden. De Gelderse Vallei tussen de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe kon gebruikt worden om het water van de Nederrijn bij aanvallen in te laten. Begin 18e eeuw werden de plannen daarvoor gemaakt, maar werd ontdekt dat het water van de rivier in de zomer te laag stond om effectief te kunnen gebruiken. Het Pannerdens Kanaal werd gegraven (1701-1709) en het waterpeil steeg dusdanig dat met de linie begonnen kon worden. Haast was geboden, want Franse legers naderden in het kader van de Oostenrijkse Successieoorlog. In 1745 werd het eerste werk  uitgevoerd: een lindedijk tussen de Slaperdijk bij Veenendaal en de Slaagse Dijk ten noorden van Amersfoort. Vanwege de vrede van 1748 kwam er geen vuurproef. In 1794 kwamen de Fransen opnieuw, de linie werd onder water gezet, maar bevroor, het Britse hulpleger sloeg op de vlucht en de Fransen konden ongehinderd doorstoten. Deze bezetter breidde de linie uit tot in de Neder-Betuwe. In 1809 werd de linie overgedragen aan Waterstaat, zonder dat de uitbreiding af was. Het werd ook niet door Waterstaat afgemaakt. Onbeheerd verviel het en werden geruïneerde torens afgebroken. Ondanks opname in de Vestingwet van 1874 werden er geen verbeteringen aangebracht en in 1926 werd de linie zelfs als verdedigingswerk opgeheven. Maar toen sprake was van een te graven Valleikanaal kregen de militairen weer belangstelling, omdat dit kanaal, bedoeld voor waterafvoer , ook zou kunnen dienen als anti-tankgracht. De mobilisatie van 1939 was aanleiding om de oude linie weer in gebruik te nemen. Soldaten kwamen met een schep op hun schouder om loopgraven, schuilplaatsen en commandoposten te graven. Procedures voor onteigenen van grond, vorderen van gebouwen vertraagden de opbouw van de linie. Toen voor ons op 10 mei 1940 de oorlog begon, trokken meer dan 50.000 soldaten naar hun stellingen in de linie, sloten hindernissen, braken woningen in het schootsveld af en de bevolking werd geëvacueerd. In de nacht van 10 op 11 mei begonnen de Duitse beschietingen op de voorposten van de Grebbeberg. Het duurde een hele dag voor de Duitsers de zwakke bezetting tussen Wageningen en Grebbeberg hadden veroverd, ten koste van veertig Nederlandse soldaten. Inmiddels werd ook op andere plekken gevochten. Scherpenzeel hield op 13 mei stand, maar op de Grebbeberg ging het die dag mis. In de nacht van 13 op 14 mei trok ons leger zich terug op de Nieuwe Waterlinie en de uiteindelijke totaal-afloop is bekend. Rhenen, Wageningen en Scherpenzeel lagen in puin. In 1944 namen de Duitsers de Grebbelinie op in de Westwall, de tegenpool van de Franse Maginotlinie. Dwangarbeiders en krijgsgevangenen werden door organisatie Todt daartoe ingezet. Tijdens de Slag om Arnhem werd het gebied tussen Arnhem en Grebbeberg ontruimd; in oktober moesten de inwoners van Wageningen en Bennekom hun woningen verlaten. In de daarop volgende winter volgden inundaties en in het voorjaar van 1945 werd het werk aan wat Pantherstellung genoemd werd voortgezet, nu ook met de inzet van Russische krijgsgevangenen. In maart waren er zeker 12.000 mannen aan het werk. Materiaal werd aangevoerd via de haven van Nijkerk en verder getransporteerd met paard en wagen. De arbeiders moesten het met kruiwagens doen. De geallieerden dreigden in dat voorjaar door te breken bij Arnhem; het zuiden van de linie werd onder water gezet en het schootsveld werd wederom vrijgemaakt: boerderijen gingen in vlammen op, molens en kerktorens werden vernietigd. De bruggen over de Valleikanaal werden opgeblazen. Dan komt in Achterveld een wapenstilstand tot stand om voedseltransporten naar het Westen mogelijk te maken. Kort daarop werd de capitulatie getekend.

Ik zet mijn auto bij eethuisje De Veerstoep aan de Waalbanddijk, zuidkant van Ochten. De naam is waarschijnlijk een verbastering van een Germaans woord voor ochtendgloren. De oudste vermelding van het dorp stamt uit de 12e eeuw. Als onderdeel van de Grebbelinie werd hier in 1939 het 44e regiment infanterie gelegerd. Er werd in de meidagen flink slag geleverd en in september 1944 lag het dorp onder geallieerd mortier- vuur, waardoor het dorp voor een groot deel werd verwoest. Op de grens met Kesteren werd in de oorlog al Kamp Overbroek gebouwd voor werklozen en later voor 143 Joden, voordat deze werden afgevoerd naar Westerbork en daarna door dwangarbeiders ter versterking van de Grebbelinie.  Na de oorlog werd het allereerst onderkomen van gezinnen zonder huis en vervolgens voor circa driehonderd voornamelijk Friese arbeiders die werden ingezet voor de wederopbouw van het dorp. Vanaf 1951 tot in de jaren zestig verbleven er Ambonezen. In februari 1995 kwam het dorp en haar toenmalige burgemeester Henk Zomerdijk (what is in the name) in het nieuws vanwege dreigende dijkdoorbraak. Dorp en omgeving werden in ijltempo geëvacueerd.

Ik wandel een paar honderd meter over de dijk met links zicht op het dorp en ga bij een wiel (rechts) linksaf. Dat wiel is het enige restant van een verdedigingswerk, in 1799 aangelegd: een aarden wal met ruimte voor geschut dwars op de Waalbanddijk, die aansloot op het wiel. Ik loop over de Domeinstraat naar beneden tot aan de Liniestraat. De naam verwijst naar de frontlijn, waar het 44e regiment infanterie in loopgraven zich verdedigde. Linksaf de Liniestraat in. Tegen het einde rechtsaf, aan de rand van het ‘nieuwe’ Ochten blijven lopen langs een merkwaardige fontein op een heuveltje in een plantsoen en over 2 viaducten, die van de A15 en die van de Betuwelijn op Kesteren aan.

Ik bereik Kesteren via de Broekdijk, (Kamp Overbroek lag daar in de buurt) en de Hoofdstraat en de spoorwegovergang (lijn Elst-Dordrecht), ik sla links af de Nedereindsestraat in, koop bij een bakker een broodje en dan naar rechts , de weg loopt omhoog naar de hervormde kerk. De naam Kesteren is vermoedelijk een verbastering van het romeinse ‘castra’, legerplaats. Er zijn sporen daarvan gevonden ten westen van het dorp op een stroomrug aan de zuidoever van de Rijn, die de noordgrens oftewel ‘limes’ van het Romeinse Rijk vormde. Door dijkaanleg rond 1300  raakte het gebied beter bewoonbaar en werd landbouw ondanks de zware klei eenvoudiger. Kesteren had ook te lijden van de oorlog. Van de oude kerk bleef alleen de 14e eeuwse toren bewaard. Het interieur kent nog wel een 17e eeuwse preekstoel, koperen lezenaar, doopbekken en kaarsenkroon alsmede enkele 17e eeuwse zerken. Ik kon hem niet bezichtigen. Na de kerk volg ik kilometers de Rijnbandijk tot aan het veerhuis aan de Rijn zelf. Net buiten het dorp stuit ik op een groep scholieren uit Rhenen die in het kader van obesitasbestrijding in speciale t-shirts een aantal uren tot hardlopen ‘gedwongen’ zijn. Vanaf de dijk met prachtig zicht op Rhenen zie ik hier en daar een vierkanten betonnen ‘doos’ liggen. De wandelgids vermeldt dat het hierbij gaat om een van de 24 kazematten die Luitenant-kolonel Kollf, commandant van het 46e Regiment Infanterie heeft laten bouwen met twee gehuurde betonmolens, cement uit Rotterdam en zand met grind uit Arnhem.

img_2776
img_2777
img_2778
img_2779

Waar de Rijnbandijk aansluit op de van links komende Marsdijk ligt boerderij De Spees en het naar deze genoemde verdedigingswerk uit 1799. De twee dijken vormen als het ware een spies, vandaar de naam. Vier betonnen schietopstanden en een kazemat met klimkoker stammen uit WO.II. Op deze plek het standbeeld dat herinnert aan deze stelling. Het heet De Wachter, ontworpen door Gerry van der Velden uit Zoelen en geplaatst in november 2013. Het stelt een robuuste boerenvrouw voor die uitkijkt over de Rijn naar de Grebbeberg. Pas onlangs is hier een herinnering geplaatst aan de eerder genoemde Romeinse legerplaats, in het kader van het pas geopende Limespad. Doorlopend kom ik vrij dicht bij de Nederrijn en vermei me vanaf een bank in prachtige panorama’s. Ik volg de rest van de dijk tot aan de afsteek naar ‘t Veerhuis, al sinds 1800 een geliefde pleisterplaats. Het valt onder Opheusden, dat verder westwaarts aan de dijk ligt. Ik ben er ooit al eens geweest, laat het nu zitten en begeef me vol verwachting naar de eerste bushalte op de Tielsestraat om met een lijndienst weer naar Ochten te kunnen. Helaas de lijn blijkt inmiddels opgeheven. Er schijnt wel een belbus te zijn, maar aangesproken bewoners weten geen bescheid. Dus er zit niets anders op dan per ‘pedes apostelorum’ de weg terug te gaan.

img_2789
Herinnering aan Romeinse vestiging

img_2787
De Wachter

Ik wandel de Tielsestraat af tot aan het spoor, steek die over en kom op de Broekdijk, een lang gedeelte dat ik op de heenweg niet heb bewandeld. Aan lantaarnpalen zie ik merkwaardige oranje snoeren. Navraag bij een tuinierende bewoner leert me dat het punten zijn waar de bewoners hun volle vuilniszakken kunnen ophangen. Ik kom weer op het stuk Broekdijk van de heenweg, ga de beide viaducten weer over en wandel naar het centrum van Ochten, waar de kerk staat, met herinneringen aan de oorlog. Intussen wel nog iets gegeten en gedronken in een bakkerij. Als ik bij mijn auto kom heb ik er die dag zeker 18 km opzitten. 

img_2792